Plus

Bier, bitterballen en blaasmuziek in Carré

André Hazes en Stravinsky: de Amsterdamse Tramharmonie speelt het allebei net zo gemakkelijk. In 110 jaar groeide zij uit tot een gedreven én ontspannen topamateurorkest. Zaterdag wacht een vrijwel uitverkocht Carré.

Generale repetitie van de Amsterdamse TramharmonieBeeld Dingena Mol

Wie enigszins morsige mannen verwacht, komt bedrogen uit. Geen slechtzittende trambestuurdersoutfits, maar hippe gympen. Geen snorren, maar baardjes. En ook opmerkelijk veel vrouwen.

De Amsterdamse Tramharmonie, het klinkt, het moet gezegd, best een tikje oubollig. Naar natte sigaartjes en bolle buiken. Naar een hoop getoeter en een boel gebrom.

Van dat alles blijkt niets, deze avond bij Muziekvereniging Concordia in Oostzaan. Het zaaltje is goed gevuld met de ongeveer vijftig muzikanten van de harmonie, voor de gelegenheid aangevuld met een combo.

Ze zijn jong en ze zijn oud, ze zijn misschien een beetje ouderwetsig, maar zeker ook kek en modern. Leuke mensen.

Opvallend ook: de sfeer is heel ontspannen. Terwijl het hier toch de generale repetitie betreft, de laatste mogelijkheid om de puntjes op de i te zetten voordat zaterdagavond het hele gezelschap het 110-jarig jubileum viert met het eenmalige optreden Tramharmonie 110 jaar: Geef mij maar Amsterdam in Koninklijk Theater Carré.

Geiten en sjansen
Er wordt gegeit en gesjanst. Dirigent Jacco Nefs, van wie de spanning ook niet bepaald afdruipt, laat het allemaal begaan. Als enkele orkestleden na de aanvang van de repetitie het zaaltje nog betreden ('het verkeer zat even tegen'), worden zij hartelijk welkom geheten.

Voorafgaand aan deze generale repetitie had altsaxofonist Martijn Lucas (33) er nog min of meer voor gewaarschuwd: "Wij zijn altijd nogal slecht tijdens de generale, maar onze kracht is dat we met de uitvoering vaak op ons best zijn."

Dat belooft wat voor zaterdag, want het repertoire lijkt de harmonie vrij gemakkelijk af te gaan. Dirigent Nefs, die sowieso niet iemand van de botte bijl lijkt te zijn, beperkt zich tot minimale aanwijzingen. "Een beetje meer van je rampampam, rampampam. Alsjeblieft."

Niet iedere Amsterdammer zal bekend zijn met de Amsterdamse Tramharmonie. Het orkest werd in 1906 opgericht door conducteurs en trambestuurders van de Gemeentetram Amsterdam, tegenwoordig bekend als vervoersbedrijf GVB.

Sneeuwbui
Na een behoorlijke sneeuwbui, zo gaat het verhaal, waren de straten en de sporen onbegaanbaar en moesten de trams binnen blijven. Om de tijd te doden besloot een aantal van de trambestuurders muziek te maken. Na enkele maanden was er de Tramharmonie.

Het waren de jaren dat de Tramharmonie zijn naam nog echt eer aandeed. Na een dag hard werken vonden de conducteurs hun ontspanning bij bier, bitterballen en blaasmuziek. In de loop der jaren zou er echter serieus werk worden gemaakt van het orkest.

In 1995 kwam de Tramharmonie tijdens het concours in Amsterdam in de hoogste afdeling van harmonieorkesten en de jaren erna werd een aantal keer de eerste prijs in de wacht gesleept op concoursen die werden georganiseerd door de Koninklijke Nederlandse Federatie van Muziekverenigingen.

De banden met het GVB zijn inmiddels volledig doorgesneden: het vervoersbedrijf, dat zich nu concentreert op zijn kerntaken, heeft weinig tot niets meer te maken met de Tramharmonie.

Nieuwigheden
Hoewel de gezelligheid nog steeds overduidelijk aanwezig is, is er sinds die eerste jaren een boel veranderd. In 110 jaar is het orkest uitgegroeid van bedrijfsfanfare tot een van de beste harmonieorkesten van Nederland.

Het gezelschap speelde in de loop der jaren meer dan vijftig keer in het Concertgebouw. Er werd ook opgetreden in onder meer Paradiso, het Muziekgebouw aan 't IJ, de Beurs van Berlage, de Stadsschouwburg en theater De Meervaart. En dan nu dus Carré, een debuut.

Bijzondere uitvoering
En een uitvoering met nog een aantal nieuwigheden. Dirigent Nefs drukt de orkestleden voorafgaand aan de repetitie nog eens op het hart geconcentreerd te zijn. "Jongens, ik heb óók geen idee wat de akoestiek is in Carré."

Het wordt een bijzondere uitvoering zaterdag, zegt Neeltje van Balkom (32) die de hoorn bespeelt. Met theatermaker Joep Onderdelinden als reisleider maakt het orkest een muzikale tocht langs mijlpalen in de geschiedenis van Amsterdam en de Amsterdamse Tramharmonie.

"Willeke Alberti, Sjors van der Panne en Martijn Fischer zingen liedjes van vroeger en van nu. Van Johnny Jordaan, Hazes, Tante Leen tot Ramses Shaffy."

Beluister hier een stuk van de Amsterdamse Tramharmonie:
(tekst gaat hieronder verder)

Typisch Jordaangeluid
In maart verkaste een deel van het orkest naar Café Lowietje in de Derde Goudsbloemdwarsstraat waar ze op zoek gingen naar het typische Jordaangeluid.

Vijf zangers werden naar aanleiding van hun ingezonden demo geselecteerd om auditie te komen doen. De jury koos als winnaar voor de jonge Davey Bindervoet (22), die zaterdag een medley van Johnny Jordaan zal brengen.

Onverwacht leverde de auditie echter ook een tweede winnaar op: Nancy Visser vertolkte Oh Johnny volgens de jury zo wondermooi, dat zij dat lied voor haar rekening mag nemen in Carré.

De zaal, waar morgen plek is voor 1450 bezoekers, is al praktisch uitverkocht, zegt Lucas, die niet alleen de altsaxofoon bespeelt, maar ook betrokken is bij de organisatie van het bijzondere optreden.

"Ik geloof dat er nog honderd kaartjes beschikbaar zijn, dus we hebben er alle vertrouwen in dat het zaterdagavond vol zit." Tijdens de generale repetitie druipt het spelplezier van de orkestleden af. Aan de Amsterdamse grachten, Geef mij maar Amsterdam en Mens, durf te leven zijn overbekend, maar wie de groep van vijftig muzikanten hoort spelen, raakt de deuntjes de rest van de dag niet meer kwijt.

Snik
En wie had kunnen denken dat je uit een klarinet ook nog een snik weet te persen. In weerwil van de traditie lijkt de generale repetitie dus soepel te verlopen. Terwijl de levensliederen zeker niet behoren tot het vaste repertoire van de Tramharmonie. Normaal gesproken wordt toch gekozen voor klassiekere muziek.

Annelies Schaafsma (56), bespeelster van de piccolo en de dwarsfluit, noemt de veelzijdigheid van het orkest een van de belangrijkste kwaliteiten. "We doen werk van Stravinsky, maar we geven bijvoorbeeld ook twee keer per jaar kinderconcerten in Paradiso met een verteller die een sprookje brengt."

Schaafsma is een oudgediende in het orkest en ook een van de weinigen die nog voor een band zorgt met het vervoerbedrijf dat aan de basis stond van de oprichting van de harmonie: haar vader werkte in een van de garages van het GVB en als achttienjarige dochter mocht zij 38 jaar geleden lid worden van het orkest. "Kinderen van GVB'ers mochten ook lid worden."

Topgezelschap
Hoe kan het dat een eenvoudig tramorkest in de loop der jaren uitgroeide tot een van de topamateurgezelschappen van Nederland?

Volgens Lucas heeft het te maken met de serieuze benadering van de muzikanten. "De meeste mensen zijn ook buiten de harmonie om ambitieus. We willen niet zomaar een beetje muziek maken, maar het op een zo goed mogelijke manier doen. Ik denk dat je dat terugziet in onze uitvoeringen."

Het is duidelijk: de Amsterdamse Tramharmonie heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. De gala-uniformen van de eerste leden (met conducteurspetjes) hebben plaatsgemaakt voor gedreven en tegelijk ontspannen muzikanten.

Voorzitter Marcel Otten ontmoette na afloop van een concert in een verzorgingshuis eens een 92-jarige vrouw wier vader in 1906, als bestuurder van een paardentram, betrokken was geweest bij de oprichting van de Tramharmonie. Haar commentaar? "Jullie zijn wel beter geworden met de jaren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden