Plus Blikvangers

Beroemde teksten, zomaar op een gevel in Oost

De stad staat vol met kunst, van wereldvermaarde kunstenaars tot anonieme beeldhouwers. Wat zijn de verhalen achter deze beelden? Dit keer: Hommage aan Nescio.

In de Linnaeusstraat staan twee Nesciocitaten op een gevel Beeld Carly Wollaert

Ze zitten in het Oosterpark op een bankje. Drie van de Titaantjes van Nescio. En ze zitten erbij alsof ze de hele wereld aan kunnen. Het beeld is van Hans Bayens. Het werd in 1971 onthuld en jaren later gestolen. In 1988 werd een nieuw afgietsel geplaatst. Op de sokkel staat: 'Jongens waren we - maar aardige jongens', de openingszin van Nescio's beroemde novelle Titaantjes uit 1915.

Hommage aan Nescio is de titel van het beeld. Rechts (vanuit de kijker gezien) zit Koekebakker, in het midden zien we Bavink en links zit Hoyer. De twee andere Titaantjes, Kees Ploeger en Bekker, ontbreken.

Titaantjes, nog geen dertig pagina's dik, gaat over jonge hemelbestormers. 'Wat hebben we al niet willen opknappen. We zouden hun wel eens laten zien hoe 't moest.'

Het is het verhaal van de maatschappij willen veranderen maar er uiteindelijk achter komen dat je je moet aanpassen aan die maatschappij om niet ten onder te gaan. Ondanks je idealen.

Citaten
'We zijn nu veel wijzer, stakkerig wijs zijn we, behalve Bavink, die mal geworden is.'

'Heele zomernachten stonden we tegen 't hek van 't Oosterpark te leunen en honderd uit te boomen.'

Dat lezen we op de tweede pagina van Titaantjes. En nog eens, als je het Oosterpark uitloopt, een stukje verder, op de gevel van het pand Linnaeusstraat 7-11, tegenover het Tropen­museum. Het zijn woningen, ontworpen door architect Hans van Heeswijk. Twee citaten van Nescio zijn naar een ontwerp van grafisch vormgever Ootje Oxenaar (1929-2017) in 1995 op de gevel aangebracht.

Hommage aan Nescio

Sinds 1995
Kunstenaar Ootje Oxenaar
Waar Linnaeusstraat

Dat andere, langere citaat, ook uit Titaantjes, luidt: '(...) En dan begon 't te schemeren, de kikkers gingen kwaken, één ging er vreeselijk te keer, vlak bij mijn schoen, m'n eene voet lag bijna in de sloot. Een koe, die je nauwelijks meer kon zien in de halve duisternis, hoorde je 't gras afschuren. In de verte begon er een klagelijk te loeien. Een paard holde heen en weer, je hoorde 't maar zag 't niet. De koe bij ons blies en werd onrustig. Bekker zei: ''t Is hier goeie. Zoo moest 't maar blijven. (...)'

Zinloze discussie
Zomaar op een gevel in Amsterdam-Oost, waar Nescio langere perioden woonde, lees je dan die teksten van een van de beroemdste Amsterdamse schrijvers.

Titaantjes eindigt ook bijzonder fraai. Met een zin die, zoals zo veel zinnen van Nescio, te mooi is om niet af en toe uit te spreken. Het liefst na een zinloze discussie. 'En zoo gaat alles z'n gangetje en wee hem die vraagt: Waarom?'

Die had ook niet misstaan op de gevel.

Lees ook het vorige deel uit de serie: Dit kunstwerk benadrukt het zootje op het Leidseplein

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.