Big in Japan: dit Amsterdamse coutureduo

Het Amsterdamse upcyclemerk Atelier Reservé werkt met gebruikte legerkleding en jeans. Niet uit milieubewustzijn, maar puur vanwege de ­esthetiek van de stoffen.

Deyrinio Fraenk (links) en Alljan Moehamad van Atelier Reservé. 'Dit zijn stoffen die mooier worden door het dragen en het wassen' Beeld Dingena Mol

Twee paar ogen flitsen door de kledingrekken op het ­Waterlooplein. De blikken van Alljan Moehamad (36) en Deyrinio Fraenk (33) blijven hangen bij een geel met blauw zeiljack van het merk Helly Hansen. Het heeft wel wat.

Weer eens wat anders dan de legerkleding en spijkerbroeken die ze normaal aan stukken knippen om nieuwe creaties van te maken. In Japan, waar hun modelabel Atelier Reservé al wordt ingekocht door een bekend warenhuis, is men wel toe aan iets nieuws. Iets met nylon misschien?

Is het de kleurencombinatie van fel geel, donkerblauw en een witte bies die hun belangstelling trekt? Of is het de shape, zoals Fraenk zegt, de pasvorm? Het zeiljack straalt meteen uit dat het uit een andere eeuw stamt. Het is so ­nineties.

Moehamad formuleert het zo: "Het merk is even weggeweest." Maar in het genre van jassen bestand tegen weer en wind is dit jack helemaal niet verkeerd, denkt hij nog steeds hardop. "Dit is niet zo'n regenjas waarin je opa en oma rondlopen als duopakket."

"Hier zie je wat kleuren met elkaar doen." De gedachten van Fraenk gaan intussen toch weer richting denim. Stel je voor dat ze het geel van de jas uitvoeren in resten van jeans, maar dan helemaal verwassen en opnieuw ­gekleurd.

"Als we het stonewashen wordt het zo zacht, veel zachter dan deze stof." Moehamad ziet het nu ook helemaal zitten. Dat geel en blauw kan terugkomen in verschillende kleuren denim. "We kunnen met kleurvlakken werken. Donker en licht."

Grondstoffen van de markt
Het windjack blijft uiteindelijk achter tussen de tweedehandskleding op het Waterlooplein, maar Moehamad en Fraenk zijn weer een idee rijker. En zo gaat het vaker bij hun 'upcyclemerk' dat kleding hergebruikt door er flink de schaar in te zetten om er daarna compleet nieuwe couture van te maken. Ook de grondstoffen komen soms van de markt.

Hier op het Waterlooplein vonden ze een rood kleed met een geborduurd motief van goud. Een marktkoopman had het in gebruik als erfafscheiding met de kraam naast hem. Nu het verwerkt is in twee jassen lijkt het wel fluweel.

Atelier Reservé timmert stevig aan de weg. Dit weekend staat het label op de Denim Days, het mode-evenement waar Amsterdam zich presenteert als denimhoofdstad. Vorige maand vertegenwoordigden Moehamad en Fraenk Amsterdam bij de New Yorkse editie van Denim Days.

Op ­basis van restpartijen die ze daar kochten, maakten ze ter plekke een jas, ook weer uit versneden stukken jeans. In de Y op de rug zijn nog makkelijk twee losgetornde broekspijpen te herkennen.

Om de initialen van New York City compleet te maken zijn in beide jaspanden een N en een C verwerkt.

"Dit zijn stoffen die mooier worden door het dragen en het wassen," zegt Fraenk. Dat is ook het voordeel van ­denim, legerkleding en leer. "Andere dingen worden juist lelijk als je ze oud koopt, zoals trainingspakken en joggingbroeken."

Oude spijkerbroeken zoals Levi's 501 gebruiken ze graag. In jongere of goedkopere broeken zitten vaak kunststoffen die meerekken.

"Er moet niet te veel stretch in zitten. Dan krijgt het gewoon niet de juiste feel als het ouder is. Dat elasthaan ziet er gewoon heel raar uit."

Deyrinio Fraenk aan het werk in het atelier Beeld Dingena Mol

Twee jaar geleden begonnen ze met een kimono ­gemaakt uit een partij broekspijpen van een verkoper op de Albert Cuyp die de oude spijkerbroeken had afgeknipt om er hotpants van te maken.

"Die heb ik nog opgehaald met de ­auto van mijn schoonmoeder. Oude stoffen krijgen een ­bepaalde handfeel, die kan je niet kopiëren. Daarom zijn we in onze eigen kast gaan kijken en op het Waterlooplein: wat kan ik uit elkaar halen? We zijn op zoek naar de valling die het krijgt omdat het oud is. Nieuwe stof blijft toch heel stroef."

Hij wijst naar een kledingrek in de etalage van hun atelier in de Beethovenstraat. "Nu hangt het gewoon heel lekker."

Coutureprijzen
In het atelier, tussen de naaimachines en met de tekeningen en foto's van Moehamad aan de muur, is ook meteen duidelijk dat het geen dumpstore is. "De klant valt er niet over dat het tweedehandsjes zijn geweest. Hier zie je meteen: het is allemaal design. Er is echt iets nieuws van ­gemaakt."

Wel veroorzaakt het winkelpand soms misverstanden, als voorbijgangers op de bonnefooi binnenstappen en schrikken van het prijskaartje: coutureprijzen. Moehamad lachend: "Heel vaak vinden ze het duur."

"Deze jas kost 1500 euro," wijst hij. Duur? "Dit is wel een buurt waar mensen zich zoiets kunnen permitteren. Die snappen wat het waard is: het is hier gemaakt, op de hand, als ik deze jas koop, ben ik de enige die er zo een heeft. Een ander koopt liever iets waar een merk op staat."

Het is trouwens niet de reden dat hun atelier hier zit. Het is een bewuste keuze om het leven van de stad op te zoeken, hun eigen stad, en zichzelf niet weg te stoppen op een bedrijventerrein.

"Hier komen mensen nog eens gezellig langs. Als je buiten de stad zit, komt niemand, hoor. Echt niet."

Tweede leven
In Japan is al een veel grotere markt voor hun ontwerpen, merken ze. "Tokyo is veel stylisher met supergoede vintagewinkels waar zo vijf- of tienduizend euro wordt neergeteld."

Fraenk: "Nederlanders zijn meer koopjesgericht. Kijken, nog een keer naar de winkel, steeds maar niet ­kopen. En dan is het weg." Moehamad: "Of ze wachten tot de uitverkoop. Als een Japanner iets ziet wat hem aanspreekt, moet hij het hebben."

Nog een misverstand: het is Atelier Reservé niet om duurzaamheid te doen. "Dat denken mensen wel. Dan willen journalisten uit een interview halen dat we sustainable zijn of green."

Of ze worden neergezet als tegenwicht voor de goedkope en onder dubieuze arbeidsomstandigheden geproduceerde fast-fashion van grote winkelketens.

Beeld Dingena Mol

"Maar we gebruiken dit soort stoffen puur vanwege de ­esthetiek. Omdat we het mooi vinden. Ik vind het ook leuker als mijn schoenen er oud uitzien dan wanneer ze nieuw zijn."

Maar de stoffen zijn natuurlijk wel door en door duurzaam, alleen al letterlijk genomen, omdat ze al zolang meegaan.

"Ik hoef niet te vertellen dat het sustainable is. Ook al zeg ik dat we het niet zijn, we zijn het wel. Omdat je aan onze ontwerpen ziet dat de stof al een leven heeft ­gehad en nu een tweede leven krijgt. De boodschap is misschien wel beter dan bij een merk dat wel sustainable is, maar waar je het niet aan ziet," zegt Moehamad.

Door de groei die Atelier Reservé doormaakt, staan ze wel op het punt een deel van de productie uit handen te ­geven aan naai-ateliers. Voor stoffen kunnen ze niet meer alleen teren op wat ze vinden op de markt. Opkopers die weten wat ze nodig hebben kopen speciaal voor hen partijen op bij vlooienmarkten in Parijs.

"Dan zitten we de volgende dag weer met onze neuzen vol stof, maar dan hebben we wel weer tweehonderd of driehonderd broeken. Het is het waard."

Beeld Dingena Mol

What are you thinking bout? 1/1 #barneysjapan #reservéboysontour

93 Likes, 3 Comments - Atelier Reservé (@reserveboys) on Instagram: "What are you thinking bout? 1/1 #barneysjapan #reservéboysontour"

Wekelijks een overzicht van de nieuwste hotspots, uitgaanstips, films en restaurants in je mailbox? Schrijf je dan nu in voor de Stadsgids-nieuwsbrief van Het Parool.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden