Plus Klapstoel

Bert Visscher: 'In Amsterdam is te veel ruis'

Bert Visscher (1960) is cabaretier. Dinsdag staat hij in Carré als zanger en gangmaker Don Pescatore in de voorstelling Dansen met Bert Visscher. Met het Noordpool Orkest bouwt hij de zaal om tot danstent.

Bert Visscher: 'Cabaret met een boodschap is niet mijn stijl' Beeld Kees van de Veen

Groningen

'Helemaal de goede stad voor mij: lekker overzichtelijk, eigenlijk is het een groot dorp. Ik heb ook een pied-à-terre in Amsterdam, een woonboot op de Prinsengracht, waar ik vooral verblijf als ik op tournee ben. Ik vind Amsterdam geweldig, maar ik ben toch altijd blij als ik dan na een week of drie, vier weer terug naar Groningen ga.'

"Ik moet rust aan de kop hebben, in Amsterdam is te veel ruis. Dat heb ik ook in Londen of Parijs: ik wil alles ontdekken, wil overal achteraan. In Groningen is ook best wat te doen, maar het is te behappen. Ik woon er zo'n beetje mijn hele leven al en ken mijn plekjes: mijn restaurants, mijn theaters."

Kurendriever

"Een echt Gronings woord. Het betekent mafkees, idioot. Op het podium ben ik zeker een kurendriever, daarbuiten valt het reuze mee. Zo was ik als jongetje al. Ik mocht graag gekke dingen doen, hield van toneelspelen en de mensen aan het lachen maken, maar ik kon ook een hele dag zoet zijn met mijn lego. Door wat ik op het podium doe, denken veel mensen dat ik altijd zo ben. Na een voorstelling vragen zeker tien, twintig bezoekers of ik adhd heb. Nou nee, ik loop echt niet de hele dag te springen en huppen."

"Ik vind niks lekkerder dan gewoon thuis te zitten, beetje klooien in de tuin. Met een boek in een hangmat: héérlijk. Als ik in een restaurant zit, gebeurt het vaak - van de week nog - dat iemand komt vragen of het wel goed met me gaat. 'Bent u niet lekker? U bent zo rustig.' Mevrouw, ik zit te eten, ik ga toch zeker geen karbonades in het rond flikkeren?! Het zou wat zijn als ik privé ook zo'n druktemaker was. Dan was ik nooit 56 geworden."

Don Pescatore

"Mijn alter ego in Dansen met Bert Visscher. Pescatore is Italiaans voor visser, hè. Ik doe ­altijd zo'n 2,5 jaar met een solovoorstelling. Daarna is er even tijd voor iets anders. In deze show draait alles om zingen en dansen. Met het Noordpool Orkest had ik al eens eerder een paar avonden opgetreden, hier gaan we verder. Orkest van dertig man, zangeressen erbij, ik als de gangmaker Don Pescatore. De zalen bouwen we om tot danstenten. En álle bezoekers staan op het podium; in Carré is plaats voor 700 man."

"Er is een bar op dat podium, er hangen kroonluchters. Don Pescatore zingt, gestoken in keurig kostuum, alleen maar nummers die iedereen kent: van Ray Charles tot B.B. King en van de Miami Sound Machine tot Earth, Wind & ­Fire. Voortdurend hoor je: O ja! Het is een dure productie, ja. De muzikanten krijgen betaald, ik doe het puur voor de lol."

Toon Hermans

"Briljant, echt briljant. Toon was de grootmeester. Zó knap, zó goed. Ik krijg er de tranen van in de ogen als ik het over hem heb. Hij belde me een keer thuis. Een jaar of 25 was ik. Ik was een oude tv aan het repareren, wat ik helemaal niet kan. Dus een beetje chagrijnig nam ik de telefoon op. Het was een tijdje stil, toen: 'Toon Hermans.' Ik dacht nog even dat een kameraad me in de maling nam."

"Toon had een show van me gezien op tv en wilde me zeggen dat hij had ­genoten. Bijna twee uur hebben we aan de lijn gehangen. Hij had ook veel kritiek, hoor, vond dit niet goed en dat niet, maar ik voelde me zó vereerd dat de grote Toon Hermans zo veel tijd voor me nam."

Freek de Jonge

"Ja, ook briljant natuurlijk. Als je naar het cabaret van de afgelopen honderd jaar kijkt, steken Toon en Freek er toch echt met kop en schouders bovenuit. Toon ben ik wel pas later echt gaan waarderen. Ik ben groot geworden met Bram en Freek, die platen draaide ik als jongen grijs."

"Toon, daar gingen je ouders heen. Nu heb ik ze beiden even hoog zitten. Het zijn uitersten, ja. Toon vriendelijk en lief, Freek hard vaak, en geëngageerd. Maar dat vind ik juist mooi, dat ze zo van elkaar verschillen. Tegenwoordig is er heel veel cabaret, het aanbod is enorm, maar het lijkt allemaal op elkaar."

Meester Bert

"Twee jaar ben ik onderwijzer geweest, van het cabaret kon ik nog niet leven. Kwam ik 's nachts om drie uur terug van een voorstelling in Rotterdam en moest ik de volgende dag om acht uur 's ochtends alweer voor de klas staan. Ik vond het wel leuk, ik geloof ook wel dat ik er goed in was."

"Ik kom geregeld jongelui tegen die bij me in de klas hebben gezeten en ze praten altijd met veel plezier over die tijd. Maar mijn roeping was het niet, ik zag mezelf niet oud worden in het onderwijs. Ik was al van plan weer te gaan studeren, maar toen begonnen de voorstellingen ineens te lopen. Was nog wat, hoor, toen ik de leerlingen zei dat ik wegging. Een tranendal, eerlijk waar."

Wim Pijbes

"Ik zie ons nog lopen, een jaar of tien geleden, 's avonds langs een Amsterdamse gracht. Ik stond twee weken in Carré, hij was net directeur van het Rijksmuseum geworden. Toen hebben we elkaar toch wel even op de schouder geslagen. We hadden het gemaakt!"

"Wim is een van mijn beste vrienden. Ik ken hem van de havo, waar we een cabaretgroepje oprichtten: Filter. Wim was met geen stok het podium op te krijgen. Hij was onze manager en deed het licht: een statief met vier spotjes erop. Dat hij nog eens directeur van het Rijks zou worden, had hij toen nooit durven hopen natuurlijk, maar dat hij het ver zou schoppen, zagen we wel aankomen, hoor."

"Hij was slim en handig, wist vreselijk veel van kunst. Op vakantie in Frankrijk fantaseerden we erover dat als hij eenmaal directeur van een museum was, we een paar van die schilderijen zouden oprollen en de rest van ons leven op de Bahama's zouden gaan wonen. Die avond op de gracht zei ik nog: Zeg Wim, jij hebt toch de sleutel van het Rijks?"

Schiermonnikoog

"Rustpunt en mijn vaste schrijfplek. Ik kom er al 54 jaar. Tegenwoordig hebben we een huisje vlak bij het strand. Vroeger ging ik zeker twee keer per jaar met vrienden naar Hotel Van der Werff. Man, daar hebben we wat weggezopen en -gevreten. Nu kom ik op Schier voor mijn rust. In veertig minuten ben ik er, du moment dat ik in de auto stap, ontspan ik. Het liefst kom ik er in november, als er bijna geen toeristen zijn. Dan kun je kilometers over het strand lopen zonder iemand tegen te komen."

Marine Le Pen

"Verschrikkelijk. Ik hoop toch zo dat ze flopt. Ik zag laatst een interview met haar op tv. Ik was echt verbijsterd. Dat dat allemaal maar kan en mag, dat kan je toch niet ménen. Het was op het fascistoïde af wat ze zei. Zo'n mens president? Echt, ik was shocked toen ik haar hoorde praten."

"Ze begint ook steeds harder te schreeuwen en blèren, heb ik het idee. Niet dat die Macron nou zo'n wonder is, maar hij heeft het allemaal toch iets meer in het snotje dan zij, lijkt me. Het zijn rare tijden, zo met dat populisme en nationalisme. Zoals Trump gewoon roept: eigen volk eerst. Wat we met de rest doen, zien we wel; die flikkeren we in een boot of over de muur. Beangstigend allemaal."

Boodschap

"Cabaret met een boodschap is niet mijn stijl. En daar was ik al vroeg achter. Met Filter deden we halfhalf: kurendrieven én engagement. Maar als ik dan zo'n nummer stond te zingen over toen nog Vietnamese bootvluchtelingen, voelde ik me zo ongemakkelijk. Ik dacht: waar slaat het op, de mensen lezen toch de krant en zien het journaal, wat heb ik daar nog aan toe te voegen?"

"Ik vind mezelf best geëngageerd, maar hoef dat niet uit te dragen op het podium. Anderen zijn daar heel goed in: Youp en Freek natuurlijk, Theo Maassen ook. Ik hoor bij het zelfde soort cabaretiers als Brigitte Kaandorp, Jochem Myjer en Ronald Goedemondt. Wij hebben geen boodschap, wij brengen gekte. Ik pretendeer niets, ik bouw een feestje. Wat op zich al moeilijk genoeg is. Probeer het zelf maar eens: een feest geven waar echt alles klopt."

Carré


"De eerste keer in Amsterdam, heel lang geleden, stond ik in de Suikerhof, een theatertje dat allang niet meer bestaat. Ik had het vier avonden afgehuurd. En vier avonden kwam er geen mens op af. Nul! Niemand! Kun je je voorstellen hoe trots ik was toen ik later, veel later een hele maand in De Kleine Komedie stond?"

"Carré leek evengoed nog heel ver weg, maar op een dag kreeg ik te horen dat ze hadden gebeld. Carré! In 2000 stond ik er voor het eerst, vier uitverkochte avonden achter elkaar. Báng dat ik was! Ik wou weglopen, echt. Ik stond te trillen in de coulissen. Die trilling kreeg ik al niet onder ­controle, maar toen begon ik ook nog eens krankzinnig te zweten."

"Tegen iemand van de techniek zei ik, bloedserieus: 'Ga maar vertellen dat het niet doorgaat, ik doe het niet.' Maar dat kon niet natuurlijk. Ik kwam op en kreeg me een ovatie! Ik dacht: 'Nou, dan gaan we er gvd voor ook!' Ik heb inmiddels ergens tussen de tachtig en negentig keer in Carré ­gespeeld, met mijn volgende solo ga ik over de honderd. Maar Youp is al boven de 200. En vergeleken met Herman van Veen, goed voor 700 keer, ben ik echt een kleine jongen."

Oda Spelbos

"Ja, die ken ik. Actrice. Kom, help me even, waar speelt ze ook alweer in? Precies, Flikken. Ik probeer zelf zo weinig mogelijk met mijn ­harses op tv te komen. Geen spelletjes, geen quizjes, geen paneltjes, geen Robinsonnetjes, geen Wie-is-de-Molletjes. Ik ben cabaretier, meer niet."

"Laatst wilde in de Jumbo hier iemand een handtekening. 'Maar wie bent u dan?' vroeg het meisje van de kassa. Ze voelde zich bijna schuldig dat ze geen idee had. 'Kom je weleens in het theater?' vroeg ik haar. 'Nooit,' zei ze. Waarop ik haar geruststelde: 'Dan kun je het ook niet weten, niks aan de hand'."

Dansen met Bert Visscher, Carré, donderdag (wachtlijst), 2 juni (laatste kans).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden