Plus

Beste vriendin Anne Frank veilt versje voor Namenmonument

Jacqueline van Maarsen (88) liet een versje van haar beste vriendin Anne Frank veilen. De opbrengst gaat deels naar het Namenmonument - de helft van de benodigde 7 miljoen euro is inmiddels binnen.

Jacquelines poesiealbum, de vaarwelbrieven, jeugdfoto's van Jacqueline en Anne, en het geveilde versje. Beeld Ernst Coppejans

De dierbare aandenkens aan Anne zitten opgeborgen in een koffertje: de vaarwelbrieven die Anne vlak voor haar onderduik aan 'Jackie' schreef, Jacquelines poesiealbum met daarin een versje van Anne, foto's en krantenartikelen die over haar beste vriendin zijn verschenen. Een koffer uit het verleden.

Jacqueline van Maarsen heeft een deel van de documenten en boeken weggedaan. Eind vorig jaar liet ze het gedichtje veilen dat Anne in 1942, enkele maanden voordat de familie Frank onderdook, voor haar zusje Cri-Cri (bijnaam van Christiane) schreef. Ze heeft nog een kopie van het versje, waarvan de eerste vier regels luiden:

'Hebt ge uw werk niet goed gedaan,
Kostbare tijd verloren.
Grijp opnieuw de arbeid aan,
Beter dan te voren.'

De regels zijn geciteerd uit het tijdschrift Het Ros Beiaard van 10 april 1938.

Waarom schreef Anne dit gedichtje in het album?
"Mijn oudere zusje Cri-Cri ging niet meer naar de Joodse school en zat zich vaak te vervelen. Daar had Anne een hekel aan. Wij waren altijd wel bezig. Anne, 12 jaar oud, zocht een gedicht op dat op mijn zus sloeg. Het was een waarschuwing, een raadgeving. Ik had er plezier in dat de Anne Frank Stichting het gedichtje niet kende."

"Mijn zus was overigens niet zo dol op Anne. In 1970 scheurde ze het versje uit haar album en gaf het aan mij. Ik besloot het te verkopen. Het bracht meer op dan ik dacht (140.000 euro, red.). Het geld wilde ik aan een goede bestemming geven. Jeroen Krabbé gaf me de tip van het Namenmonument. Ik vond dat een mooie gedachte."

Is het gedichtje van Anne in uw eigen poesiealbum hetzelfde lot beschoren?
"Nee, absoluut niet. Dat album houd ik altijd. Anne zou er heel verdrietig om zijn geweest als ik dat zou veilen."

Vraagt u zich vaak af wat Anne zou vinden?
"Ik denk altijd 'wat zou Anne ervan vinden?', maar geef geen antwoord op die vraag. Anne wilde graag beroemd worden, maar ze zou nooit geloofd hebben dat haar gedichtje zoveel geld zou opbrengen. Wat zou ze het mooi hebben gevonden."

Hoe innig was uw band met Anne?
"We leerden elkaar kennen in de eerste klas van het Joods Lyceum. Ze fietste buiten adem achter me aan en wilde kennismaken. Het klikte ontzettend. We werden beste vriendinnen en gingen tien maanden lang - van oktober 1941 tot Annes onderduik in juli 1942 - bijna dagelijks met elkaar om."

"Ik kwam meer bij haar over de vloer dan zij bij mij. De band was heel sterk, maar voor Anne nog meer dan voor mij. Ze was aan mij gehecht. Toch zijn we heel verschillend. Ik ben afstandelijk en zij niet."

Toen Anne moest onderduiken, schreef ze afscheidsbrieven aan u. De brieven kreeg u pas na de oorlog uit handen van Otto Frank, omdat ze een gevaar konden zijn voor het ondergedoken gezin. Hoe moeilijk was het voor u om die brieven te lezen?
"Otto Frank kwam na de oorlog naar ons huis toe. De originele brieven zijn verdwenen, maar Anne had ze overgeschreven in haar dagboek. Ik vond het fijn om ze te lezen. Otto vroeg of ik dat wilde doen terwijl hij erbij was. Hij keek me aan en zat er stilletjes bij. 'Ik denk zoveel aan jou,' schreef ze. Heel zielig. Ze was heel eenzaam. De tweede brief was nog ontroerender. In die brief gaf ze antwoord op een gefingeerde brief van mijn kant."

U bezocht kort na de bevrijding samen met Otto het Achterhuis. Hoe verliep dat bezoek?
"Hij nam mij mee om te laten zien waar ze zaten ondergedoken. De muur in Annes kamer met de plaatjes van filmsterren maakte diepe indruk op me. Het waren knipsels waar we samen mee bezig zijn geweest. Toen we in het huis rondliepen, moest ik meer aan Otto dan aan Anne denken. Ik vond het zo zielig voor hem dat hij zijn dochters en vrouw kwijt was."

Het contact met Otto Frank is altijd gebleven.
"Otto wilde vaak met me koffiedrinken en alles weten over Anne. Hij huilde vaak. Ik was verlegen en niet zo mededeelzaam. Via mij voelde hij een contact met zijn dochter. Later genoot hij er meer van om over haar te vertellen. Hij reisde de hele wereld over en hield altijd contact met me. Hij stuurde brieven en kaarten en alle dagboeken die in verschillende talen uitkwamen."

In uw boek De Erflaters staat dat hij u aan het einde van zijn leven liet weten teleurgesteld te zijn over wat hij had opgezet en dat hem te veel uit handen was geglipt. Waar doelde hij op?
"Ik nam aan dat het te maken had met de politieke kwesties die tussen de Anne Frank Stichting en het Anne Frank Fonds speelden."

Jacqueline van Maarsen (88) Beeld Ernst Coppejans

Uw verhouding met de stichting en het fonds was ook niet om over naar huis te schrijven. Hoe is de relatie nu?
"Er was zoveel hommeles. Eén groot wespennest. Alles draait om geld en macht."

"Ik vind dat het ouderlijk huis van de familie Frank op het Merwedeplein eigenlijk een museum moet zijn, maar de stichting wil de rijen bezoekers voor haar eigen pand op de Prinsengracht hebben."

U was kort nadat Anne en haar gezin waren ondergedoken nog even in haar ouderlijk huis. Wat trof u aan?
"Een vriendinnetje moest er iets ophalen. Ik keek rond en zag in Annes kamertje haar schoenen voor haar bed staan. Ze was zo trots op die schoenen omdat ze beweegbare houten zolen hadden. Een buurman waarschuwde dat we niks mochten meenemen van de Duitsers. Dat heb ik ook niet gedaan. Stom genoeg."

U dacht aanvankelijk dat niemand het dagboek van Anne zou lezen, maar reisde na Otto's dood ook naar diverse landen om Annes boodschap te verspreiden.
"Ik heb veel lezingen in Duitsland gegeven. Ik kom daar graag. Er is veel aandacht voor de Holocaust. Duitse kinderen zijn goed voorbereid op de lezingen en hebben het dagboek gelezen. Ik dacht dat weinigen het zouden lezen omdat ik het vrij langdradig vond en best wel moeilijk."

U heeft lange tijd niet meegedaan aan wat cynisch de ­Anne Frankindustrie wordt genoemd. Inmiddels heeft u vier boeken geschreven, waaronder het met de Zilveren Griffel bekroonde jeugdboek Je Beste Vriendin Anne.
"Ik heb lang geaarzeld over het geven van interviews. Ik wilde niet bekend zijn en gestoord worden; ik was boekbinder en druk bezig de fijne kneepjes van het vak in ­Parijs te leren. Ik was blij dat Anne me in haar dagboek de schuilnaam Jopie, naar Joop ter Heul, had gegeven. Toch ben ik erin gesprongen omdat er zoveel leugens worden verteld. Het ergerde me dat zoveel zogenaamde vriendinnen van Anne zich meldden. In mijn boek De Erflaters wijd ik uit over Eva Schloss, de dochter van Otto's tweede vrouw. De twee waren helemaal geen vriendinnen."

U schrijft in dat boek dat deze ontmaskering mislukt is en dat uw boosheid is overgegaan in berusting. Zijn de vetes verleden tijd?
"Ik ben in de tachtig en heb me er overheen kunnen zetten. Al zit ik me, eerlijk gezegd, nu alweer te ergeren."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden