Plus Ten Slotte

Bij 'tante' Marie Louwerens (1931-2018) was je altijd welkom

Marie Louwerens was bazin en moeder. In café Emmelot kenden ze haar als tante Marie.

Marie Louwerens zwaaide tot haar dood de scepter over café Emmelot

"Ze was onze bazin, maar voelde als familie," zegt Karen Beerends (55). "Niemand werd overgeslagen." Rond vijf uur 's middags belde tante Marie naar de zaak, om te vragen hoeveel klanten er waren. Vervolgens werd door haar man, ome Piet, voor iedereen een bordje eten gebracht.

De geboren Amsterdamse was bijna zestig jaar uitbaatster van café Emmelot aan de Oudezijds Voorburgwal. Nadat haar moeder Johanna Heldoorn, in de buurt bekend als tante Jopie, het café had overgedragen, zwaaide zij tot haar de dood de scepter.

"Tot het laatste moment was zij kwiek en betrokken," zegt Beerends, al 32 jaar werkzaam in het café. Tante Marie woonde de hele tijd boven de zaak. Zo had ze goed overzicht over het terras. Als ze op de brug een groep luidruchtige jongens zag aankomen, belde ze snel naar beneden: 'Niet binnenlaten.'

In de jaren zeventig en tachtig ging de buurt achteruit door de vele drugsverslaafden. Post moest zelfs worden afgehaald bij het postkantoor, omdat de postbodes het niet meer langs durfden te brengen.

Vanwege de drugsoverlast werden vele cafés dichtgespijkerd. Alleen Emmelot bleef nog in de oude staat bestaan. Lastige bezoekers werden door de vaste klanten en het personeel de zaak uitgegooid. "Zolang je niets uithaalde, was je bij tante Marie welkom."

Achter haar personeel
Tijdens betere tijden bleef tante Marie ook achter het personeel staan als een klant de zaak uit werd gestuurd. "Of het nou een klant was die veel verteerde of later verhaal kwam halen, het maakte haar niks uit," zegt Beerends.

Ze verwachtte ook van klanten dat zij goed voor het personeel zorgden. Als iemand geen fooi gaf, zei ze tegen het personeel: 'Echt een Zeeuws meisje hè?' Om vervolgens met luide stem de klant na te roepen: 'Geen cent te veel hè?' "De volgende keer gaven ze altijd fooi."

Tosti na het uitgaan
Kleinzoon Stefano Lacroix (27) verhuisde op negenjarige leeftijd van Curaçao naar Amsterdam. Vanaf dat moment zorgde zijn oma voor hem. Hij bleef bij haar in bed slapen, lunchpakketjes werden klaargemaakt. "Vervolgens at iedereen op school mijn broodjes op, omdat dat de lekkerste waren."

Ook jaren later nog bleef hij dagelijks contact houden met zijn oma, eigenlijk bleef zij met iedereen contact houden. Als Lacroix 's avonds na het uitgaan zin had in een tosti, ging hij langs bij oma. Op vakantie was zij de eerste die elke ochtend gebeld werd. "Het liefst wilde ze ons altijd bij zich houden, als in een luciferdoosje."

Tot aan haar dood was zij nog dagelijks te vinden bij café Emmelot. Steevast aan het tweede tafeltje. Maandag 21 mei overleed ze op 87-jarige leeftijd. Dinsdag werd ze naar haar laatste rustplaats gebracht, naast haar Piet. Beerends: "Zo droog als hij altijd was, zal ie zeggen: 'Hè hè, ben je daar eindelijk?'"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden