Plus PS

Beroofd door een leeftijdsgenootje: Wat doe je?

Het aantal straatroven onder jongeren neemt toe. Maar slachtoffers doen geen aangifte, uit angst voor wraak. Moeten ouders machteloos toekijken?

Beeld Kristel Steenbergen

Veertien jaar was hij, de jongen die vorige maand in ­Amsterdam door de rechter werd veroordeeld vanwege een poging tot straatroof met geweld. Hij had zijn dertienjarige slachtoffer klemgereden en vervolgens geprobeerd de zakken van zijn jas open te maken. Toen het slachtoffer de dader van zich had afgeduwd was hij gevallen en werd tegen zijn hoofd getrapt en geslagen.

De zaak wordt beschreven in een van de blogs van de ­Amsterdamse officier van justitie Gabriëlle Hoppenbrouwers op www.gabhop.nl. 'Elke keer als ik door mijn werk geconfronteerd word met straatroven en afpersingen waarbij zowel dader als slachtoffer minderjarig is, doe ik een schietgebedje dat mijn puber dit nooit gaat overkomen,' schrijft ze.

Middelbare scholieren plegen onderling steeds vaker straatroven. Dat zijn althans de geluiden die politie en OM vorige maand naar buiten brachten - en daarbij gaat het vooral om mobieltjes. Maar hoe groot het fenomeen daadwerkelijk is, blijft in het vage - harde cijfers ontbreken

Want er is een fundamenteel probleem, zegt Hoppenbrouwers: "Dat zit 'm in het snitchen, in het elkaar niet durven verraden." Slachtoffers durven geen aangifte te doen uit angst voor nog ergere wraakacties; leeftijd- of klas­genootjes die getuige zijn geweest durven geen verklaring af te leggen omdat wie snitcht er ook aan moet geloven. Jongeren beseffen vaak ook niet dat iets als een mobieltje afpakken valt onder straatroof en strafbaar is, weet Hoppenbrouwers uit ervaring.

Harde, landelijke cijfers die de politie wél heeft: jongeren tussen de 12 en 18 jaar plegen circa 40 procent van de straatroven. Hierbij neemt het geweld toe. In 45 procent van alle straatroven gaat de daders ervandoor met een mobiele telefoon.

Mijn en dijn
"Die mobieltjes zijn niet zozeer de discussie," zegt ­opvoedkundige en puberexpert Marina van der Wal. "Waar we het hier over hebben zijn mensen, kinderen nog, die onder bedreiging, met geweld zelfs, spullen van ­iemand anders afpakken. Je hoopt dat pubers een aantal zaken, zoals 'mijn en dijn', hebben meegekregen, en daarbij spelen opvoeding, woonomgeving en temperament ook een rol.

Maar als in een van die factoren iets fout gaat, kan het zijn dat een puber vindt dat hij best die merkjas of -tas of dat mobieltje van iemand mag afpakken. Pubers die iets willen hebben, kunnen een doelgerichtheid vertonen waarvan je zou willen dat ze die met huiswerk ook hadden. En ze gaan ook heel erg voor de kick."

De Amsterdamse kinderombudsman Anne Martien van der Does kent de mobieltjesroof als een algemeen verhaal dat rondgaat, niet van kinderen zelf. "Als kinderen geen aangifte durven te doen bij de politie, durven ze ook niet naar de ombudsman."

'Kleine criminaliteit'
"Maar ik hoor het wel zo nu en dan via een zijweg van ouders die zich machteloos voelen. Er zijn veel klachten over pestgedrag, over het jatten van kleren, mobieltjes, of een schooltas in de plomp gooien. De jongerencultuur is vrij hardhandig, dat zag ik al in mijn tijd als kinderrechter."

Van der Does ziet een gang naar de politie niet als oplossing. "Als de politie er al prioriteit van maakt, als het al ­gehoord wordt, duurt de hele procedure toch lang en al die tijd zit je met een kind dat bang is. En die mobiel krijg je er tien tegen een toch niet mee terug."

Dit soort 'kleine criminaliteit' zou volgens haar beter in behandeling kunnen worden genomen door een jongerenrechtbank, iets waar sinds 2014 op vier Amsterdamse scholen mee wordt geëxperimenteerd.

"Herstelrecht door gelijken. Je moet regelen dat kinderen het laagdrempelig bij iemand kwijt kunnen. Ik denk dat dat veel effectiever is dan een strafrechtelijke aanpak. Laat kinderen dat onder begeleiding van volwassenen oplossen. Ik geloof meer in de kracht van peer justice dan in van bovenaf afstraffen in een machtig justitieel apparaat."

Heftig geweld
Hoppenbrouwers, zelf bij het experiment met jongerenrechtbanken betrokken, is het daarmee grondig oneens. "Als het gaat om de roof van telefoons, zeker als er geweld bij komt - en we zien soms echt heftig geweld, met messen erbij - gaat me dat te ver. Er zit ook een hele zwik daders tussen die die telefoons niet afpakken voor eigen gebruik maar die doorverkopen en omzetten in geld. Dan moet je toch echt bij de politie zijn."

Beeld Kristel Steenbergen

Hoppenbrouwers ziet hierin een belangrijke rol weggelegd voor ouders. Zowel die van daders als slachtoffers. "Als je kind van 14, 15, 16 ineens met een iPhone 7 rondloopt, is dat niet normaal. Heeft je kind ineens een Gucci-pet op, heeft je kind ineens veel geld, dan is dat niet normaal."

"Controleer de spullen van je kind, kijk in die tienerkamer en ga in gesprek én naar het bureau. Wat ­ouders zich vaak niet realiseren is dat een gestolen telefoon in huis, die ze met de mantel der liefde bedekken, op een zeker moment te traceren is. Dan loop je het risico op een huiszoeking om zes uur 's ochtends en gaat je hele huis overhoop, tot en met de wasmand."

En is je kind beroofd, begeleid het dan in het doen van aangifte. "Probeer het ervan te doordringen dat het écht, écht nodig is. Er wordt heel makkelijk geroepen: 'Maar de politie doet niks.'"

"Nee! Ga mee aangifte doen, en maak daar melding van op school, bespreek ook de angsten van je kind op school en met de politie. Anders hou je de vicieuze cirkel in stand. En dat geldt ook voor getuigen: laat het weten als je iets gezien hebt, zie je op straat iets gebeuren, bel dan 112 en doe je verhaal. De politie kan alleen iets doen als ze munitie krijgt."

Help, mijn kind is beroofd!

De drie stappen volgens opvoedkundige Marina van der Wal:

1. "Je kind heeft in eerste instantie troost nodig. Laat merken dat het veilig is en maak geen verwijten: 'Loop toch niet altijd zo met je mobieltje...' 'Hoe kan je dat nou toch laten gebeuren?' Je hoeft niet mee te huilen, maar geef aandacht aan de emoties van je kind."

2. "Verzamel informatie. Vraag je kind waar, in welke situatie het is beroofd, of het iemand heeft herkend, of het iemand is uit zijn ­eigen vriendenkring of een klasgenoot. Bij alle informatie die je krijgt en niet prettig vindt - je kind was op een plek waar het niet mocht zijn, of in gezelschap van types van wie je liever niet hebt dat het ermee omgaat - ook nu is er geen plek voor verwijten. Anders neemt je kind je niet in vertrouwen."

3. "Als je alles weet, ga je praten over aangifte doen. Bel de politie en vraag hoe ze hiermee omgaan. Leg uit dat je kind bang is om aangifte te doen en vraag of ze garanties kunnen geven."

Help, mijn kind heeft iemand beroofd!

De drie stappen volgens opvoedkundige Marina van der Wal:

1. "Het eerste wat je moet doen als je zoiets ontdekt of te horen krijgt is je kind niet afvallen. Hoe erg het ook is, de basis moet zijn: ik hou van jou, jij bent belangrijk voor mij. Dat is heel moeilijk als je kind dingen blijkt te doen die niet in de buurt komen van jouw normen en waarden. Maar om de boel op te ruimen, moet de basis vertrouwen zijn. Dus geen verwijten over foute vrienden of iets dergelijks."

2. "Ook hierbij ga je eerst op zoek naar informatie: wie, waar, hoe en waarom?"

3. "Daarna volgt het allermoeilijkste: je kind gaat zich aangeven en jij gaat mee. Want je kind heeft een delict gepleegd en dit is de enige manier om schoon schip te maken. Een hard gelag voor ouders, een drama, maar de enige oplossing. Het kan verleidelijk zijn contact te leggen met het slachtoffer en zijn ouders om het onderling op te lossen. Maar dat is eigen rechter spelen. Je hebt een zorgplicht voor je kind en dit kan alleen via de politie."

Hockeyjeugd als doelwit

Hockeyclub HC Athena aan de Radioweg in de Watergraafsmeer waarschuwt de jeugd op de website in groepen en onder ouderbegeleiding naar huis te fietsen in verband met aanhoudende straatroof.

Voorzitter Luc Spin: "Je kunt er de klok op gelijk zetten: zodra het eerder donker wordt, begint een golf van overvallen. Het zijn bekende groepen, redelijk uit de buurt, knapen van 16, 17 die vaak al wel bekend zijn bij de politie. Ze hebben het echt gemunt op de hockeykids die naast hun uitrusting ook altijd wel een mobiel bij zich hebben."

"We hebben goede communicatie hierover met ouders, en de politie werkt fantastisch mee. We doen altijd aangifte, daar hebben we een strak beleid in. Er volgen gesprekken met ouders van de daders, school en ook Jeugdzorg en Bureau Halt worden ingeschakeld. Na een week of vier, vijf is alles dan weer onder controle. Maar ik ben nu 4,5 jaar voorzitter en helaas gebeurt het elk jaar opnieuw."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden