Plus Bijlmer 50 jaar

Bijlmer-architect Pi de Bruin: 'We wilden een paradijs maken'

Vijftig jaar geleden streken de eerste bewoners in de Bijlmermeer neer. In deze serie doen zes pioniers hun verhaal. Vandaag: architect Pi de Bruijn. 'Bij mij brak er iets in 1977.'

Pi de Bruijn (75), tegenwoordig wonend in Zuid Beeld Marc Driessen

'Ik trad op 1 januari 1970 in dienst van de gemeentelijke dienst volkshuisvesting. Ik kwam uit Londen, waar ik een paar jaar had gewoond en gewerkt. Ik had goed contact met iemand van de dienst en die had al eens laten weten dat hij mij graag wilde inlijven."

"Het was dan ook zo geregeld toen we weer naar Amsterdam kwamen. Tijdens mijn sollicitatiegesprek kreeg ik meteen mijn eerste opdracht. Ik werd toegevoegd aan het team dat tekende voor de Bijlmer."

"Op dat moment stonden alle seinen op groen in Nederland. We kwamen uit de wederopbouw. In de jaren zestig kwam de welvaart op gang. Dat leidde tot een optimisme dat grensde aan euforie."

"Niemand twijfelde eraan dat we een gelukzalige toekomst tegemoet gingen. De Bijlmer moest dat weerspiegelen. De ideologie van de Bijlmer was: iedereen heeft recht op licht, ruimte en groen. En Amsterdam ging die paradijs­elijke wijk bouwen."

Regelrechte tiran
"Ik was ook pro-Bijlmer. Er was binnen het team een enorme drive om van Amsterdam de allerbeste stad ter wereld te maken. Dat was het gevoel dat alles overheerste: wij gaan hier de wereld een beetje beter maken. Dat gebeurde met de beste bedoelingen. We gingen allemaal op de fiets naar ons werk. We aten allemaal bruin brood. Het was enorm sociaal bevlogen."

"De verhoogde wegen vormden de ziel van het ontwerp. Ze kwamen uit de koker van Siegfried Nassuth. Hij was als stedenbouwkundige de ideoloog en waakte streng over de uitgangspunten."

"Ik kwam uit de sfeer van de volkshuisvesting en tekende bijvoorbeeld een raam voor de mensen die op de hoek woonden. Nassuth riep mij meteen tot de orde: geen sprake van. Omdat iemand toevallig op de hoek woonde, wilde dat niet zeggen dat hij meer recht had op een extra raam."

"Nassuth was een beminnelijk mens, maar als het om het ontwerp ging een regelrechte tiran. Hij ontstak in woede als er aan de uitgangspunten werd gemorreld. Alle woningen hadden honderd vierkante meter. Dat was uniek."

De Bijlmer in aanbouw Beeld ANP

"Als wij opperden om te variëren omdat een gezin nu eenmaal meer ruimte nodig heeft dan een vrijgezel, ontplofte hij zowat. Wij waren slapjanussen die voor commerciële of pragmatische argumenten door de knieën gingen."

Doodgezwegen
"Dat heilige geloof in de Bijlmer maakte ook dat niemand kritische opmerkingen durfde te maken. De eeuw was in Amsterdam begonnen met de architectuur van Berlage en Van Eesteren. De Bijlmer zou de apotheose worden."

"Het hele ontwerp is ook op een achterna­middag zonder enige discussie door de gemeenteraad goedgekeurd. Alleen de dappere stedenbouwkundige Jacoba Mulder durfde kanttekeningen te plaatsen. Zij vond het te groots en te weinig menselijk. Zij had gelijk, maar werd doodgezwegen als een dissident."

"Ik woonde inmiddels zelf op negenhoog in Gooioord, en leerde de praktijk van het paradijs kennen. Als de lift weer eens kapot was, moest ik met een kind in de ene arm en een buggy in de andere al die trappen nemen."

"Er was nog geen parkeergarage en ik moest een paar honderd meter lopen om bij de lift naar ons huis te komen. Daar loop je dan met een kratje bier. Als ik daar op het werk iets van zei, was de reactie: je loopt te zeuren. Men wilde het gewoon niet horen."

Oor aangenaaid
"Van de weeromstuit heb ik de beheergroep Bijlmermeer opgericht. We wilden de problemen aanpakken. We wisten precies wat er niet deugde. Dat was zeker niet alleen de schuld van de ontwerpers. De bouwers hebben ons ook een enorm oor aangenaaid."

"Zij hadden contracten gekregen voor tienduizenden woningen, maar begonnen de afspraken al snel uit te kleden. Sorry, twaalf liften zijn veel te duur, dat worden er vier. Nassuth vocht als een leeuw, maar de bouwlobby was sterker. Ik heb mensen zien janken op het werk."

Vlammend betoog
"Achteraf kun je zeggen dat de euforische stemming tot 1974 heeft geduurd. Daarna kwam de klad erin. Na de komst van de Surinamers raakte de Bijlmer besmet als zwarte wijk. Als mensen een woning zochten in Amsterdam, zeiden ze er meteen bij dat ze niet in de Bijlmer wilden wonen."

"Het stadsbestuur vond het ook wel best. Daar was de gedachte: als de Surinamers in de Bijlmer zitten, zitten ze niet in Osdorp."

"Bij mij brak er iets in 1977. Ik was naar de gemeenteraad gegaan om een vlammend betoog te houden over de problemen die moesten worden aangepakt. Terwijl ik aan het praten was, zag ik de raadsleden vermoeid en verveeld uit het raam staren."

"Ze zaten er niet op te wachten. Er kwam geen enkele vraag. Toen ik weer buiten stond, dacht ik: dit was het dan. Ik voelde me in de steek gelaten. De Bijlmer was in de steek gelaten. Ik was er helemaal klaar mee."

Volgende week: onderwijzer Menno Lodeizen.

Zomerserie

De Bijlmer bestaat vijftig jaar. Het Parool bezoekt enkele pioniers van weleer.

1. De politieman
2. De architect
3. De onderwijzer
4. De zangeres
5. De melkboer
6. De verslaggever

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.