Plus

'Bijlmer was een groots plan van een dappere bouwer'

Daan Dekker schreef een boek over de vijftigjarige Bijlmer en vooral over bouwmeester Siegfried Nassuth die zijn handtekening zette onder het ontwerp voor wat de stad van de toekomst moest worden.

Het is inmiddels 50 jaar geleden dat de Bijlmer werd gebouwd Beeld Hollandse Hoogte

Voor de deur van metrostation Ganzenhoef ­begint wat tegenwoordig het Bijlmermuseum wordt genoemd: een ongerept stuk van de oorspronkelijke Bijlmermeer zoals die in de jaren zestig en zeventig is gebouwd.

Daan Dekker wijst naar de reusachtige honingraatflats en de metrobaan die hoog boven ons hoofd naar de Gaasperplas voert en zegt enthousiast: ­"Nederland is een land van compromissen, en dat leidt in de stedenbouw doorgaans tot een zekere hang naar lulligheid en knusheid. Daarmee vergeleken is de Bijlmer groots en extreem. Ik vind het fantastisch dat het ontwerp indertijd een kans heeft gekregen. Zeker een stad als Amsterdam moet groots kunnen denken."

Bouwmeester
De Bijlmer heeft een nieuwe bewonderaar gevonden in Dekker, van wiens hand deze week het boek De Betonnen Droom is verschenen. Een boek over de geschiedenis van de wereld­beroemde wijk, maar vooral over zijn bouwmeester, de in 2005 overleden Siegfried Nassuth.

Aan de hand van de verhalen van familieleden en collega's schetst Dekker een aangrijpend beeld van de architect die zijn handtekening zette onder het ontwerp voor de stad van de toekomst, maar zijn loopbaan zag stranden toen zijn geesteskind al vrij snel na de oplevering als een mislukking werd beschouwd.

Het boek beschrijft onder meer hoe Nassuth in 1979 op zijn laatste werkdag zonder afscheid te nemen zijn kantoor in het Wibauthuis verliet.

Het is veelzeggend dat de 32-jarige Dekker, vijftig jaar na het slaan van de eerste paal voor de Bijlmer, eigenlijk de eerste schrijver is die de moeite heeft genomen het levensverhaal van Nassuth voor een groot publiek op te schrijven.

"Het was braakliggend terrein," zegt de publicist. "Dat heeft ook te maken met het karakter van de man. Hij was zeer gesloten, zelfs voor zijn naaste omgeving. Ik heb van zijn kinderen mogen grasduinen in elf dozen met zijn archief, maar ook daarin kwam ik heel weinig materiaal tegen dat iets meer vertelde over zijn persoonlijkheid. Hij was een vakman, maar niet altijd even goed met andere mensen. Het zat allemaal in zijn hoofd, en anderen moesten dat maar begrijpen."

Birma-spoorlijn
Toen Nassuth in 1962 de leiding kreeg over het team van de dienst Stadsontwikkeling dat aan de slag ging met het ontwerp voor de Bijlmer, had hij er al een heel leven opzitten.

Op­gegroeid in Nederlands-Indië, maakte Nassuth de Japanse bezetting mee en werd hij later in het gezelschap van duizenden andere Europeanen als krijgsgevangene overgebracht naar ­Birma om te werken aan de beruchte spoorlijn. Hij werkte drie jaar als dwangarbeider, maar ook over deze ontberingen was hij later maar weinig mededeelzaam.

"Van zijn schoonzoon hoorde ik dat Nassuth hem had verteld het werk eigenlijk wel prettig te hebben gevonden. Het was een onmogelijke opdracht, en in die zin ook wel weer een uitdaging, hoe gek dat ook klinkt."

Daan Dekker (1984) schrijf een boek over de Bijlmer Beeld Mats van Soolingen

Na de oorlog maakte Nassuth de oversteek naar Nederland. Hij studeerde bouwkunde in Delft en raakte daar onder indruk van zijn hoogleraar Cornelis van Eesteren, die eerder in Amsterdam het ontwerp had gemaakt voor de Westelijke Tuinsteden en Buitenveldert.

Van Eesteren was evenzeer onder de indruk van Nassuth en bombardeerde hem tot assistent. Het was ook Van Eesteren die zijn pupil na diens afstuderen een baan bezorgde bij Stadsontwikkeling.

Dekker: "Daar was sprake van een aflossing van de wacht. Een nieuwe generatie nam het stokje over. Een generatie van veel idealisme en grote ambities. De Bijlmer werd daar de uitdrukking van. Het was het ontwerp van een nieuwe generatie stedenbouwers voor een nieuwe stad voor een nieuw type mens."

De kater
De kater kwam later. Tijdens de bouw werd het oorspronkelijke ontwerp met het oog op de hoge kosten voortdurend aangepast. De geplande portiekwoningen werden galerijwoningen, het aantal woningen per lift nam voortdurend toe, en de kenmerkende binnenstraten kwamen aan de schaduwzijde van de flats te liggen in plaats van aan de zonzijde.

"Het glipte Nassuth en zijn team langzaam uit de vingers," vertelt Dekker. "Het werkte niet in zijn voordeel dat Nassuth zo weinig communicatief was. Van Eesteren was een echte netwerker geweest die voortdurend steun zocht voor zijn plannen. Nassuth had een hekel aan politieke spelletjes. Tijdens vergaderingen moesten zijn medewerkers vaak voor hem uiteenzetten wat zijn gedachten precies waren."

De architect Siegfried Nassuth Beeld Siegfried Nassuth

De verwatering van zijn ontwerp moet voor Nassuth buitengewoon pijnlijk zijn geweest, vermoedt de schrijver, net als het publieke oordeel over de Bijlmer dat vanaf de jaren zeventig steeds negatiever werd.

"Dat denk ik tenminste. Hij heeft er zelf nooit iets over gezegd, ook niet tegenover zijn naaste medewerkers, terwijl het hier toch om zijn levenswerk ging. Ik heb ­alle collega's gevraagd naar het moment dat de zaak als verloren werd beschouwd. Niemand kon daar antwoord op geven. Er is nooit gezegd: we kunnen er beter mee kappen."

"Nassuth sprak er gewoon niet over, maar trok zich wel steeds verder terug. De laatste jaren van zijn werk­zame leven waren ook zeker niet de leukste. Hij heeft zich op zeker moment in overleg met de bedrijfsarts ziek gemeld en is opgestapt."

Sloop
In de Bijlmer wilde Nassuth niet meer komen, zeker niet na de grootschalige sloop die in de jaren negentig werd ingezet. In plaats daarvan trok hij er samen met zijn vrouw op uit om lange reizen naar de andere kant van de wereld te maken.

"Nassuth had een grote liefde voor de natuur. Zijn ideaalbeeld was te leven als een aap, zoals hij zelf zei. Leven in de wildernis, zijn kostje bij elkaar scharrelen."

In 1998 kreeg Nassuth als laat eerbetoon de oeuvreprijs van het Fonds voor Beeldende Kunsten, Vormgeving en Bouwkunst.

"Dat deed hem goed, al was hij de eerste om de eer te delen met zijn medewerkers. Hij nam samen met zijn dochter zelfs nog een kijkje in de Bijlmer, maar dat was geen succes. Het was een enorme deceptie, al die ingrepen in zijn ontwerp te moeten zien."

Dekker hoopt dat zijn boek leidt tot meer waardering en respect voor het werk van Nassuth, en zijn opwindende bijdrage aan de stedenbouw.

"Er is nergens in Nederland een plek te vinden waar men zo groots heeft durven denken. Er is hier veel misgegaan, maar ook heel veel goedgegaan. Je ziet nu langzaam de waardering ontstaan voor het oorspronkelijke ontwerp."

"De kluswoningen in de sloopflat Kleiburg gingen als warme broodjes over de toonbank. Soms duurt het een aantal decennia voor een plek de waardering krijgt die hij verdient. Ik denk dat er weinig mensen zijn die nu de schoonheid van Slotervaart zien. Toch kan dat over vijftig jaar heel anders zijn. Misschien denken we straks van de Bijlmer: hadden we maar wat minder gesloopt."

Daan Dekker, De Betonnen Droom. Thomas Rap, € 19,95.

Woensdagavond is er een debat over de ­­Bijlmer in Spui 25. Aanvang 20 uur.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden