Column

Beste Louis Vuitton, gelijk hebben is niet hetzelfde als gelijk eisen

 

Roos Schlikker Beeld Het Parool

Als ik chocolateria Jordino binnenstap, begint hij al te scheppen. Ik kom elke week met hetzelfde verzoek voor mijn kinderen: twee blauw gekleurde ijsjes met spikkels en een snoepsmurf. Job, de eigenaar met melancholieke Tony Soprano-ogen en een ironische grijns, weet het precies.

Ik mag graag wat langer blijven dan nodig, terwijl ik niet eens dol ben op zoetigheid. Maar Job, die met zijn grote handen makarons in pasteltinten placeert en intussen de buurt bespreekt, is een attractie op zich.
Vandaag staat hij hoofdschuddend tussen zijn chocoladepumps en zeebanket. 'Ik heb een brief gekregen,' fluistert ie. 'Van Louis Vuitton.'
Verbaasd kijk ik hem aan. 'Nou ja, niet van de echte Louis, ik weet niet eens of er een echte Louis is, maar van het bedrijf. Ze willen geld van me. Vanwege dit.'

Hij wijst naar een tasje, zorgvuldig geboetseerd van marsepein, dat sprekend lijkt op de it-bags waar it-girls hun it-chihuahua's in vervoeren. 'Geinig toch? Helemaal nagemaakt, inclusief het logo. Het eerste exemplaar heb ik nog naar de Louis Vuittonwinkel in de PC Hooft gebracht. Vonden ze enig.'

Maar Parijs vond het minder enig. Job kreeg een brief, plein d'agressivité. 'In 't Frans, moest ik nog vertalen ook.'

Wat Jordino deed was schandalig, een inbreuk op het merkenrecht, die tasjes mochten nimmer nooit meer worden verkocht op straffe van een dwangsom van veertigduizend euro.

'Dat heb ik helemaal niet,' zegt Job beteuterd. 'Wat denk jij... o hee kijk nou!'

Job springt graag van de hak op de tak, een eigenschap die zijn entertainmentwaarde alleen maar vergroot. Hij loert naar een paar robuuste figuren die hun joekels van motoren pal voor de oude juwelier aan de overkant van de straat parkeren. Volledig in het leer stappen ze er binnen.

'Sjongejonge wat een gasten. Daar schrik je toch een beetje van. En overal tatoeages van Harleys hè, volgens mij zetten ze die zelfs nog op hun pielemoos.'

Ik grijns, en zie het opeens voor me, zo'n logopiemel. 'O gelukkig, ze gaan alweer,' rebbelt Job door. 'Hoe dan ook: wat mot ik nou met Vuitton?'
Ik zeg dat Parijs juridisch helaas gelijk heeft. Je mag andermans logo niet gebruiken.

Job kijkt sip.

Om hem te troosten neem ik ook maar een ijsje. Al likkend denk ik aan mijn man die onlangs onze autosleutel verloor omdat hij twee kinderen, drie steps en zes boodschappentassen tegelijk vervoerde en even vergat dat zijn broekzak nogal ondiep was. Godzijdank vond een buurtgenoot het ding een dag later. Toen wij hem dankbaar vindersloon wilden geven, riep hij: 'Ben je besodemieterd. Laatst had ik 150 euro in de pinautomaat laten liggen, die kwam iemand me ook na brengen. Dat doe je ­gewoon. Je moet niet overal wat voor terug willen.'

Wat zou het mooi zijn als dat ook voor Louis Vuitton gold. Gelijk hebben is niet hetzelfde als gelijk eisen. En zo'n grote merkreus die zich druk maakt om een marsepeinen tasje is eigenlijk niets meer dan een lul met een logo.

Wilt u reageren op deze column? Dat kan! Scroll een beetje naar beneden om een reactie te plaatsen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.