Column

Bel mij niet meer voor een debat

Theodor HolmanBeeld Wolff

Iemand van de radio belde mij op en wilde dat ik op iets commentaar ging geven en tevens met iemand in debat ging die ik alleen van naam kende.

Ik zei dat ik dat niet deed.

Of dat niet een heel klein beetje laf was.

Ja, erkende ik, dat was niet eens een heel klein beetje laf, maar erg laf.
Waarom ik dan toch niet kwam?

Ik zal het nog eens uitleggen, zodat ik naar deze column kan verwijzen als u, medialievelingen, mij weer wil bellen. Ik kom niet debatteren, tenzij het iemand is die ik vroeger in mijn eigen radioprogramma heb ondervraagd, die ik vertrouw, of als ik iets te verkopen heb.

De reden hiervoor is de volgende: ik kan niet debatteren. Ik ben nu eens te schuchter en te verlegen, dan weer overschreeuw ik mezelf en stel ik me aan.

Heus, ik heb jarenlang aan radiodebatten meegedaan, ik ben ooit bij Sonja geweest, en bij Barend en Van Dorp, ik ben bij Pauw en Witteman geweest, ik ben nooit bij Matthijs aangeschoven, want daar heb ik ruzie mee hoor ik, en de ervaring van al die keren is dat ik alleen op de televisie moet verschijnen met een mooi boek dat ik heb geschreven, maar niet om mijn mening te geven.

Ik ben schrijver, en als ik moet praten word ik krampachtig en fobisch. Ik heb altijd erg veel zin om mijn 'tegenstanders' uit te schelden, of grappen over ze te maken, of - als er een beroep op mij wordt gedaan om iets serieus te beweren - te stotteren en veel te lang na te denken om vervolgens te zeggen: "Wat was de vraag ook al weer?"

Daarbij vind ik het altijd schlemielig, vooral voor mijn ego, om met z'n vieren of vijven aan een tafel te zitten om op 'mijn beurt' te wachten. Ik droom dan van de zenuwen weg, ga te veel drinken, of wil leuk doen met gejatte grappen als een Vara-komiek. En altijd is er de vrees dat ik een migraineaanval krijg op het moment dat de camera op mij is gericht.

Nodig mij dus niet uit. De kijkcijfers dalen aantoonbaar wanneer ik op de buis verschijn en de zendmasten moeten opnieuw worden afgesteld. Laat ik, als een Baudet, zeggen: Et scribo tacet. (Ik schrijf en zwijg.)

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief. Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden