Plus

Bij de inburgeringsles: 'Weten jullie wat onontbeerlijk betekent?'

Elke vluchteling die sinds 2013 een verblijfsvergunning heeft, is verplicht om zélf een geschikte cursus te zoeken en in drie jaar in te burgeren. Wat leren ze precies? Het Parool schoof aan bij de inburgeringslessen van Vluchtelingenwerk op het Surinameplein.

Docent Otto van der Haar (staand) geeft uitleg aan de Eritrese Medhanie (28): 'Alleen de grammatica vind ik nog erg moeilijk.' Beeld Mats van Soolingen

'Die meneer heeft een heel groot huis met een tuin, een villa heet dat. In zijn villa heeft hij een poezenhuis gebouwd. Hij houdt namelijk zo veel van zijn poes dat hij een mooi huis voor haar heeft gemaakt," legt klassenassistent Annemieke uit aan de hand van een leerboek.

Ze spreekt lief en langzaam, articuleert nadrukkelijk. Met donkere, welwillende ogen kijkt Abel (28) uit Eritrea haar aan. Hij knikt. "Poezenhuis..." zegt hij haar na.

Inburgeringsexamen
Je ziet hem peinzen, maar hij prent het ijverig in zijn hoofd: 'poezenhuis'. Natuurlijk. Hij wil dat inburgeringsexamen graag halen en als daar poezenhuizen bij horen, dan zij het zo.

Twee keer per week gaat Abel net als tientallen andere vluchtelingen uit Amsterdam naar de inburgeringscursus van Vluchtelingenwerk Noordwest-Nederland op het Surinameplein. Dat betekent acht lesuren per week, acht uur huiswerk en anderhalf uur hulp van een taalcoach.

De meeste vluchtelingen doen examen op A2-niveau, de meest eenvoudige basiskennis van het Nederlands, maar het is ook mogelijk om voor het hogere taalniveau B1 of B2 te kiezen. Tahera (30) en Tafsir (34) uit Afghanistan oefenen aan een carrévormige tafelopstelling met een voorbeeldopdracht 'lezen'.

De moeilijkste woorden
In januari doen ze allebei het examen lezen en luisteren. Ingespannen turen ze in de boeken. Hun wijsvingers glijden langs de regels. "Waarom kun je tijdens de studie informatica begrip krijgen voor de onderliggende concepten?" prevelt Tahera. Het antwoord op die vraag moet ze zien terug te vinden in een niet al te opwindende tekst over informatica.

Docent Marianne Houben helpt met de moeilijkste woorden: "Gemeengoed is hetzelfde als normaal. En weten jullie wat onontbeerlijk is?" Wat hulpeloos kijken Tahera en Tafsir haar aan. "Dat je er niet zonder kan," legt Houben uit.

Padon (30) Beeld Mats van Soolingen

Op de achtergrond klinkt gedempt de geduldige stem van klassenassistent Annemieke, die de woordenschat van Abel en Semhar (31) probeert te vergroten. Annemieke is een vrijwilliger van Vluchtelingenwerk die de docent ondersteunt tijdens de lessen. "Nee, dat is geen snor. Vrouwen hebben toch geen snor! Dat zijn lippen. Lip-pen." "En wat is een zakdoek?"

Blijk van herkenning
Als het stil blijft, snelt ­Annemieke naar de kapstok om een geruite zakdoek uit haar jaszak te vissen. "Dit is een zakdoek." Ferm snuit ze haar neus. "Nu snuit ik mijn neus." Abel en Semhar lachen als blijk van herkenning.

Abel zucht. Hartstikke moeilijk vindt hij de cursus. "In het begin dacht ik: waar ga ik beginnen? Hoe ga ik dit ooit leren? Alles was nieuw voor mij: schrijven, lezen, de regels van Nederland. Er kwam zo veel op me af."

Abel kreeg, zoals elke vluchteling met een verblijfsvergunning, een brief van de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO). Deze dienst is verantwoordelijk voor de uitvoering van de inburgering. In de brief staat dat hij verplicht is om binnen drie jaar in te burgeren.

Dat houdt in dat hij moet slagen voor de zes examens lezen, luisteren, spreken, schrijven, kennis Nederlandse maatschappij en oriëntatie op de Nederlandse arbeidsmarkt. Die brief levert volgens Riki Kooyman, projectmedewerker inburgering van Vluchtelingenwerk Noordwest-Nederland, nog weleens problemen op.

"Hij was aanvankelijk in het Nederlands, geschreven in formele, ambtelijke taal. De tekst is niet te begrijpen voor iemand die de taal niet machtig is. Vluchtelingen moeten dan ook de hulp inschakelen van iemand anders, bijvoorbeeld een maatschappelijk begeleider van Vluchtelingenwerk."

Lang aandringen
"Gelukkig is deze brief na lang aandringen van Vluchtelingenwerk onlangs in een vertaalde versie beschikbaar geworden. Eerder kon het voorkomen dat mensen te laat in actie kwamen, omdat ze de brief niet snapten. Die tijd ging van de drie jaar af die ze hadden om in te burgeren."

Mahin (50) uit Iran is inmiddels een jaar bezig met de inburgeringscursus. Ze heeft nog veel moeite met de ­Nederlandse taal. "En dat terwijl mijn kinderen al zo goed ­Nederlands kunnen praten," verzucht ze.

"Ik blijf achter. Dat vind ik niet leuk. Daardoor voel ik me zo oud." Ze bloost hevig bij die bekentenis. Tafsir knikt: "Ik ben soms ook jaloers op mijn zoon van negen, die al perfect Nederlands praat. Hij plaagt mij met mijn slechte Nederlands: 'Mam, wat zeg jíj nou weer?'"

Niet alleen de taal vindt ze lastig, ook alle kennis die erbij hoort. "Ik moet bijvoorbeeld alle namen van instanties en verzekeringsmaatschappijen uit mijn hoofd leren. In mijn land had je maar één verzekering voor gezondheid. Jullie hebben er zo veel!" zegt ze.

Vol instinkers
Marianne Houben zet soms vraagtekens bij de dingen die vluchtelingen moeten leren. "Zo moeten ze weten dat de ouderbijdrage bestaat. Zelf wist ik daar pas van toen mijn zoon naar de basisschool ging. Zijn dat soort dingen echt zo belangrijk om te weten als je in een nieuw land komt?"

Houben is al negen jaar gecertificeerd NT2-docent en sinds 2013 actief bij Vluchtelingenwerk. Ze zag in die tijd veel veranderen in het inburgeringsexamen.

Tafsir (34) Beeld Mats van Soolingen

"Het is een stuk moeilijker geworden. Dat geldt vooral voor het leesexamen. Veel van de vluchtelingen in Nederland zakken hier de eerste keer voor. Dat komt omdat de teksten veel beleidstaal bevatten en de meerkeuzevragen vol instinkers zitten, waar ik zelf soms ook nog intrap. Ik denk dat het makkelijker kan. Als mensen eerst maar eens de basis leren, dan kunnen ze hun kennis later verder uitbreiden."

Te bescheiden
Houben begint de les meestal klassikaal. "Dan spreken we met de groep over een onderwerp uit het nieuws of iets anders dat ze bezighoudt. Daarna gaan we in kleine groepjes verder, die Annemieke en ik individueel begeleiden. Dat doen we omdat de cursisten qua niveau van elkaar verschillen."

Mensen die al een opleiding hebben gedaan of een tweede taal spreken, doen het volgens Houben doorgaans beter. Voor Eritreeërs is het stukken lastiger. "Ze hebben weinig leer- en werkervaring, zijn andere regels gewend. Ook zijn ze vaak bescheiden en daardoor bang om iets te zeggen. Je moet ze echt stimuleren."

Pas écht moeilijk wordt het voor mensen die analfabeet zijn, die nooit eerder naar school zijn geweest of geen idee hebben hoe een computer werkt, terwijl het examen grotendeels op de computer moet worden gemaakt.

Houben: "Ook deze mensen moeten het examen halen, maar ­krijgen bij de gestelde termijn van drie jaar een verlenging van maximaal twee jaar. Dat valt desondanks niet mee als je vanaf nul moet beginnen."

Alles was nieuw
In een ander klaslokaal geeft docent Otto van der Haar les. Nu en dan hurkt hij neer bij een leerling. Op fluistertoon geeft hij uitleg bij opgaven die met potlood moeten worden ingevuld.

Padon (30) uit Tibet is een voorbeeld van iemand die nooit eerder naar school ging, het alfabet niet kende en niet wist hoe ze met een computer moest omgaan. Toch spreekt ze nu een mondje Nederlands. ­"Alles was nieuw voor mij. In het begin verstond ik niemand, waardoor ik me erg eenzaam voelde. Gelukkig kan ik nu een beetje Nederlands praten en begrijpen."

De ­Eritreeërs Medhanie (28) en Nesredin (38) doen het volgens Van der Haar tegen de verwachtingen in verrassend goed. "Zij behoren tot de topgroep," zegt hij trots.

Fatima (30) Beeld Mats van Soolingen

"Mijn vriend en ik spreken onderling ook Nederlands om te oefenen. Alleen de grammatica vind ik nog erg moeilijk," vertelt Medhanie. Fatima (30) uit Afghanistan probeert een brief te schrijven waarin ze de buren moet waarschuwen voor een luidruchtig feestje. "Praten en luisteren gaat goed, maar schrijven is lastig," zegt ze. "Om te oefenen schrijf ik kaartjes naar de buurvrouw."

Afspraak met de bedrijfarts
In de klas van Marianne Houben oefent vrijwilliger Annemieke nog steeds woordjes met Abel en Semhar. De meeste andere leerlingen zitten muisstil over hun boek gebogen of achter de computer. Zemichael (29) uit Eritrea oefent achter de computer met een leesexamen. Hij bekijkt een uit het kantoorleven gegrepen tekst.

Zinvol om te begrijpen als je een afspraak met de bedrijfsarts wilt maken en niet voor een dichte deur wilt staan, omdat je alle bijzonderheden rondom diens werkrooster niet goed hebt gelezen. Lastig als je hoopt je examen tot een goed einde te brengen. Wat wezenloos leest Zemichael de tekst meerdere keren door. Aarzelend kijkt hij opzij. Zijn vinger zweeft boven het toetsenbord: "Antwoord C?"

Mahin zit intussen met een koptelefoon achter de computer en bekijkt verschillende lesfilmpjes, voorzien van meerkeuzevragen. Wat moet Monica doen als haar pasteitjes worden geweigerd? Boos worden, verdrietig zijn of vriendelijk blijven? Ingespannen denkt Mahin aan de Perzische koeken die ze zojuist heeft uitgedeeld. Vriendelijk blijven dan maar.

Geen koffie
In de korte pauze die Houben inlast, vertelt Mahin dat ze moe is. Ze heeft die nacht niet geslapen, doolde rond in huis. "Mijn hart klopte zo snel. De dokter zegt dat ik negen uur lang geen koffie of thee moet drinken." Abel snapt haar. Hij legt zijn vuist op zijn hartstreek: "Hart beetje sneller. Heb ik ook. Heel snel." Mahin knikt verrast: "Ja, dat! Hart gaat van boem boem boem." "Geen koffie drinken," adviseert Abel.

Terloops komen ze soms voorbij; angsten, gevoelens, herinneringen, harten die razendsnel kloppen. Houben: "Het oefenen van de verleden tijd kan soms allerlei herinneringen oproepen van heftige gebeurtenissen, zoals bijvoorbeeld bombardementen. Bij het leren van woorden rondom familie kan in de les ineens duidelijk worden dat iemand al zijn broers en zussen heeft verloren."

Het gebruik van de combinatie 'nk' in werkwoorden als denken en schenken werd een Syriër pas echt helder toen Houben het woord 'zinken' noemde. 'O, een boot die zinkt!' riep hij uit. Hij had het zien gebeuren toen hij op een vluchtelingenboot zat.

Niet gemotiveerd
Als cursisten dwars of niet gemotiveerd zijn, is daar volgens Houben vrijwel altijd een oorzaak voor. "Zorgen over hun familie in Syrië die onder vuur ligt, trauma's, problemen in het huwelijk, het verlies van dierbaren. Hun hoofd staat dan helemaal niet naar een taalcursus. Ik treed daarom nooit op als een strenge schooljuf als ze te laat zijn of niet meedoen. Het is hun ­eigen verantwoordelijkheid."

Docent Marianne Houben (staand) helpt Tafsir (34, links) en Tahera (30) uit Afghanistan met een voorbeeldopdracht 'lezen' Beeld Mats van Soolingen

Tahera ontdekte dwars door al haar problemen en nare herinneringen heen dat ze onvermoede talenten bezat. "In Afghanistan was ik huisvrouw. Ik ben niet gewend om te leren, nooit naar school geweest, nooit gewerkt. Het was zeker niet makkelijk toen ik begon met de cursus."

"Ik heb weinig tijd om te studeren, omdat ik een baby thuis heb. Maar ik doe wat ik kan. Ik luister veel naar Radio 1 en lees Nederlandse kranten en boeken om de cultuur goed te ­leren kennen. Soms sta ik met de buurvrouw in de lift en ben ik blij dat ik kan oefenen met Nederlands praten. ­Helaas is de lift altijd zo snel boven. Dan denk ik: jammer."

Bloedeloze woordenbrij
Houben vindt het mooi om mensen boven zichzelf uit te zien stijgen. "Tahera kan erg goed leren, terwijl ze eerder niet eens wist dat ze het in zich had. En kijk naar Abel. Hij durfde zichzelf in het Nederlands voor de klas te presenteren, terwijl hij dat eigenlijk heel eng vond."

Annemieke is nog steeds met hem bezig om de Nederlandse woordjes erin te krijgen. "Nee, als je hoofdpijn hebt, ga je niet naar het ziekenhuis, maar eerst naar de huisarts. Huis-arts." Ze heeft de geruite zakdoek weer tevoorschijn gehaald. "En wat was dit ook alweer? Juist! Zakdoek!"

Tahera leest in brokjes een tekst uit het leesexamen voor: "Waa-rom is samen-werking met het be-drijfs-leven ­­­be-lang-rijk tijdens de studie in-for-matica?" Het antwoord bevindt zich ergens in een bloedeloze woordenbrij op de pagina daarnaast. Ze legt met een zucht haar bril op tafel.

Er komt pas weer vuur in haar donkere ogen als ze haar plannen onthult: "Het liefst wil ik hierna een beroeps­opleiding voor docent gaan doen. Als ik daarna mijn eigen geld kan verdienen, ben ik niet meer afhankelijk. Dan kan ik sparen om mijn kinderen later te laten studeren." En dus plaatst ze haar bril weer op haar neus, volgen haar ­vingers geduldig de regels en ploetert ze dapper door.

Medhanie (28) Beeld Mats van Soolingen

Inburgeringscursus: zelf betalen
In 2013 is het nieuwe inburgeringsstelsel in werking getreden. Dat betekent dat vluchtelingen vanaf 2013 zelf verantwoordelijk zijn voor hun inburgering; zij moeten een cursus kiezen uit de beschikbare taalaanbieders.

Eerder was het de taak van de gemeente om een goede inburgeringscursus aan te bieden. In Amsterdam zijn 22 taalaanbieders actief. De kosten daarvan verschillen per taalschool. Vluchtelingenwerk Noordwest-­Nederland geeft les aan zes verschillende klassen op het ­Surinameplein in West en aan twee klassen in Zuidoost.

Alle inburgeringsplichtigen, waaronder vluchtelingen, kunnen tot maximaal 10.000 euro lenen bij DUO om de lessen te bekostigen. Als ze binnen drie jaar slagen, wordt de lening door DUO kwijtgescholden.

Halen ze het examen niet op tijd en blijkt dit verwijtbaar te zijn aan hen, dan moeten ze de lening én een boete variërend van 250 tot 1250 euro betalen. In sommige gevallen is een ontheffing of verlenging nodig, maar daaraan zijn strenge voorwaarden verbonden.

Inburgeringsexamen
Uit onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat nauwelijks vier op de tien migranten (39 procent) op dit moment slagen voor het inburgeringsexamen. Voordat het beleid in 2013 veranderde, was dit nog ruim 80 procent.

Volgens de Algemene Rekenkamer is het regelen van een cursus en het examen vaak veel te ingewikkeld voor ­inburgeraars. Niet alleen het slagingspercentage is gehalveerd, ook zijn steeds minder vluchtelingen gemotiveerd om op een hoger taalniveau examen te doen. In de oude situatie deed nog zo'n 20 procent op een hoger taal­niveau examen, vorig jaar was dat slechts 2 procent.

(Bron: Algemene Rekenkamer)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden