Plus

Bewoners Haarlemmerpoort geven langzaam de hoop op

In de Haarlemmerpoort wonen mensen. Nóg wel. Want hoewel de Haarlemmerpleinbuurt al een enorme horecadichtheid kent, lijkt ook de poort nu een brasserie-met-terras te worden.

Beeld Martin Dijkstra

'Een géle bril!" De woorden worden uitgespuugd. Ongelovig bijna. Want het zal je overkomen: Decennia ergens wonen en opeens is er die dag dat er mensen in je huis staan, tussen je wasgoed en je muziekinstrumenten. Ze hadden nog net geen meetlinten bij zich, maar in hun ogen was de begerigheid zichtbaar: jóuw huis moet hún café worden. Niet dat ze onaardig waren, zegt John van Bodegom (60) nog, met zachte stem. Wat voor types het dan waren? Vriendin Lotje, die er regelmatig vertoeft, lijkt te zeggen wat haar vriend alleen maar denkt: "Wat voor types? Die ene had dus een géle bril!"

Plaats van handeling is de woonkamer van Van Bodegom, in de noordelijke uitbouw van de Haarlemmerpoort. Een magnifieke ruimte; vijf meter hoog, met ramen bijna tot aan het plafond. Buiten raast het verkeer over het Haarlemmerplein, maar binnen krijg je er weinig van mee. Dubbel glas reduceert de herrie tot een constant gezoem. Hooguit wanneer een trein langsrijdt, zwelt het aan tot iets met een brom. De woning is een beetje rommelig, maar schoon. Hier wordt geleefd, dat is duidelijk.

Net sluit zich
Van Bodegom zit er al bijna veertig jaar; hij is een van de bewoners van het eerste uur. Aanvankelijk als kraker en later, vanaf 1985, als huurder van een appartement in wat officieel de Willemspoort heet. Want inderdaad: er wónen mensen in het gebouw. Sterker nog: het gebouw is al jaren een extreem handig ­ingedeeld appartementencomplex in de vorm van een poort. Een aantal mensen bewoont de 'poten', maar de meeste appartementen bevinden zich boven, in het dak van de laatste poort die Amsterdam bouwde. En nu lijkt aan dat wonen grotendeels een einde te komen.

Woningcorporatie Ymere heeft plannen met de poort. Opknappen, dat om te beginnen, aangezien al zeker vijftien jaar nauwelijks onderhoud is gepleegd. Maar als het gebouw weer spic en span is, zal ook de Haarlemmerpoort eraan moeten geloven: er moet horeca in komen. Op de hele begane grond dus, en ook in de nog uit te graven kelders onder het gebouw. En buiten natuurlijk: tussen de poort en het water lijkt de stoep welhaast gemaakt voor een terras voor groot­stedelingen en alles wat zich daarmee verwant voelt. Alleen boven behoudt de Haarlemmerpoort een woonfunctie, zij het dat hier uiteindelijk slechts zes appartementen zullen terugkeren.

John van Bodegom en zijn twee dochters moeten wijken dus. En hetzelfde geldt voor Guido Egas (35), sinds 2005 bewoner van het zuidelijke hoekpand op het Haarlemmerplein. Hij ontvangt bezoek met open armen, want hoewel hij zich nog niet heeft neergelegd bij een vertrek, voelt hij dat het net zich aan het sluiten is. "Ze proberen ons al jaren weg te krijgen hier. In 2008 begon het al: Ymere stelde dat de fundering moest worden vervangen en wij eruit moesten." De huurders vochten het voornemen van de woningcorporatie aan en wisten door een gedegen tegenonderzoek aan te tonen dat de fundering helemaal zo slecht nog niet was. Egas: "Die bleek nog jaren mee te kunnen." Het zou echter nooit meer rustig worden, stellen de bewoners. "Ze willen ons hier weg hebben, ze hebben andere plannen met dit gebouw."

De woning van John BodegomBeeld Martin Dijkstra

Deplorabele staat
Loop eromheen en eronder door en je ziet dat het met de staat van de Haarlemmerpoort niet best gesteld is. De grijze muren vertonen barsten en vlekken en het houtwerk van de ­kozijnen is veelal in deplorabele staat. Helemaal nu het tegenovergelegen plein zo strak is geworden, springt het achterstallige onderhoud van de poort nogal in het oog.

En toch: zo erg als in de jaren zeventig van de vorige eeuw is het nog niet. Het was de tijd dat er weleens brokken steen naar beneden vielen. Rondom moesten lange stutten voorkomen dat het pand ineen zou zijgen en lange stalen banden om de poten hielden de boel bij elkaar. Van Bodegom: "Het was echt een bouwval toen."

De geschiedenis van de Haarlemmerpoort is geen gemakkelijke. In 1840 werd het gebouw feestelijk geopend ter ere van koning Willem II, maar toen al ging meer aandacht naar de vorst dan naar de architectonische waarde van de poort. En ook voor de jaren die volgden gold: onomstreden is het gebouw nooit geweest. Volgens geschiedenistijdschrift Ons Amsterdam is kritiek op de Haarlemmerpoort de rode draad door de eeuwen heen. 'Een ratjetoe van bouwstijlen, onzorgvuldig neergezet, een naargeestig hekwerk dat de levendige Haarlemmerdijk afsluit.'

Tikkeltje lomp
En het moet gezegd: je moet er even je best voor doen om verliefd te worden op de poort. Verfijnd is ie niet. Fiets over de Haarlemmerdijk in westelijke richting en je ziet 'm al opdoemen zo ongeveer vanaf de Prinsengracht: groot, grijs en, inderdaad, misschien ook wel een tikkeltje lomp. Een beetje een bokkig gebouw dat het einde van de binnenstad markeert. Parijs heeft de Arc de Triomphe, Amsterdam zijn Haarlemmerpoort.

Beeld Martin Dijkstra

In die jonge jaren al was er kritiek op de ligging. Eerst lag het gebouw vooral enorm in de weg: het drukker wordende verkeer in de richting van de nieuwe buitenwijken (het huidige stadsdeel West) moest onder de poort door om over de brug erachter te kunnen. Halverwege de negentiende eeuw echter werd de Willemsbrug aangelegd en verdween de poortfunctie omdat verkeer richting Haarlem erlángs reed in plaats van erdoor.

Hoewel Jacob van Lennep er in die tijd het eerste tappunt voor drinkwater aanlegde (duinwater werd hier verkocht voor één cent per emmer), was de poort toch een beetje een onbestemde plek: het gebouw werd gedoogd omdat het zo lekker níet in de weg stond. Een deel was in gebruik als brandweerkazerne, een ander deel als politiepost. In het gebouw bevonden zich onder meer twee politiecellen. Later zou ook het gemeentelijk Grondbedrijf enkele kantoren vestigen in de poort. In de spannende Koude Oorlogsjaren bestemde de gemeente de kelder bovendien als een schuilkelder in geval van een atoomaanval.

Eerst krakers
Tót halverwege de jaren zeventig dus. Er woonden her en der al enkele gezinnen in de dienstwoningen, maar op 26 mei 1978 namen krakers bezit van enkele leegstaande ruimtes. John van Bodegom, zelf niet actief in de kraakbeweging maar wel dringend op zoek naar woonruimte, hoorde in wijkcentrum Gouden Reael van de plannen. "Ik stond klaar met een bakfiets met mijn spullen. De echte krakers forceerden de deuren, vervingen de sloten en ik kon erin."

Het was het begin van een bijzondere tijd, vertelt Van Bodegom. Onder meer Jenny Hazenberg woonde er, de voorvrouw van de Parabeweging. "Zij liep rond in maankostuums van zilverfolie, met van die grote vleugels op haar rug en op onwaarschijnlijk hoge plateauzolen. En in de ruimte waar ik nu woon, hadden we een oefenruimte voor bandjes. Mooie jaren waren dat." Nadat ze in de poort waren getrokken, zijn de krakers zelf naar de gemeente gegaan om afspraken te maken over de toekomst. "Wij mochten met twee architecten zelf plannen voor sociale woningbouw creëren. In 1984 zijn alle bewoners tijdelijk ergens anders gehuisvest, is de poort gerenoveerd en zijn alle woningen er ingebouwd, waarna we konden terugkeren als legale bewoners. Na de bouwvallige jaren en de grootscheepse ­renovatie, leek de toekomst van het gebouw veiliggesteld."

De woning van Gertie JaquetBeeld Martin Dijkstra

Het was ook de tijd dat illustrator Gertie Jaquet (57) en haar vriend twee naast elkaar gelegen woningen met een gemeenschappelijke keuken en badruimte in de Poort betrokken. Nu, 25 jaar later, wonen ze nog steeds op de tweede verdieping, pal onder het gemeenschappelijke dakterras. Vanuit een raam in de meer dan een meter dikke muur kijkt ze een eind de Haarlemmerdijk in. "We hebben geruild met twee vrouwen die hier samenwoonden en op zoek waren naar aparte huizen. Onze dochter is hier geboren en opgegroeid. Het is hier heel fijn wonen. Comfortabel, hoewel niet groot."

Eieren voor geld
Dat hun nu een vertrek boven het hoofd hangt, benauwt de bewoners enorm. Egas: "Dit is mijn huis, het is vreselijk dat het erop lijkt dat we moeten vertrekken." Jaquet: "Het drukt continu op je schouders. Het is ook niet zomaar een huis natuurlijk: de Haarlemmerpoort is na al die jaren ook voor een deel gaan bepalen wie ik ben."

Toch is het niet anders, zegt Gerbrant Corbee van Ymere. De corporatie heeft simpelweg een som moeten maken, zegt hij. "Het is een monument en dat maakt het onderhoud enorm duur. Wij zien ook wel in dat een forse opknapbeurt noodzakelijk is, maar we kunnen ons geld maar één keer uitgeven. Daarom willen we verkopen als we ermee klaar zijn. Voor wat we aan onderhoud kwijt zijn, kunnen we elders veel meer mensen huisvesten. In die zin is het eieren voor ons geld kiezen."

Het gemeenschappelijke dakterrasBeeld Martin Dijkstra

Het is volgens Corbee niet zo dat mensen gedwongen worden te verhuizen. "Na de renovatie zullen er nog zes appartementen zijn op de bovenste verdiepingen. Maar inderdaad: hoewel ze nog steeds gelden als sociale huurwoningen, zullen de huren wel hoger uitvallen. Bewoners die hier vast wonen, krijgen uiteraard vervangende woonruimte aangeboden." Is het niet jammer, dat zulke bijzondere woningen plaats moeten maken voor horeca? "Dat is een constatering van een feit."

Het valt allemaal niet mee voor die 'vaste' mensen. Egas zegt een twee keer zo hoge huur niet te kunnen betalen en voor John van Bodegom geldt dat hij na bijna veertig jaar enorm verknocht is geraakt aan wonen in de poort. "We hebben het nog niet opgegeven," zegt hij strijdbaar. "Waarom zou het niet mogelijk zijn om hier leuke dingen te doen voor de buurt? Wij zouden het graag in eigen beheer nemen." Egas: "Er zijn al zo veel kroegen en restaurants hier in de buurt. Waarom moet het hier een uitgaansplein worden?" Ondertussen is de horecavergunning al aangevraagd en lijkt het nog maar een kwestie van tijd voordat 'de kosmopolieten' bezit zullen nemen van de Amsterdamse triomf­boog aan het einde van de Haarlemmerdijk. Gertie Jaquet: "Ik ben bang dat we niet meer in sprookjes mogen geloven."

Stadspoorten

De Haarlemmerpoort is de enige bewoonde poort van Amsterdam. Aan de oostelijke kant van de stad staat nog de Muiderpoort overeind, maar dat dient als hoofdkantoor van de Nederlandse Orde van Belastingadviseurs. Het gebouw, dat is gebouwd in 1770, is in 2002 gerenoveerd en verkeert in uitstekende staat.

Ook de Waag op de Nieuwmarkt was oorspronkelijk een stadspoort: de Sint Antoniespoort. De huidige Munttoren maakte in de middeleeuwen deel uit van de Regulierspoort, toen een van de drie hoofdpoorten van de vestingwerken in de stad.

Amsterdam telde vroeger veel meer poorten, die dienst deden als toegang van de stad. Om de stadwallen of vestingmuren te passeren, moesten bezoekers deze poorten gebruiken. Oorspronkelijk waren stadspoorten 's nachts vaak gesloten om ongewenste bezoekers aan de stad te weren.
De namen van de poorten geven ook min of meer richting aan de bestemming die de reiziger van plan was te kiezen. Zo stond op de plek waar nu De Nederlandsche Bank staat tot halverwege de ­negentiende eeuw de Utrechtsepoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden