Plus Bijlmer 50 jaar

Bijlmer 50 jaar: 'Er was saamhorigheid'

Vijftig jaar geleden streken de eerste bewoners in de Bijlmermeer neer. In deze serie doen zes pioniers hun verhaal. Vandaag: Zangeres Anne-Marie Hunsel.

Anne-Marie Hunsel, 74 jaar, nog altijd wonend in Amsterdam-Zuidoost Beeld Marc Driessen

"Ik kwam in 1968 naar Nederland. Als zangeres had ik in Suriname mijn plafond bereikt. Vrienden vertelden me: in Nederland kun je meer bereiken. Ik was voor het eerst in Nederland. We vlogen op Zestienhoven en gingen daarna met de auto naar Amsterdam. Op het Centraal Station heb ik mensen aangeklampt om te vragen of zij misschien mijn neef Armand Hunsel kenden, want bij hem zou ik de eerste dagen logeren. Die arme mensen hadden natuurlijk geen idee. In Paramaribo kennen veel mensen ­elkaar."

"Ik ben direct gaan werken. Eerst een paar dagen aan de lopende band bij Oetker, daarna in de verpleging. Er was werk in overvloed. Ik kon ook als zangeres aan de slag in de avonduren. Charlie Heuvel was de leider van de band Brown Eyes en hij hoorde dat ik in Amsterdam zat. In Suriname stond ik bekend als de vrouwelijke Elvis. Ik kon meteen beginnen. We speelden in het hele land, tot aan Zeeland toe. Kaseko, rock en soul."

Onkruid eten
"In 1970 ben ik naar de Bijlmer verhuisd. Ik was de eerste bewoner van de flat Groeneveen. Ik was een keer in de Bijlmer geweest, op bezoek bij vrienden in de H-buurt. Het was zo'n avontuur om daar te komen met de brommer door die woestijn, dat ik bij mijn vrienden uitriep dat ik nooit in de Bijlmer zou willen wonen. Maar ik vond het geweldig. Ik kwam van een kamer bij een hospita in Zuid, en nu had ik een hele driekamerflat. Ik had nog nooit zo groot gewoond."

"De metro was er nog niet. Er reden toen twee bussen van de Bijlmer naar de stad, de lijnen 55 en 56. Het was altijd druk in de bus. We moesten allemaal uitstappen bij Gooioord en van daar door het zand naar onze flats lopen. Tot mijn verbazing zag ik op weg naar huis goma wiri staan, een bladgroente waar je op de markt veel geld voor moet betalen. De Surinamers in de Bijlmer plukten dat om mee naar huis te nemen. In de krant verschenen kritische verhalen: de huren in de Bijlmer zijn zo hoog dat de Surinamers onkruid moeten eten."

"In 1971 deed ik mee aan de talentenjacht ­Rodeo. Ik moest auditie doen, daarna een paar optredens in het land en uiteindelijk kwam ik op de televisie. Het was spannend: als de jury het niet goed vond wat je deed, werd je weggedraaid. Ik zong I shall be released helemaal en won met een score van 550 punten. Dat was een record. Het heeft me veel werk opgeleverd. Ik heb ontslag genomen en ben van de muziek gaan leven."

"Ik heb veel opgetreden in de Bijlmer. Als er een buurthuis of verzorgingsflat werd geopend, kwam ik zingen. Het waren ook de jaren van de soulparty's. De Surinamers organiseerden huisfeesten die tot diep in de nacht doorgingen. De dames mochten gratis naar binnen, de heren betaalden inleg. Voor een paar gulden kreeg je te eten en te drinken, en kon er worden gedanst op de muziek van James Brown, Fats Domino en Etta James."

Gek op feesten
"Er was ook vaak levende muziek, gewoon in de flat. In Suriname gaat het zo op verjaar­dagen: de jarige wordt 's ochtends gewekt met een bazuinkoor. Daarna gaat hij baden en komt de middagband. En 's avonds is er een avondband die doorgaat tot bam: bis am morgen. In de Bijlmer gebeurde dat ook, alleen dan niet in een grote tent op het erf, maar gewoon in de flat. De buren waren daar niet altijd blij mee natuurlijk. Ik heb dat zelf ook nooit gewild."

"Surinamers zijn gek op feesten. Op vrijdag, op zaterdag en op zondag. In het Roothaanhuis op de Rozengracht werden zelfs munde dansi ­gehouden, gezellige dansavondjes op maandag zoals in Suriname. Ik organiseerde zelf boottochten in de zomer. Vanuit Weesp, met ­muziek, bingo, eten en drinken. Vanaf de parkeerplaats bij Gliphoeve vertrokken de bussen naar allerlei evenementen."

Rauw, maar gezellig en zorgzaam
"En Kwakoe natuurlijk. Je weet toch hoe Kwakoe is ontstaan? Het begon als een voetbaltoernooitje voor de kinderen van ouders die geen geld hadden om op vakantie te gaan. De moeders kwamen tussen de middag rijst en bami brengen. De mensen langs het veld wilden ook eten, en zo kwam de verkoop op gang. Het draaide toen om saamhorigheid. Nu is het een commercieel festival. Als je een broodje of een flesje drinken in je tas hebt, wordt dat bij de ingang ingenomen."

"De afbraak van de flats in de jaren negentig heeft veel veranderd. Veel mensen van het eerste uur zijn naar plekken gegaan waar ze helemaal niet wilden wonen: Almere, Purmerend, West en Noord. De mensen die naar de Bijlmer kwamen, wisten niet hoe het ooit geweest was. De Bijlmer was rauw, maar tegelijk ook ­gezellig en zorgzaam. Ik had een goede baan, maar voor veel mensen gold: we hebben weinig geld, we moeten iets voor elkaar betekenen. Dat was de sfeer van hier."

Volgende week: melkboer Charles Belderok.

De Bijlmer bestaat vijftig jaar. Het Parool bezoekt enkele pioniers van weleer.

1. De politieman
2. De architect
3. De onderwijzer
4. De zangeres
5. De melkboer
6. De verslaggever

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden