PlusOpen brief

Beste Jeroen Brouwers, u heeft het tot twee maal 40 geschopt

Ter ere van de tachtigste verjaardag van Jeroen Brouwers schrijft ook Parool-recensent Dieuwertje Mertens de schrijver een brief.

Jeroen Brouwers, 2017.Beeld Hollandse Hoogte / Maikel Samuels

Aan Jeroen Brouwers. Wat heb ik met u te doen. Toen u veertig was, koesterde u al geen enkele hoop meer en toch heeft u het tot twee maal veertig moeten schoppen. Net als Hare Majesteit bent u op 30 april jarig en wat is uw cadeau? Een labbekakkerig ‘liber amicorum’, aan u aangeboden door uw uitgeverij met de schaamteloze titel Aan een karakter, in navolging van uw befaamde brievenboek Kroniek van een karakter (1887).

Nu is een liber amicorum, als ik me niet vergis, een bundeling teksten waarin men zijn waardering uitspreekt voor het jubilerend subject. Slaat de uitgever de plank niet ongelooflijk mis met zo’n boek voor een schrijver wiens lijfspreuk ­nota bene Noli me tangere (raak me niet aan) is? Alsof een polemist in hart en nieren te verblijden is met een lofzang van mensen die zich hijgerig laven aan zijn schaduw. Dan zijn er toch wel betere geschenken te bedenken, zoals – ik noem maar een dwarsstraat – ‘gratis neuken’ (‘dat wil zeggen, dat de een ’ns met de ander heel egoïstisch mag doen wat hij of zij wil doen, zonder rekening te moeten houden met de ander’, uit: Kroniek van een karakter). Dat zal er ook dit jaar wel weer niet inzitten, gok ik zo, maar wat weet ik? Ik ben nog lang geen tachtig.

Ongeretoucheerd zelfportret

Geld zou u vast ook een fijn cadeau vinden, maar ik vrees dat de uitgever geen bedragen wil schenken die ver boven het prijzengeld van de Prijs der Nederlandse Letteren uitstijgen. U weigerde deze fooi (16.000 euro) immers al in 2007. Mijn schoonouders sturen mij elk jaar voor mijn verjaardag een lege ‘aanzichtkaart’ zonder opschrift waar wat briefgeld tussen zit gevouwen om ‘iets leuks te kopen voor mezelf’. Dat geld is mooi meegenomen voor een armlastige stukjesschrijver en ook de kaart is nogmaals te gebruiken. Misschien had men u ook beter een dummy kunnen overhandigen.

Als brieven om u te citeren een ‘ongeretoucheerd zelfportret’ zijn, wat vertelt deze twijfelachtige selectie dan over u en de kennissen en omstanders die Atlas Contact met hulp van René Franken en Johan Vandenbroucke uitkoos om u de lofzang te zingen? 

Nou ja, de besten zijn onlangs overleden en hebben zodoende de deadline niet gehaald, zoals uw goede vriend Tom van Deel.

En waarom er geen briefje van de door u veelvuldig bekritiseerde vriend Jaap Goedegebuure is opgenomen? Heeft u soms ruzie? Op 6 september 1978 schreef u hem een brief, waarin u hem met de nodige dedain het begrip ‘stijl’ uitlegt: ‘Ieder woord moet worden bekeken, gewikt, geproefd, gestreeld, geslagen, geneukt, verworpen, juist als ware het woord een hoer. Je moet hooghartig met woorden omgaan: niet moeten woorden regeren over jou, maar jij moet regeren over de woorden. Het moet voor ieder woord dat je neerschrijft, een eer zijn dat het in je proza mag fungeren. Alleen wie zo schrijft, geeft flonker aan iedere zin die hij schrijft.’

Hechte vriendschap

Een devies dat door een onbehoorlijk aantal brievenschrijvers terzijde is geschoven, bijvoorbeeld door festivaldirecteur Luc Coorevits (Behoud de Begeerte, maar niet op papier) en performer Michiel Cox. Maar zoals u vast wel weet, zijn dat soort lieden te beroerd om een kunstje te doen als er geen klapvee op de bühne zit.

Een (jonge) schrijver, zoals Yannick Dangre, u ‘immer bewonderend’, ontving van u ‘menig bemoe­digend woord’ over zijn debuutroman Vulkaanvrucht, waarna er een hechte vriendschap ontstond die toch zo’n één keer per jaar werd geconsumeerd. Hij schrijft u graag weer eens te willen zien. Een groter compliment is er niet: men pronkt met uw aandacht.

Uw liber bevat slechts vijf brieven van vrouwen, maar wellicht heeft dat te maken met uw oudwereldlijke instelling wat omgang met vrouwen betreft (‘Met vrouwen valt niet te praten, zei Jan Lul, en stak zijn pik in het stopcontact’, ­Kroniek van een karakter, 1978). Nee, dat is flauw. U zult vast niet zijn blijven steken in opvattingen van veertig jaar geleden.

De bijdragen die ook voor niet-jubilerende ­lezers wel te verhapstukken zijn, zijn afkomstig van critici en krantenjongens, zoals Mark Cloostermans, Arjen Fortuin en Dirk Leyman. Laatstgenoemde maakte een aardig ABC’tje over uw werk en Fortuin haalt een vermakelijke anekdote aan over hoe hij de correspondentie tussen uitgever Voorlandt en uw pseudoniem Ockeloen van u mocht lenen. Hij ontdekte dat achter deze brompot een goedmoedig man schuilging die een ander nooit het recht op een eigen waarheid ontzegt.

Uw waarheid is natuurlijk wel vaak een andere. Van harte gefeliciteerd en nog vele jaren.

Ook verschijnt: Jeroen Brouwers, Bezonken rood, jubileumeditie met aanvullend essay, Atlas Contact, €49,99, 168 blz.

Brieven/Diverse ­auteursAan een ­KarakterSamengesteld door René Franken en Johan Vandenbroucke, Atlas Contact, €21,99. 184 blz.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden