Plus PS

Bij de Kruispost op de Wallen krijgen onverzekerden medische zorg

Longarts Nelleke Koedoot (59) is vrijwilliger bij de Kruispost, de medische post voor onverzekerden. 'Ze voelen zich gehoord.'

Beeld Marc Driessen

'Hoeveel pillen heeft u vandaag geslikt?' De meegekomen tolk van de kerk vertaalt de vraag voor de patiënt, een ­Braziliaanse vrouw, die er vermoeid uitziet. Ze klaagt over misselijkheid en hoofdpijn. Vandaag slikte ze twee pillen tegen haar hoge bloeddruk.

Arts Nelleke Koedoot luistert geduldig en schrijft nog een ander pilletje voor. Volgende week moet ze terugkomen naar Kruispost, waar onverzekerden op de Wallen medische zorg kunnen krijgen.

Illegalen (veel Brazilianen, Filipijnen en Indonesiërs, die veelal werken als schoonmaker), uitgeprocedeerde asielzoekers, daklozen en andere mensen zonder zorgverzekering kunnen er ­terecht voor hun gezondheidsklachten.

Antibiotica
Voor haar extra pilletje hoeft de vrouw bij de apotheek straks maar vijf euro eigen bijdrage te betalen, want het CAK betaalt de overige kosten. En als ze dat bedrag niet zou kunnen betalen, zou ze beroep kunnen doen op een speciaal noodfonds. "De gezondheidszorg in Nederland is goed geregeld. We kunnen zelfs doorverwijzen naar een aantal ziekenhuizen, zoals het AMC," zegt Koedoot.

In de wachtkamer ijsbeert een lange, knappe Braziliaanse jongen, duur horloge, hippe sneakers. Hij zit al een uur te wachten, moppert hij. De jongen heeft onveilige seks gehad en is door de GGD doorverwezen naar de Kruispost voor een shot antibiotica.

Over tien minuten heeft hij een afspraak op het Rembrandtplein - of het niet wat sneller kan, vraagt hij zich hardop af. Hij heeft pech, want de vloeistof voor het spuitje blijkt niet direct vindbaar. Koedoots collega zoekt mee. Onrustig tuurt de jongen op zijn horloge.

Beeld Marc Driessen

"Ik val soms flauw van naalden," waarschuwt hij. De prik moet in zijn bilspier, hij valt niet flauw en snel verlaat hij het pand.

Veel patiënten spreken geen Nederlands of Engels, wat een consult soms lastig maakt, maar ­Koedoot blijft geduldig en maakt zo nu en dan een grapje. Tegen een Afghaanse jongen die geen woord Engels spreekt: "Sorry, mijn ­Afghaans is niet zo goed." Het gesprek wordt verder met handen en voeten gevoerd en de jongen kan met een recept voor zijn neus­allergie naar de apotheek.

Sinds een halfjaar is Koedoot vrijwilliger bij de Kruispost. "Ik heb me aangemeld omdat ik tijd heb en iets terug wil doen voor de maatschappij." Eén avond in de week draait ze een dienst, samen met een andere arts en een ­baliemedewerker. "Iedereen hier doet het werk uit sociale betrokkenheid, dat vind ik bijzonder om te zien."

Tijdens het spreekuur maakt ze veel mee. Soms ziet ze schrijnende gevallen, zoals een moeder met een veel te vroeg geboren baby met een drain in het hoofdje. "Of een vluchteling uit Syrië. Hij lag nachtenlang wakker op de slaapzaal van de bed-bad-broodopvang."

"Wanhopig vroeg hij om slaappillen, maar die verstrekken we hier niet, net zomin als oxazepam en morfinepreparaten. De kans bestaat dat de pillen op straat worden verhandeld. Alleen als iemand een potje of een recept als bewijs kan overhandigen, mogen we het voorschrijven."

Veertigplusser in college
Pas op haar 45ste besloot Koedoot geneeskunde te gaan studeren: een langgekoesterde droom. "Ik wilde altijd al arts worden, maar had op de middelbare school niet het juiste vakkenpakket gekozen."

"Tijdens een vriendinnen­uitje in de Ardennen werden tarotkaarten gelegd. Daar kwam uit dat ik dokter moest worden. Dat gaf me het laatste zetje. Ik meldde me aan en twee dagen later sloot de selectieprocedure. Het moest blijkbaar zo zijn."

Haar echtgenoot, een kinderarts, overleed tijdens het derde jaar van haar studie aan de ziekte van Kahler, een vorm van beenmergkanker. "Hij vond het fantastisch dat ik weer ging studeren en heeft me altijd gesteund."

Een maand na zijn overlijden besloot ze weer college te gaan volgen. "Van thuiszitten werd het verdriet niet minder." Koedoot was de enige veertigplusser in de collegebanken.

"Er kwamen meiden naar me toe die met mijn dochter in de klas hadden gezeten. Ik ging niet studeren om een nieuwe vriendenkring op te bouwen, maar heb er toch een paar goede vriendschappen aan overgehouden. Deze zomer ga ik naar de bruiloft van een van hen, in Frankrijk."

Na haar studie wilde Koedoot graag internist-oncoloog worden, maar op haar 51ste werd ze voor die opleiding niet meer aangenomen. Dat lukte wel bij de opleiding tot longarts in het AMC.

Sinds haar afstuderen werkt ze drie dagen per week als longarts bij de tuberculoseafdeling van de GGD in Rotterdam en daarnaast als vrijwilliger bij de Kruispost. "Het werk hier geeft me energie. Het is fantastisch om met zo veel bevolkingsgroepen te werken. Het geeft een goed gevoel om als arts iets positiefs bij te kunnen dragen en ik leer elke week nieuwe dingen."

Beeld Marc Driessen

Heel af en toe gaat ook weleens wat mis, zoals wat ­Koedoot het 'prikincident' noemt. "Ik moest een wratje van iemands neus afschrapen en de neusvleugel van die man eerst verdoven. Tijdens het prikken raakte ik per ­ongeluk mijn eigen vinger. Omdat zijn neus bloedde, ­bestond het risico dat ik mezelf zou besmetten met aids."

"Ik moest de man na afloop vragen of hij aan een test wilde meewerken. Hij aarzelde wat, tot hij begreep dat ik hem net zo goed besmet kon hebben en dat we elkaar moesten helpen. Een dag later zaten we allebei bij de GGD. Gelukkig bleek er niks aan de hand."

Luisteren helpt
In andere culturen wordt heel anders met ziekte en medicatie omgegaan dan in Nederland, valt Koedoot op. "Laatst kwam er een jonge Braziliaanse vrouw binnen. Ze had heftige griep en riep huilend: 'Ik ga dood!' Ze wilde antibiotica, want dat wordt in haar land voorgeschreven bij griep, maar dat helpt helemaal niet bij een virus."

"Mensen willen graag regelmatig bevestigd krijgen dat er niets met ze aan de hand is. Ik denk dat eenzaamheid en depressieve klachten ook vaak een rol spelen." Soms worden mensen boos, maar niet vaak. "Het helpt meestal al om de tijd voor iemand te nemen, om serieus naar hun problemen te luisteren en proberen hen te helpen."

Er kloppen ook zwervers bij de Kruispost aan, op zoek naar een slaapplaats, en uitgeprocedeerde asielzoekers, die wanhopig om geld vragen voor een vliegticket terug naar het land van herkomst.

Zij worden dan doorverwezen naar het maatschappelijk werk binnen de Kruispost. Onveilig voelt Koedoot zich nooit. "We hebben een alarmknop, maar die heb ik nog nooit hoeven gebruiken."

De laatste patiënt van de avond is een man uit Polen. Bleek gezicht, holle ogen. Hij lijdt al jaren aan hepatitis, vertelt hij. Bij gebrek aan werk in de fabriek verdient hij zijn geld als levend standbeeld op de Dam.

"Misschien heb je me weleens gezien? Ik ben het skelet."

De man maakt zich zorgen over zijn lever, slaapt slecht en is in korte tijd vermagerd, zegt hij. Hij wijst naar een rood vlekje bij zijn mond. "Herpes," constateert Koedoot.

"Daar kun je een crème voor kopen bij de drogist." Ze drukt op zijn buik en informeert naar de kleur van zijn urine: "Is it yellow, or more like Coca-Cola?" Met zijn lever lijkt niets geks aan de hand. Hij moet terugkomen als hij nog meer afvalt.

"Wat een leven hè?" zegt Koedoot als de Pool vertrokken is. "Door dit werk besef ik nog meer hoe goed ik het heb en hoe belangrijk het is mijn tijd te besteden aan mensen die het minder hebben."

Buiten de reguliere zorg

De Kruispost aan de Oudezijds Voorburgwal, opgericht door Communitaire Gemeenschap Oudezijds 100 in ­samenwerking met de Johanniter Orde, bestaat sinds 1983 en biedt medische en psychosociale hulp aan mensen die in de reguliere zorg geen hulp kunnen vinden: onverzekerden, daklozen en (uitgeprocedeerde) asiel­zoekers. Per jaar weten zo'n 3200 patiënten Kruispost te vinden voor gezamenlijk zo'n 6500 consulten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden