Plus PS

Bijlmerflat Fleerde decor voor roman Murat Isik

Opgegroeid in de honingraatflat Fleerde nam schrijver Murat Isik (39) de Bijlmer als decor voor zijn nieuwe roman. En kwam hij er weer even terug. 'Het bruiste hier van het leven.'

'Als ik mijn best doe, zie ik het nog. Het balkon, de groene waslijn en mijn gordijnloze kamer' Beeld Marc Driessen

Schrijver Murat Isik, van Turkse afkomst, staat in de Bijlmer naast de flat waar hij opgroeide. Fleerde is te lezen in grote letters op de zijkant, maar met die naam houden de overeenkomsten met vroeger wel zo'n beetje op. "Hier had je toen zo'n luchtbrug, van de flat naar de parkeergarage. Daar kwam ik 's avonds niet graag. Er hingen junks rond, en anderen die je liever niet wilde tegenkomen."

Fleerde staat er dus nog. Een beetje, in elk geval. Wat vroeger zo'n klassieke Bijlmerflat was, onderdeel van een complex in een honingraatvorm, is nu een rechttoe rechtaan flatgebouw. Waar betontinten overheersten, zijn de galerijen nu afgezet met citroengele en felgroene panelen. Wat sociale huur was, zijn koopappartementen geworden.

Gewone flat
"Daar," wijst Isik, "waar de flat nu ophoudt, ging het ­gebouw in de jaren tachtig, toen ik hier woonde, nog een heel stuk door. Verderop, bij het water, had je dan weer zo'n overdekte luchtbrug en aan de overkant stond het andere deel van Fleerde, het deel waar ons appartement was. Het was een heel eind lopen van onze woning naar de donkere garage, waar de auto stond."

Van Fleerde is dus niet meer over dan een gewone flat, al is het buurtje eromheen met de laagbouw - de keurige woningen op de plek waar vijftig jaar eerder de Bijlmerflat verrees - vernoemd naar die voorganger.

Maar het heet er dan wel Fleerde, toch is het Fleerde niet meer. Zoals de Bijlmer van nu niet meer de Bijlmer van de jaren tachtig en negentig is.

Gevoelige jongen met een tirannieke vader
Die oude wijk is het decor waarin Isiks tweede roman Wees onzichtbaar zich afspeelt. Over de Turkse Metin, die als vijfjarig jongetje met zijn ouders en zijn zus in Nederland komt wonen en terechtkomt in wat toen nog consequent de Bijlmermeer werd genoemd.

Metin is een gevoelige en introverte jongen. Zijn tirannieke vader is een werkloze communist die overdag politieke literatuur leest en zich 's avonds in de stad bezat met vrienden. De moeder probeert koste wat het kost haar kinderen te laten slagen op school en te beschermen tegen de ­vader en de gevaren van een jeugd in de Bijlmer.

Er is onveiligheid, binnen en buiten het gezin, en de hoofdpersonen moeten worstelen om zich aan de problemen te onttrekken en te overleven. Een meeslepend boek dat leest als een trein. Zeshonderd pagina's dik en schitterend van het begin tot het einde.

Vooruitstrevend
De achtergrond van dit verhaal is de Bijlmer die in het begin van het boek al afscheid aan het nemen is van het vooruitstrevende en idealistische karakter dat stedenbouwkundige Siegfied Nassuth het eind jaren zestig voor ogen had: een moderne parkstad, zonder auto's in de wijk. Die reden hoger, op de dreven, en werden geparkeerd in ­gigantische parkeergarages. Kinderen konden veilig buiten spelen en volwassen konden er recreëren na het werk. Alles was hier gericht op de mens.

Murat Isik bij de flat Fleerde, waar hij zijn jeugdjaren doorbracht Beeld Marc Driessen

Gaandeweg het verhaal zie je dit decor langzaam verworden tot een getto met criminaliteit en junks, een plek waar de eerste bewoners massaal wegtrekken.

In liften tonen potloodventers hun geslacht, trappenhuizen worden gebruikt om ongestoord heroïne te kunnen spuiten. En van heinde en verre reizen wanhopigen naar de Bijlmer om vanaf de hoogste galerijen zelfmoord te plegen.

Gesloopte wijk, verdwenen jeugd
Murat Isik groeide op in zo'n flat. Met ook een communistische vader en een hardwerkende en schipperende moeder. Ook hij werd gepest op school: ze noemden hem 'schoonmaker', net als de Metin uit zijn boek.

Isik raakte verzeild in dezelfde problemen, ging naar ­dezelfde scholen, koos voor dezelfde rechtenstudie. ­Murat ís Metin, toch? "Dit is geen autobiografie. Het is een roman over een gezin dat lijkt op het onze. Veel dingen die Metin meemaakt, heb ik ook meegemaakt. Ik ken zijn pijn en zijn worstelingen. Maar het is niet precies zo gegaan. Ik heb er veel bij verzonnen, karakters toegevoegd en situaties uitvergroot. Ik heb feiten vermengd met fictie en romanpersonages gecreëerd."

Dat er veel overeenkomsten zijn, blijkt ook tijdens een wandeling van station Bijlmer naar wat er over is van de hoogbouw waar Isik zijn hele jeugd doorbracht. In winkelcentrum Amsterdamse Poort wijst hij op de markt die er deze middag staat.

Fijne tijd
"Vroeger stond die bij Fazantenhof, maar dat is inmiddels gesloopt. De Hema is verhuisd. En de bibliotheek, voorheen zo prominent op het Bijlmerplein, is er niet meer. Ik dacht dat het grootste bibliotheek van de stad was. Hij is nu vanwege de bezuinigingen verhuisd en drastisch ingekrompen. In die oude bieb zat ik vaak boeken en strips te lezen, met een grote zak snoep. Het voelde veilig." Isiks woorden zijn nagenoeg dezelfde als de woorden die Metin in het boek uitspreekt, wanneer hij de bibliotheek beschrijft als 'het veilige huis van mijn tienerjaren'.

Even verderop, in de Shopperhal, zijn veel winkeltjes uit de jaren tachtig en negentig verdwenen. Maar achterin is de Vomar er nog wel. Hier werkte Isik enkele jaren, vanaf zijn zestiende. Net als Metin in het boek. Hij maakte er vrienden, werd er verliefd en zat er achter de kassa.

"Een fijne tijd. Ik zag de hele Bijlmer voorbijkomen aan mijn kassa, ook de rauwe kant. Er waren soms opstootjes en soms gevechten. De verslaafden kochten hier hun halve ­liters bier, die ze dan pal voor de deur leegdronken. Maar het was ook gezellig. Ik leerde er de schroom van me af te gooien en maakte vaak een praatje met de klanten."

Afgedankte bankstellen
En nin het buurtje Fleerde, met zijn bijna villa-achtige woningen, is de metamorfose nagenoeg volledig. "Het verleden is er niet meer. Mijn jeugd, hoe moeilijk die soms ook is geweest, daar kan ik niet meer naar terug. Het huis waar ik ben opgegroeid, is gesloopt. De verloederde flat, waar afgedankte bankstellen zo nu en dan vanaf de negende verdieping over de galerij naar beneden werden gegooid en soms in de bomen bleven hangen, is verdwenen, en dat is ontzettend jammer."

Murat Isik op het Bijlmerplein Beeld Marc Driessen

Hoe desastreus de hooggestemde idealen van de stedenbouwkundige uiteindelijk in de praktijk ook uitpakten, dat zijn oude woonomgeving is verdwenen roept toch ook een gevoel van leegte op. Tegelijk voelt het voor Isik, raar genoeg, wel degelijk een beetje vertrouwd. Het verleden is uitgewist, maar de herinneringen zijn gebleven. Nostalgie beperkt zich kennelijk niet tot louter fijne herinneringen.

Als Isik op het bruggetje staat ('hetzelfde als dat uit mijn jeugd'), kijkt hij naar de rijtjeshuizen die zijn verrezen precies daar waar hij dertig jaar geleden woonde. "Als ik mijn best doe, zie ik het nog. Hier was het. Het balkon, de groene waslijn en mijn gordijnloze kamer. Zoals Metin in het boek ook de posters aan de muur nog kan zien, het gele handvat van zijn crossfiets dat uit een opening in de balustrade steekt."

Wel gezellig
En dan, natuurlijk onvermijdelijk, raken de gefictionaliseerde en de feitelijke geschiedenis elkaar. Isik komt Ilias tegen, aan de voet van wat er over is van Fleerde. "Hee Murat! Ben je weer eens terug in je oude buurtje?"

Deze Ilias wordt genoemd in het boek; op diens oudere broer baseerde Isik het personage Saleem, een van Metins beste vrienden op de lagere school.
Ilias en Isik hebben elkaar al een tijd niet gezien en praten bij. Ze zijn blij dat de Bijlmer is veranderd - allebei. Maar ze missen ook wat er niet meer is.

"Mensen kennen elkaar niet meer, zoals vroeger," zegt Ilias. "Die hoogbouw was niet mooi, maar het was wel gezellig. Ik heb hier een goede jeugd gehad. Ik ben niet voor niets in deze buurt blijven wonen."

Geen afrekening
De herinneringen van opgroeien in de Bijlmer zijn, ook voor Isik, zeker niet alleen die van ontberingen. Integendeel zelfs. Het personage Metin neemt de omstandigheden zoals ze zijn. Met steun van zijn moeder weet hij het hoofd boven water te houden, zich te ontworstelen aan zijn eigen lot. Zo ook kijkt Isik terug op de mooie dingen die zijn jeugd hem heeft gebracht.

"Mijn boek is geen afrekening met mijn vader of met de wijk. Je kon hier heerlijk spelen en voetballen, er was veel ruimte en groen en over auto's hoefde je je geen zorgen te maken. De Bijlmer stond ook bekend om de vele openbare tennisbanen, waar ik met mijn oude houten Slazenger-racket heb leren tennissen. Ja, er waren kinderlokkers, dealers en drugsverslaafden, maar tegelijk kun je zeggen dat de flats ook bruisten van het leven. Er was als kind altijd iets te beleven."

Geen hertenkamp, wel junkies
Het is daarvandaan dat die nostalgische gevoelens misschien wel komen, vermoedt Isik. Want zoals de Bijlmer ­bedoeld was, zo is ie niet uitgepakt. "Er werd al tijdens de bouw flink bezuinigd op veel voorzieningen, de leefbaarheid. Er kwamen geen winkels en cafeetjes onder in de flats en geen hertenkamp in het Bijlmerpark."

"De binnenstraten kwamen op eenhoog, waardoor alles wat daaronder lag, met die bosschages, uitgroeide tot een soort no man's land - unheimisch en verlaten. En toen de junkies door burgemeester Ed van Thijn van de Zeedijk werden weggejaagd, kwamen ze in enorme hordes naar de Bijlmer, met de dealers in hun kielzog. Er werd gezegd dat de Bijlmer synoniem was voor zwart, arm en crimineel."

De buurt, zegt Isik, mocht er niet meer zijn. Zo voelde het. "We leefden in een door de gemeente en woningcorporaties opgegeven wijk die ten prooi was gevallen aan verloedering. De stad wilde af van de flats en heeft zijn zin gekregen. Uit de sloop is iets ontstaan wat beter en aantrekkelijker is. Ik verlang nog altijd naar de flat van mijn kinderjaren, de Bijlmer van de jaren tachtig en negentig. Ik ben blij dat die nu voortleeft in mijn boek."

Paroolabonnees kunnen de prelude op Wees onzichtbaar van ­Murat Isik na inloggen op parool.nl/meer gratis downloaden.

Murat Isik met zijn jeugdvriend Ilias in de Ken Saro-Wiwastraat Beeld Marc Driessen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden