Opinie

'Bij steeds meer burgers ontstaat het beeld dat OM geen betrouwbare partij is'

Opnieuw komt een minister van Justitie in de problemen door onduidelijke, mogelijk ondeugdelijke informatie, ditmaal door de affaire rond Volkert van der G. Het is tijd de koers te verleggen, schrijft Sander Janssen op de opiniepagina van Het Parool.

Minister Ard van der Steur dreigt net als zijn voorgangers in problemen te komen door schimmige antwoorden over de heikele kwestie rond Volkert van der G.Beeld ANP

De bonnetjes van Cees H., de foto van Volkert van der G., schimmige deals met kroongetuigen: de laatste jaren komt het ministerie van Veiligheid en Justitie, met het daaronder vallende Openbaar Ministerie (OM), keer op keer (zeer) negatief in het nieuws. Er zijn deze kabinetsperiode al twee bewindslieden gevallen en de nieuwe minister Ard van der Steur wacht een stevig debat over de juistheid van hetgeen hij de Tweede Kamer heeft verteld over de totstandkoming van de beruchte fotoreportage met Volkert van der G. in De Telegraaf.

Hoe langer hoe meer begint het beeld te ontstaan van een organisatie die halve waarheden spreekt, van alles te verbergen heeft, waar intern van alles broeit en men elkaar en in elk geval de eigen minister niet, niet volledig of zelfs ronduit onjuist informeert.

Deze ontwikkeling is onwenselijk vanwege de belangrijke en magistratelijke rol van het OM binnen het Nederlandse strafproces. Dit betekent dat het OM moet handelen alsof het zelf rechter is: onbevooroordeeld en met inachtneming van de belangen van slachtoffers, samenleving én verdachte.

Op basis van die magistratelijke taakopvatting heeft het OM een groot aantal bevoegdheden: het kan beschikken over een omvangrijk opsporingsapparaat met eveneens vergaande bevoegdheden, het heeft toegang tot informatie uit andere opsporingsonderzoeken die voor anderen niet toegankelijk zijn, kan processen-verbaal opmaken waarvan de juistheid (in beginsel) niet ter discussie staat, bepaalt welke informatie al dan niet aan de verdachte en de rechtbank ter beschikking wordt gesteld, et cetera. Als er redenen zouden zijn te twijfelen aan de manier waarmee het OM die bevoegdheden gebruikt, komt dat systeem op losse schroeven te staan.

Als justitie met twee maten meet
Minstens zo belangrijk is dat justitie het mandaat om burgers te vervolgen en - na een vonnis van de rechter - te bestraffen uiteindelijk ontleent aan het morele overwicht dat het over die burger heeft. Het zal misschien verbazen maar de gemiddelde verdachte of zo u wilt crimineel accepteert dat hij bestraft wordt vanwege een strafbaar feit (wat niet wil zeggen dat hij het leuk vindt of het niet probeert te voorkomen). Zij zijn echter oprecht verontwaardigd wanneer dat naar hun oordeel op een oneerlijke manier gebeurt of wanneer ze de indruk hebben dat justitie met twee maten meet, bijvoorbeeld bij de beoordeling van onrechtmatig optreden door de politie of bij de omgang met getuigen die tegen of juist vóór een verdachte verklaren.

De waarheidsvinding is er uiteraard niet bij gebaat wanneer bij burgers de indruk ontstaat dat zij er niet op kunnen vertrouwen dat de politie hen op een juiste manier behandelt of dat men sommige dingen wel, maar andere dingen juist liever niet wil horen. Zoals een getuige die bij het Hof een voor kroongetuige Fred Ros belastende verklaring aflegde zeer recent zei: 'Ik had niet het idee dat ik bij justitie een graag geziene gast zou zijn met dit verhaal.' Hij meldde zich daarom eerst bij een advocaat, niet bij de politie.

Door de aanhoudende negatieve berichtgeving zoals de hierboven genoemde zaken ontstaat bij steeds meer burgers het beeld van een OM dat geen betrouwbare partij is en dat om beweerde boeven op te kunnen sluiten bereid is juridische en ethische grenzen te overschrijden. De wetsvoorstellen van het ministerie worden zonder uitzondering gezien als pogingen de staat meer en meer bevoegdheden te geven ten koste van de privacy en rechtspositie van burgers. Of dat beeld nu op onderdelen terecht is of niet, doet niet eens zo ter zake: dat het bestaat is schadelijk voor het functioneren van de - daar is het onvermijdelijke woord - rechtsstaat.

Bevlogen en integere officieren van justitie
Het afkalvend aanzien van zowel OM als ministerie doet in elk geval geen recht aan alle bevlogen en integere officieren van justitie, wetgevingsjuristen en andere medewerkers die naar beste kunnen juist proberen bij te dragen aan het in stand houden van die rechtsstaat.

Minister Van der Steur zou het Kamerdebat van donderdag dan ook moeten aangrijpen om een koerswijziging binnen zijn ministerie aan te kondigen. Daarbij zou hij niet de nadruk moeten blijven leggen op law and order, crimefighting en de andere soundbites die onder zijn voorgangers zo populair waren, maar moeten inzetten op kwalitatief hoogstaande opsporing en vervolging, inclusief de daartoe noodzakelijke investeringen.

Van der Steur zou een einde moeten maken aan de compartimentering binnen zijn organisatie, waardoor het ene onderdeel geen zicht heeft op de activiteiten van het andere onderdeel en de verantwoordelijkheid bij incidenten steeds wordt doorgeschoven naar een andere afdeling.

De minister zou moeten uitdragen dat het opsporen van strafbare feiten en bestraffen van daders een heel groot goed is, maar niet iets is dat ten koste van alles mag gaan. Kortom: de minister moet zich ervoor inspannen het vertrouwen in zijn departement te herstellen, net als het morele overwicht dat voor een ministerie én het OM dat op deze kwetsbare gebieden opereert noodzakelijk is.

Wilt u reageren op dit artikel? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Beeld /
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden