Plus

'Beste onderwijs waar het het hardst nodig is'

Vier van de vijf excellente scholen in Amsterdam zijn scholen voor speciaal onderwijs. Wat maakt deze instellingen zo goed en wat kunnen andere scholen van hen leren?

Leerlingen van de Alphons Laudyschool in Buitenveldert tijdens een kookles Beeld Dingena Mol

Het meisje met een knotje en een groen briefje in haar hand loopt in snelwandelpas door de gang, langs de kantine, richting de gymzaal. Ze doet het nog eens, een uurtje later, en dan nog eens. Indringend kijkt ze de twee nieuwe gezichten op school aan. Dan stapt ze op directeur Francesca Knol af. "Wie zijn die mensen?"

Het geeft maar aan dat op de Alphons Laudyschool voor voortgezet speciaal onderwijs ­(vso) iedereen elkaar kent. Zodra er mensen van buiten zijn, dan wordt dat opgemerkt. De school in Buitenveldert is klein, met 167 leerlingen die als 'zeer moeilijk lerende kinderen' (zmlk) bekendstaan. Jongeren van 12 tot 20 jaar.

Zmlk is de officiële term voor dit schooltype. Die vier letters moeten heel verschillende jongeren, met zeer uiteenlopende capaciteiten kenmerken.

Want waar jongeren op een reguliere middelbare school al niet op elkaar lijken, is het vso nog veelkleuriger. Hier zitten grote jongens die het liefst met kleurige touwtjes spelen op dezelfde school als bijdehante meisjes met het syndroom van Down.

Frêle meiden die het liefst zo dicht mogelijk bij de docent blijven, delen een klas met lieve jongens die plotseling uit hun vel kunnen springen. Klassen worden in­gedeeld naar cognitief vermogen: sommige groepen communiceren alleen met pictogrammen, anderen buigen zich over rekenboeken of werken aan hun nieuwsbegrip.

Niet opvallen
Als je het voor het kiezen hebt, ga je natuurlijk het liefst naar een zo gewoon mogelijke school. Zeker als puber wil je zo min mogelijk opvallen. Maar soms heb je het niet voor het kiezen. Heb je een IQ van 45 of minder, of een vorm van autisme, of een bepaald syndroom dan kom je met een toelaatbaarheidsverklaring terecht in het speciaal onderwijs.

Dat kan een heftige overstap zijn, vooral als je op een reguliere basisschool hebt gezeten. Je gaat naar een school die mensen niet kennen. De zeventien scholen voor voortgezet speciaal onderwijs in de stad zijn voor velen onzichtbaar, al gaan er 3100 Amsterdamse kinderen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs.

3100

Er gaan 3100 kinderen naar het (voortgezet) speciaal onderwijs, verspreid over zeventien scholen in Amsterdam.

Sommige ouders vinden de stap ook moeilijk. Een school waar kinderen met busjes naartoe moeten? Nee bedankt, mijn kind is normaal, zeggen ze dan. Zelfs buschauffeurs zijn soms verbaasd dat bepaalde kinderen naar het vso gaan. Maar uiterlijk zegt niet alles.

Eenmaal op de Alphons Laudy concluderen de meesten dat ze het niet beter hadden kunnen treffen. Iemand als Casper (17) bijvoorbeeld. Hij heeft PDD-NOS, een vorm van autisme. Op reguliere scholen ging het niet goed. Hij werd gepest, buitengesloten, was doodongelukkig en kwam daardoor niet mee. Casper is scherp van de tongriem gesneden, spreekt snel, zit in de leerlingenraad. Hij wil het pestbeleid op de Alphons Laudy aanpakken. Hij heeft het hier niet altijd makkelijk.

"Het is een prima school, maar dat kan beter," zegt hij resoluut. Hij schaamt zich niet dat hij hier zit. "Ze zijn hier goed."

Francesca Knol is directeur van de school. Ze komt uit de gehandicaptenzorg, leidinggeven aan een school als deze vindt ze de mooiste baan die er is. Wat de Alphons Laudy excellent maakt? Ze hebben hier veel kunstvakken: textiele vaardigheden, tekenen, tuinieren, koken, naast de basis van rekenen en taal. De gestelde leerdoelen worden gehaald. En in de keuken staat altijd wel een goede pan soep op het vuur, gemaakt door leerlingen.

Docenten geven elkaar altijd feedback, er zijn duidelijke plannen voor alle leerlingen. Alleen als iedereen meedoet en betrokken is op school, van conciërge tot directeur, kun je excellent worden, benadrukt Knol.

Erkenning
Het speciaal onderwijs komt van ver. Er was een tijd dat het al goed was als het een beetje rustig was in de klas. Dat het nu zoveel beter gaat, met opbrengstgericht onderwijs - doelen stellen in plaats van alleen te volgen wat kinderen laten zien -, veel aandacht voor het individuele kind: dat is waarom Knol wilde met de Alphons Laudy meedingen naar het excellentie-stempel. "We wilden die erkenning."

Leerlingen krijgen hier een zo compleet mogelijke schooltijd. Ze gaan op kamp, elk jaar. Dat is bijzonder, want veel van deze kinderen hebben nog nooit buitenshuis geslapen. De leerlingen lopen vanaf hun vijftiende begeleid stage bij Albert Heijn, Ikea of in een restaurant. Later komen ze terecht bij een dag­besteding of in begeleide banen.

Aan de andere kant van de stad, tussen de ­jaren-vijftigflats in Geuzenveld-Slotermeer, staat ­het splinternieuwe gebouw van de andere excellente middelbare school voor speciaal onderwijs: De Heldringschool.

Een fris, lichtgrijs gebouw aan het Gebrandypark. Midden in het pand is een moderne theaterzaal neergezet, waar leerlingen muziek maken en ­toneelspelen. Dat theater is belangrijk. "Hier krijgen leerlingen applaus. Dat moet je niet onderschatten. Het geeft enorm veel zelfvertrouwen," zegt ­directeur Henk Kok. Het theatergezelschap van De Heldring speelt zelfs in het buitenland, van Duitsland tot Curaçao.

De middelbare school van Kok telt 130 leerlingen en is sinds 2013 excellent. In Noord is ook nog een basisschool voor speciaal onderwijs, die De Heldring heet. Qua pedagogische en ­didactische aanpak kunnen reguliere scholen echt wat leren van speciaal onderwijs, vindt de jury van de excellente scholen. Andere scholen komen geregeld voor advies bij De Heldring en de Alphons Laudy.

Beetje eng
Over speciaal onderwijs wordt vaak meewarig gedaan. Op zijn best worden de leerlingen zielig gevonden, in het slechtste geval wordt een woord als 'mongolenschool' gebezigd. Dat kan ingewikkeld zijn voor leerlingen, zeker voor kinderen die zich er heel erg van bewust zijn dat ze cognitief niet kunnen meekomen. Maar eenmaal op het vso willen ze er vaak niet meer weg. "Ik word twintig en dan moet ik van school. Dat vind ik een beetje eng, een beetje eng," herhaalt een 19-jarig meisje met een rood brilletje op het schoolplein van de Alphons Laudy.

Toen het passend onderwijs in 2014 werd ingevoerd, was het idee zo veel mogelijk kinderen binnen het reguliere onderwijs te houden. Speciaal onderwijs wordt door sommigen als stigmatiserend beschouwd.

Francesca Knol ziet dat anders: "Sommige van deze kinderen naar het reguliere onderwijs sturen, maar dan verzuipen ze. En omdat ze veel begeleiding nodig hebben, zitten ze alsnog afgezonderd. Bij ons is een kind een gewoon kind, op een gewone middelbare school is een kind altijd apart of speciaal."

Henk Kok van De Heldring is het daarmee eens. Hij heeft zijn school wat zien krimpen sinds de invoering van passend onderwijs. Onterecht, vindt hij. "Hier onderschatten we leerlingen niet, maar ze hoeven ook niet de hele tijd op hun tenen te lopen."

Hij wijst op de rustige sfeer op school. "Dat lijkt gewoon, maar je hebt echt die extra mensen voor de klas nodig." Eén klas telt slechts zeven kinderen, met een docent én twee onderwijs­assistenten. Zonder die intensieve aandacht zou het echt niet zo rustig zijn, benadrukt Kok. "Wij geven het allerbeste onderwijs aan de kinderen die het kwetsbaarst zijn. Excellent onderwijs gaat altijd over de slimme kinderen met de hoogste IQ's, maar ­deze kinderen hebben het juist het hardst nodig."

Dit is deel 2 in een serie over schoolkeuze. Volgende week zaterdag: mag je dragen wat je wilt op school?

Lees ook het eerste deel: De grote stap na groep 8: een brede of een kleine school? [+]

Zo word je uitblinker

De Onderwijsinspectie heeft het stempel 'excellent' in 2012 ingevoerd.

Scholen kunnen zich zelf aanmelden. Vervolgens beslist een jury van onderwijsexperts of een school zich ­excellent mag noemen. Een excellente school is een school die heel goed weet wat voor kinderen er les krijgen, waar heel goed onderwijs wordt geven.

Bovendien heeft zo'n school een uitzonderlijk profiel: uitblinken in kunst en cultuur of sport bijvoorbeeld. Vorig jaar meldden zich 210 scholen aan, met en werd het predicaat excellent 130 keer toegekend.

Voor het jaar 2017 beoordeelt de jury nog 96 scholen. Dat is maar een klein deel van het totale aantal scholen in het land. Waarschijnlijk hebben veel scholen last van koudwatervrees bij het idee de deuren open te zetten. Op 23 januari wordt bekend welke scholen zich excellent mogen noemen. Scholen mogen zich nu drie jaar lang excellent noemen. Daar is geen extra geld aan verbonden.

Het idee erachter is dat excellente scholen een voorbeeld kunnen zijn voor andere scholen en dat ze kennis kunnen uitwisselen, al gebeurt dat in de praktijk nog te weinig, vinden betrokkenen.

Behalve vier scholen voor speciaal onderwijs (ook de Mr. de Jonghschool voor speciaal onderwijs aan jonge kinderen is excellent) heeft één reguliere school in Amsterdam het predicaat excellent: het Ignatius Gymnasium in Zuid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden