Opinie

'Bewonersinspraak is een fopspeen'

De macht in Amsterdam ligt in de Stopera en daardoor groeit de kloof tussen bewoner en bestuur, betoogt bestuurslid Steve Smit van Huurdersvereniging Oostzaan. '45 parttimevolksvertegenwoordigers moeten tegenwicht bieden aan 14.000 ambtenaren.'

De Raadzaal van de Stopera Beeld Eva Plevier

De gemeente Amsterdam is te groot. Te groot voor een goede democratische controle, waardoor koninkrijken van bestuurders en ambtenaren kunnen ontstaan. De discussie in bestuurlijk Nederland ging de afgelopen jaren over de fusie van kleine gemeenten, maar de daadwerkelijke discussie moet gaan over de wijze waarop burgers nog invloed kunnen uitoefenen op het lokaal bestuur. Een te grote schaal is funest.

Dat is in Amsterdam het geval. Zeker na het afschaffen van de stadsdeelraden. Deze zijn vervangen door marionetten van het centrale stadsbestuur en er is een praatclub overgebleven als fopspeen voor buurtbewoners. De democratische controle van het beleid van de gemeente is daarmee overgelaten aan 45 raadsleden gesteund door een kleine griffie. 45 parttime volksvertegenwoordigers moeten tegenwicht bieden aan 14.000 ambtenaren.

Dat is een scheve verhouding. De politieke macht in Amsterdam ligt daarmee in de Stopera en niet in de buurten van de stad, niet bij de bevolking en ook niet bij de volksvertegenwoordiging. Het gevaar is daarmee dat regentesk gedrag niet meer wordt gecorrigeerd.

Bedrijfseconomisch model
In de afgelopen periode is de discussie in Nederland gegaan over gemeentelijke schaalvergroting. In het kader van termen als bestuurskracht en efficiency, is de (lokale) democratie echter meer dan een bedrijfseconomisch model.

Een overheid is de facto geen bedrijf. Het vinden van draagvlak en de inspraak van burgers kost tijd en geld. Inwoners moeten kunnen meepraten en meebeslissen over zaken die in hun eigen woon- en leefomgeving spelen.

Daarom moet er gekeken worden naar de juiste schaal om inspraak en participatie te organiseren. Dicht bij de mensen en in de buurten. Geen fopspeen, maar daadwerkelijke invloed. Met het afschaffen van de stadsdeelraden is het spreekwoordelijke kind met het badwater weggegooid. Dat is zonde.

De Amsterdamse politiek had tijdens de verkiezingen in maart 2018 de mond vol van democratisering. Als er echt werk van wordt gemaakt, wordt erkend dat dit nieuwe stelsel ten koste is gegaan van de invloed van inwoners.

Het is tijd voor meer daadwerkelijke invloed van de burgers. Niet alleen het recht om te mogen inspreken bij vergaderingen. Politici en bestuurders zullen dan een deel van hun macht weer moeten afgeven. Dat is moeilijk voor ze. Echter, macht zonder draagvlak zorgt voor het afkalven van de legitimiteit van deze macht.

Zoals John Jansen van Galen op 22 augustus 2018 op deze opiniepagina schreef, zal de macht dan weer veroverd moeten worden. Die moet naar de mensen terug in de buurten. Macht heeft tegenmacht nodig.

Bar slecht
Sinds 2010 is er veel gemorreld aan het democratische stelsel in Amsterdam, maar erkend moet worden dat de huidige structuur bar slecht is. Het oude stelsel was verre van ideaal. Het was soms juist het verlengstuk van de politiek in het stadhuis, maar het nieuwe stelsel is nog verder verwijderd van het ideale plaatje.

Tijd voor iets nieuws dus. En nu goed: met echte invloed, echte budgetten op buurt- en stadsdeelniveau en echte democratische controle van het beleid van de gemeente. Dichtbij de mensen en de buurten. Van centralisatie naar decentralisatie!

Steve Smit Beeld -
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden