Plus Bijlmer 50 jaar

Bijlmer-melkboer Charles Belderok: 'Het was een prachtige tijd'

Vijftig jaar geleden streken de eerste bewoners in de Bijlmermeer neer. In deze serie doen zes pioniers hun verhaal. Vandaag: melkboer Charles Belderok.

Charles Belderok, 63 jaar, tegenwoordig wonend in Amsterdam-Zuidoost Beeld Marc Driessen

''Toen ik 15 was, nam Frans Vrolijk een melkwijk over in de Bijlmer. Binnen een week ging de telefoon: Charles, kun je me komen helpen? Ik was bezig met een opleiding voor werktuigbouwkundige, maar wilde graag een centje verdienen. De eerste zaterdag kreeg ik 50 gulden mee. Voor een jochie van 15 was dat verschrikkelijk veel geld."

"Dat was in 1971. Er stond al heel veel. De hoek Huigenbos en Hakfort moest nog worden gebouwd, maar de rest stond er al. Er waren vier verschillende melkbedrijven in de Bijlmer die de wijken onderling hadden verdeeld. Wij zijn begonnen met de flats Gooioord en Groeneveen. Die zaten helemaal vol met beroemdheden. Mensen als Rob de Nijs, Dick de Groot van Ajax en karatekampioen Kenneth Leeuwin."

"We werkten met van die kleine trekhondjes met een aanhangwagen. Die werden helemaal afgeladen met kratten bier, melk en de hele rotzooi. Daarmee reden we de flats af, door de binnenstraat heen. Bij elke lift maakten we een uitstalling en drukten op alle bellen. Melkboer! Melkboer! Dan kwamen de mensen naar beneden om hun boodschappen te doen. Er waren nog geen winkels, dus het liep storm."

"We hadden bijzondere klanten. In Groeneveen woonde een souteneur. Dat was een grootafnemer, maar niet van karnemelk. We verkochten hem drank. Drie kratten bier, drie flessen Joseph Guy, een krat frisdrank. Dat moest dan wel naar boven worden gebracht, maar dat hadden we er graag voor over. Ik werkte op provisie, en verdiende heel veel geld."

Brandende lampjes
"Ik heb heel wat kilometers gelopen met die karretjes. Ik kreeg een eigen wijk in de H-buurt. Elke maandag en donderdag liep ik dat rondje na school, en op zaterdag ook nog een keer. In de winter keek ik naar alle lampjes die brandden in de flat. Ik liep daar helemaal alleen in het donker met mijn geldtas. Ik kon hem rustig laten liggen in mijn wagentje. Ik kon er in die jaren op vertrouwen dat er niets mee gebeurde."

"Het was een prachtige tijd. De Bijlmer was nieuw. Alles was leuk. Toen we ons eerste moppie kregen, hebben we zelf ook een flat gehuurd. In Kleiburg, op de tiende verdieping. Grote flat met ruime kamers en alle gemakken. Helemaal niets mis mee. Ik heb daar vijf jaar fantastisch gewoond. Het was elke vrijdag, zaterdag en zondag feest. Ik was natuurlijk melkboer. We hadden altijd bier in huis."

"Maar al vrij snel nam de onvrede toe. We betaalden best veel geld aan huur, en kregen bericht dat we ook moesten gaan betalen voor een plek in de parkeergarages. Veertig gulden in de maand, als ik het me goed herinner. Dat voelde onrechtvaardig. Je kon in heel Amsterdam gratis parkeren en wij moesten elke maand een flink bedrag op tafel leggen. Dat zorgde voor onrust onder de bewoners. Alles wat het zich kon permitteren, trok weg. De zwakkere broeders bleven over."

Het sluipende proces
"Wij zijn naar Maldenhof verhuisd. Daar hebben we vijftien jaar met heel veel plezier gewoond. Maar ik zag in de hoogbouw het sluipende proces van de verloedering op gang komen. De liften werden viezer. De leegstand liep parallel met de Bijlmer Express, de massale trek van de Surinamers naar Nederland. Dat ging allemaal in één streep naar de Bijlmer. Het waren vaak mensen zonder sociale bagage, en zeker geen financiële bagage."

"Wat ook desastreus was voor de handel: de komst van de winkelcentra en de supermarkten. De mensen kregen de keuze waar ze hun boodschappen wilden halen. Ik trok in 1978 naar Nellestein, waar helemaal geen voorzieningen waren. We reden met zeven SRV-wagens in het rond. Je had aan twee flats genoeg om je boterham te verdienen. Je kwam luid toeterend aanrijden en parkeerde de wagen voor de deur. Daar bleef je een uurtje staan, en dan op naar de volgende flat."

"Het escaleerde het eerst op Gliphoeve en Ganzenhoef. Daar verschenen de eerste junks en er gebeurde niets tegen. Daarna was er geen houden meer aan. Dat is het verhaal van de Bijlmer: laten versloffen en niet ingrijpen. Op de Zeedijk speelde hetzelfde, maar die is door de gemeente met harde hand schoongeveegd omdat er een economisch belang speelde. In de Bijlmer was dat er niet."

Alle soorten maffigheid
"In 1986 ben ik gestopt. Ik kreeg een aanbieding om een supermarkt in Bos en Lommer te runnen. Dat heb ik twee jaar volgehouden. In de Bijlmer had ik te maken met maffe Nederlanders en maffe Surinamers. In Bos en Lommer kreeg ik te maken met alle soorten maffigheid. Ik heb nog een paar jaar een supermarkt in Hillegom gehad en ook nog even een in Amstelveen."

"Dat laatste beviel maar matig. Elke ondernemer weet: de klandizie bestaat voor 5 procent uit lastige mensen. In Amstelveen was dat percentage 25. De mensen daar hebben kapsones voor een miljoen en geen kwartje in hun zak. Heel naar volk, vond ik dat. In de Bijlmer hadden de mensen misschien minder geld, maar er werd veel meer gelachen."

De Bijlmer bestaat vijftig jaar. Het Parool bezoekt enkele pioniers van weleer.

1. De politieman
2. De architect
3. De onderwijzer
4. De zangeres
5. De melkboer
6. De verslaggever

Volgende week: verslaggever Raphaël Smit

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden