Column

'Bescherm jij me als de ratten aanvallen?' vraagt ze

James WorthyBeeld Agata Nowicka

Op een bankje aan de Leidsegracht zitten een man en een vrouw. De vrouw zit met haar benen opgetrokken, omdat ze vorige week iets in de krant las over een rattenplaag in Amsterdam.

"Bescherm jij me als de ratten aanvallen?" vraagt ze. Hij balt zijn vuisten en plant wat kusjes op zijn knokkels.

Vorige week zag hij een rat op hun balkon zitten. De man vond het eigenlijk wel een mooi beest. Sierlijk ook. Hoe de rat daar tussen de plantenbakken zat. De man liep naar de keuken en trok de koelkast open. Hij zocht naar iets lekkers voor de rat.

De man keek naar hoe het beest de drie plakjes kalkoenfilet opat. De man keek naar de rat en zag het ­tegenovergestelde van al zijn vooroordelen.

De volgende dag zat hij weer tussen de plantenbakken. De man gaf hem een handje kruidnoten en een stuk cheddar. Hij zag dankbaarheid in de ogen van de rat. Kon ik maar praten, dacht het knaagdier, dan had ik de man bedankt. Een uur later legde de rat drie vers ­geplukte bloemetjes neer op het balkon.

"Denk je echt dat de ratten ons aan gaan vallen?" vraagt de man aan zijn vrouw.

"Ik weet het niet. Ze hebben wel een slechte naam. De slechtste naam. Hun cv is een vierduizend pagina's tellende onheilorgie."

"Weet je dat er bepaalde ratten zijn die getraind kunnen worden om landmijnen te ruiken? En wat te denken van al die ratten in laboratoria? Alle dingen die we op ze uittesten? De rat kan ons ziek maken, maar de rat maakt de mensheid ook al jaren beter. Sterker," zegt de man.

"Ja, maar ze zijn zo vies," zegt de vrouw.
"Nee, ze leven van onze viezigheid."
"Pffff, sinds wanneer ben jij zo'n rattenvriendje?"

"Een doorsnee rat heeft een levensduur van een jaar. Eén jaar. Stel je eens voor dat je een rat bent. Je komt ter wereld in een riool of een kelder waar het schimmelt en spookt. Je woont achter een oude wasmachine. Op een dag komt je vader thuis van werk, hij zegt dat hij weer vergiftigd is."

"Hij zegt dat hij eventjes gaat liggen en staat nooit meer op. Je zoekt naar je moeder. Ze is niet in de kelder. Je loopt de trap op, duwt de kelderdeur open en ziet je moeder in de gang liggen. Ze ligt op een houten bedje, maar je ziet geen dekentje. Geen ganzenveren. Nee, je ziet alleen een metalen veer en de platgedrukte nek van je moer. Haar ogen hangen als bierbuikjes over haar oogkassen heen."

"Je loopt de huiskamer in. Je wilt de mensen zien die binnen een dag een rattenwees van je hebben gemaakt. De mensenkinderen kijken naar de televisie, ze lachen om een muis die Mickey heet. Je begrijpt de selectieve uitroeiingsdrang van de mens niet, en huilt om de ratten die mamma en pappa heetten."

"Wat wil je precies zeggen, schat?" vraagt ze.

"Dat de ratten ons best mogen plagen. Ze zijn niet de brengers van het kwaad, nee, ze zijn de brengers van ­gerechtigheid. Ratten zijn wraakengelen."

"Maar je beschermt me wel, toch? Als ze aanvallen?"

De man balt zijn vuisten, plant wat kusjes op zijn knokkels en denkt ondertussen na over wat voor lekkers hij morgen aan zijn balkonrat gaat geven.

De in Amsterdam geboren en getogen schrijver James Worthy (1980) probeert in zijn columns iets van het leven te begrijpen. Lees al zijn columns hier terug.

Reageren? james@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden