Plus

Bert Herman (87) stopt na 69 jaar met zijn schoenmakerij in Oost

Hermand hakte de knoop pas door toen Mandy van der Lugt (40) met haar schoenherstelzaak het ambacht veilig stelde. Met zíjn oude gereedschap.

'Zolen en hakken vervangen kan ik met mijn ogen dicht. Aardappels schillen duurt langer' Beeld Dingena Mol

Dit is geen verhaal over het verdwijnen van weer een ambacht uit de stad. Geen verhaal dat er na de telegrambesteller, kolenboer, letterzetter, scharensliep en lantaarnopsteker straks ook geen echte schoenmaker in Amsterdam meer is. Zo'n verhaal is dit niet, hoewel het er in het begin wel alle schijn van heeft.

Het begint namelijk in de naar leer en lijm ruikende werkplaats van Bert Herman, de 87-jarige schoenmaker van de Tilanusstraat in de Oosterparkbuurt. In 1947 begon hij hier als 17-jarige jongen met zijn vader en nu, 69 jaar later, is er nog maar 2,5 dag over voordat Bert voorgoed de deuren sluit. Met tegenzin, dat wel.

Met de ogen dicht
Voor hem op de werkbank, naast de leersnijmachine die nog met Marshallhulp is aangeschaft en waarvan Bert de mesjes nooit heeft hoeven vervangen, liggen nog vijftien paar schoenen die moeten worden gerepareerd. En klanten blijven binnenkomen om nieuwe schoenen af te leveren. Gaat hem wel lukken om alles op tijd af te krijgen? Bert is zelfverzekerd. "Zolen en hakken vervangen kan ik met mijn ogen dicht. Aardappels schillen duurt langer."

Hij heeft zijn hele leven dan ook niets anders gedaan dan schoenen maken. Zijn hele familie heeft eigenlijk nooit iets anders gedaan dan schoenen maken. Zijn vader dus, maar ook zijn zes ooms. En zijn grootvader, zijn overgrootvader, zijn betovergrootvader. En misschien zelfs wel diens vader. De familie Herman maakt namelijk al sinds halverwege de achttiende eeuw schoenen.

En nu, over tweeënhalve dag, komt er een einde aan die dynastie. Bert Herman sluit de rij. Hij wist dat het er ooit van zou komen. "Ik had toch al in mijn kop dat ik eens een beetje moest gaan dimmen."

Tilanusstraat
Noord-Brabantse Schoenmakerij staat er in grote letters op het raam, naar de provincie waar de familie Herman de meeste schoenen heeft gemaakt en hersteld. Maar de jongste telg van der Hermantak is gewoon geboren in Amsterdam. Op de Prinsengracht, in 1929. In een souterrain bij de Herenmarkt was zijn vader daar een werkplaats begonnen, nadat hij Brabant had verlaten.

Na de Tweede Wereldoorlog begon hij, met zoon Bert, opnieuw in de Tilanusstraat. Ze werkten 42 jaar samen, dag in, dag uit - een foto aan de muur herinnert er nog aan. Op zijn 85ste, in 1988, besloot zijn vader ermee te stoppen. "Bert, ik ken niet meer," had hij gezegd. "Vader, dan moet je stoppen. Maar je blijft wel komen," antwoordde zijn zoon. Tot aan zijn dood was hij nog geregeld in de zaak.

Bert praat graag over vroeger. Over hoe er in het begin nog geen machines waren, en hij en zijn vader alles met de hand deden. Toen Van Gend & Loos nog met paard en wagen de gelooide en gebobbelde huiden kwam brengen. Je moest ze eerst weken in het water, waarna je ze kon 'rechtklappen'.

Hij vertelt over de mannen van de Amstelbrouwerij op de Mauritskade, die hij jaren tot zijn vaste klanten kon rekenen. Toen er in dit stukje van de Tilanusstraat nog tien winkels waren. "Gezellig hoor, was het toen."

Hakken van karton
En straks? Over 2,5 dag? Als Ed's Afhaalcentrum Indonesische Gerechten de enige overgebleven zaak in de Tilanusstraat is? "Ik ga beginnen met het opruimen van de kamer hierachter. Dat wil ik al een hele tijd doen. En zou ik de letters eigenlijk op de ramen mogen laten zitten?"

Hij ziet ertegenop. Eigenlijk wil hij ook helemaal niet stoppen. Bert werkte de afgelopen jaren nog drie dagen in de week. En hoewel veel schoenen tegenwoordig van plastic zijn, met hakken van karton, heeft hij nog genoeg te doen. De groep trouwe klanten is groot. Er is zelfs een man die nu in New York woont, maar nog steeds zijn schoenen brengt als hij hier is.

En toch weet Bert dat het stoppen moet. "Mijn vrouw en ik hebben altijd alles met zijn tweeën gedaan. Dit moeten we ook samen doen. Ik wil voor haar zorgen. Maar als Bep niet ziek was, was ik nu niet gestopt."

Rotperiode
Graag hadden Bep en hij kinderen gehad, maar het liep anders. Een rotperiode was dat. Drie keer ging het mis. En zo kwam er dus geen jonge Herman die de boel kon overnemen. De zaak op de Tilanusstraat sluit voorgoed.

En toch zal er in Amsterdam voorlopig geen schoenmaker minder zijn. Verdwijnt het ambacht nog niet. Dankzij Mandy, zegt Bert. "Het klikte meteen toen ze hier voor het eerst binnenkwam."

Dat was twee jaar geleden, toen Mandy van der Lugt via Marktplaats of Amsterdam Yard Sale - ze weet het niet meer precies - een jas kocht. Of ze hem kon komen ophalen in de Tilanusstraat. Ze kon geen parkeerplaats vinden en zette haar auto - knipperlichten aan - stil op straat.

Gewoon een schoenmaker
Niemand deed open, auto's achter haar begonnen te toeteren en gehaast reed ze weg. Maar zag ze dat nou goed? Van der Lugt reed om rondje om te bekijken of het waar was wat ze in haar ooghoeken had gezien. En inderdaad: midden in deze rustige straat zat gewoon een schoenmaker.

Bijna twintig jaar was Van der Lugt (40) op zoek geweest naar wat ze wilde worden als ze groot was. Het moest iets creatiefs zijn en iets met mensen. Maar wat? Op de kappersschool vond ze het niet. In de zorg ook niet. En bij het servicecentrum van netbeheerder Liander had ze toch ook niet echt een toekomst. Ze begon te twijfelen: "Zou het wel bestaan: dat je werkt doet dat niet als werk voelt?"

Vakidioten
Tot ze vier jaar geleden in het Journaal hoorde dat er een tekort aan schoenmakers dreigde. "Dan kan ik altijd nog schoenmaker worden," werd haar nieuwe motto. In het begin nog grappig bedoeld, maar als 36-jarige snuffelstagiaire bij de schoenmaker in Zutphen - waar ze destijds woonde - viel alles op zijn plek.

"Ik was daar gewoon een beetje eigen schoenen aan het opknappen. Maar het stikken, het knutselen, het contact met de klant - dat was het." Van der Lugt volgde een leer-werktraject tot schoenhersteller, verhuisde naar het westen omdat ze een baan in Volendam kon krijgen en begon met dromen van haar eigen winkel.

Nadat ze de Noord-Brabantse Schoenmakerij had ontdekt, besloot ze langs te gaan. 'Ik ben verliefd,' schreef ze die avond op Facebook, waar ze uitlegde hoe Bert Herman haar die middag met zijn verhalen had meegenomen op een reis in de tijd.

Oude gereedschappen
Hij had oude gereedschappen laten zien, vertelt hoe hij vroeger schoenen met de hand maakte. De bewondering was groot en wederzijds. Twee vakidioten bij elkaar, een vriendschap was geboren.

Deze zomer vertelde ze hem dat het gelukt was. Dat ze een pand in de Czaar Peterstraat zou huren en een eigen zaak zou beginnen. Ze wilde een frisse invulling geven aan een oud beroep. In een lichte zaak, vol kleur. Met naast de leren schoenen ook opgeknapte Nikes in de vensterbank.

Bert Herman reageerde enthousiast. "Toen zij vertelde dat ze begon, besloot ik dat ik wel kon stoppen."

De zaak van Bert Herman sloot vrijdag. Die week opende ook de schoenherstelsalon van Mandy van der Lugt, op de Czaar Peterstraat 114. Veel van de oude gereedschappen van Bert Herman zijn daar te bezichtigen. Niet als museumstukken; Van der Lugt gebruikt ze nu.

Mandy van der Lugt: 'Het stikken, het knutselen, het contact met de klant ¿ dat is het.' Beeld Dingena Mol
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden