Plus PS

Bier brouwen in je tuinhuis of studentenkamer

Bij de een staat nog een grasmaaier in zijn brouwerij, de ander maakt bier in zijn kamer van 24 vierkante meter. Maar niets weerhoudt hen ervan om thuis bier te brouwen.

Edo de Haas (links) en Jeroen Mollink: 'Met bier drinken hebben we ervaring, heel veel ervaring' Beeld Eva Plevier

Edo de Haas (Digital Researcher) en Jeroen Mollink (Promovendus aan Radboud UMC).
Brouwen nu: 4 maanden

Het is gezellig in de flat van Jeroen Mollink. Sinds kort is die gekaapt voor de productie van bier, maar helemaal geëquipeerd voor bierproductie is de portiekflat in de ­Watergraafsmeer nou ook weer niet. Mollink: "We moeten steeds met twintig liter bier in een emmer vier trappen naar ­beneden, naar de kelder."

Bierbrouwen is afzien. Maar als je het goed timet, kun je de pijn verlichten door het vorige brouwsel voor te proeven als het nieuwe brouwsel wordt gemaakt. "Brouwen duurt toch een paar uur," zegt De Haas, "dat is best wel doorproeven."

De middelbareschoolvrienden zijn nog bijna biermaagd. "Toen Jeroen in Zwolle woonde, had hij een prachtig mooie kelder. Daar moeten we bier brouwen, bedacht ik." Waarom bier? "We zijn niet zulke wijndrinkers, maar we hebben wel ervaring met bier drinken. Heel veel ervaring."

Meer brouwen
Noem hen intuïtieve brouwers. "We zijn gewoon met een receptje voor een IPA naar de Brouwmarkt gegaan, een groothandel in Almere. Paar emmertjes gekocht, een pan van dertig liter, ingrediënten en toen in de keuken aan de slag. Dat ging meteen wel goed; er zat alcohol in en er kwam schuim op. We vonden het na een paar biertjes ook steeds beter worden."

"Intussen maken we om de twee weken twintig liter bier. Nog een paar IPA's, een tripel en toen we even niets meer wisten, hebben we van alles bij elkaar gegooid. Ging best, hoewel het toen nog best eventjes moest rijpen."

Veel meer dan thuisbrouwen woelt er nog niet, alhoewel er een voorzichtig schisma tussen de brouwbroeders ­schemert. "Het lijkt me best wel vet wat meer te brouwen," zegt De Haas, "maar dan halen we het niet meer in een zondagmiddag. En van twintig liter kun je de flesjes nog wel zelf doppen, bij honderd liter wordt dat best veel."

Jeroen Mollink: "Voor mij hoeft het echt niet. Ik probeer liever verschillende recepten uit. We zijn toch onze eigen grootste afnemer."

Daniel Oud: 'Mijn bier is al snel beter dan wat je in de supermarkt koopt' Beeld Eva Plevier

Daniel Oud (23), student
Brouwt nu: 3 jaar

Is het 24 vierkante meter of 21? Daniel Oud weet het niet precies. Maar een natuurlijke habitat voor brouwsels is zijn studentenkamer in Noord niet. En toch brouwt hij er dagelijks. "Het is een beetje mijn bierlaboratorium. Ik ­probeer telkens twee liter, dat krijg ik zelf nog wel op. Als ik tevreden ben, ga ik naar een vriend in Hoorn die in zijn schuur een mooie installatie heeft staan."

"Ik studeer voeding en diëtiek aan de HvA, eigenlijk door het bierbrouwen. Mijn vader nam me al vroeg mee naar een vriendenclub die ook brouwde. Ik vond die zoetige moutgeur toen nogal stinken, maar het is toch blijven hangen. Ik heb ook mijn stage bij een brouwerij gelopen."

"Ik ben nu vooral met gist aan de slag. Koelen tot 18 graden en kijken wat het doet. Of met een paar dekens naar 25 graden en dan de smaakverschillen proeven. Ik zoek graag de extremen op. Ik ben geïntrigeerd door de micro-organismen die de smaak van ons eten bepalen. Ik laat ook heel veel dingen fermenteren; zuurdesembrood of thee."

Duizend liter
Hij heeft er inmiddels zo'n veertig brouwsels op zitten. "Ik brouw ongeveer één keer per maand. Misschien is het drie keer niet gelukt. Ik heb geïnfecteerd bier gehad, ­gewoon omdat ik de boel niet goed had gepoetst. Dat kan je weggooien. Maar er is ook wel bier geweest dat niet is ­geworden wat ik ervan had gehoopt. Alhoewel mijn bier al snel beter is dan wat je in de supermarkt koopt."

Hij wil er na zijn studie meer mee doen. "Alleen is het nu geen goed idee iets te beginnen; in elke stad en dorp poppen nu brouwerijtjes op. Voor bierdrinkers is een lokale brouwer al niets nieuws meer. Ik ga liever bij een ­bestaande brouwerij aan de slag, ook om meer te leren van de industriële en de commerciële kant van het werk. En het lijkt me een kick om met duizend liter bier aan de slag te gaan."

Theo Verriet: 'Ik ben meer met bier bezig dan met mijn werk, dan is het geen hobby meer' Beeld Eva Plevier

Theo Verriet (48), IT-consultant
Brouwt nu: 2 jaar

Lastig voor een verstokte thuisbrouwer: vakantie. Toch zit Theo Verriet aan de Amerikaanse westkust, 9000 kilometer verwijderd van zijn bier dat staat te gisten in Amsterdam-Noord.

Toch is het brouwsel heel dichtbij. "Ik heb een ­camera, thermometer en hygrometer in mijn vergistingskast gehangen die ik via internet uitlees," zegt hij. "En ik kan met mijn mobiel de boel bijregelen. Dat was ook wel een voorwaarde om met vakantie te gaan."

Verriet staat op een kruispunt - figuurlijk gezien. Thuisbrouwen ontgroeit hij langzaam, richting, ja richting wat? "Ik werk freelance in de IT, maar ik ben meer met bier bezig, dan is het al geen hobby meer."

"Sinds twee maanden ben ik aan het bedenken of het meer moet worden. Ik wil gaan brouwen voor cafés, evenementen en slijters. Ik heb al een naam: Van Noord, een mannetje is bezig met een logo."

Brouwhol
Thuis, in landelijk Kadoelen, wil hij zijn recepten verfijnen om ze dan bij een broodbrouwer in forse hoeveel­heden op de ketel te zetten."

Het begon eenvoudig: "Ik liep twee jaar geleden bij ­Xenos tegen zo'n maak-uw-eigen-bierpakket aan. Dat was nog best te drinken ook. Maar de volgende mislukte grandioos, die kon ik weggooien. Geen idee waarom. Dus ben ik me erin gaan verdiepen. Ik kocht steeds wat meer, ben verhuisd naar het tuinhuisje dat ik heb omgebouwd tot brouwhol, alhoewel de grasmaaier er ook nog staat."

Inmiddels weet hij wat er misgaat, áls er wat misgaat. "Mijn laatste seizoens-IPA was best te pruimen, maar niet de hopbom die het had moeten zijn. Ik had een prachtmengsel van hopsoorten bedacht. Maar de smaak werd overstemd door een Amerikaanse hop die de boel had ­gekaapt. Wist ik veel dat die andere hoppen veel lichter ­waren, die waren blijven drijven. Had ik even in een zakje met knikkers moeten doen."

Verdiep je in je gist: de do's & don'ts van thuisbrouwen

Om maar meteen elk enthousiasme te dempen: bierbrouwen kan heel erg goed mislukken. "Het zijn allemaal ­opeenvolgende stappen die precies goed moeten gaan," zegt Rob Habets (60), meesterbrouwer van Brand Bier. "Maar je merkt meestal pas dat het mis is aan het einde; als je proeft. Thuisbrouwers zijn niet de meest ­kritische bierdrinkers. De echte proeve is als je het familie laat drinken, of ons."

En dan valt er heel wat door de mand, alhoewel, veel minder dan vroeger. "We organiseren jaarlijks een wedstrijd voor thuisbrouwers. Dit jaar waren er niet echt mislukkingen. Dat was zes jaar ­geleden wel anders."

Vooral de kennis van de benodigde grondstoffen is volgens Habets enorm toegenomen. "Brouwen is een fijn ­samenspel van chemische ­reacties. Je moet goed weten wat een ingrediënt doet en hoe je het moet behandelen."

Gevaren
Habets adviseert starters zich eerst goed in te lezen en dan te beginnen met een kant-en-klare set. Gevorderden moeten niet bang zijn hulp in te schakelen. "Veel thuisbrouwers blijven hangen in experimenteren. Je kunt ­online heel goede brouwmodellen vinden. En verdiep je goed in de gist, in een gistdatabank staat precies ­omschreven wat elke gist doet."

Temperatuur speelt een grote rol. "Veel thuisbrouwers doen speciaalbier dat nagist in de fles. Dat kun je brouwen bij kamertemperatuur. Maar probeer eens pils te brouwen. Dat moet je laten gisten op 8 tot 12 graden Celsius. ­Vergisten wekt warmte op, dus dat moet je nauwkeurig koelen."

Overal liggen gevaren op de loer. "Als je het gisten niet genoeg tijd geeft, vreet de gist zijn eigen troep niet op. Dan krijgt je bier de smaak van boter, of groene appel. Maar als je gist goed ­behandelt, is hij je daar dankbaar voor.

Beginner of brouwbaas, één ding staat volgens Habets voorop: hygiëne. "In het hele brouwproces kun je vuiligheid ­oplopen als je niet goed schoonmaakt. Je merkt het meteen aan een zwavel­achtige geur van het bier."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden