Plus

Beethoven is favoriet bij topdirigent Bernard Haitink

Bernard Haitink viert volgende week zijn zestigjarig jubileum als dirigent van het Concertgebouworkest. Een terugblik in cijfers en verhalen. 'Wat een kleuter nog.'

Bernard Haitink in het Concertgebouw in 2014 Beeld Remko de Waal

Op 7 november 1956 zou de Italiaanse dirigent Carlo Maria Giulini zijn debuut maken bij het Concertgebouworkest.

Naar dat debuut, met de Vier jaargetijden van Vivaldi en het Requiem in c van Cherubini op het programma, werd reikhalzend uitgezien, want de 41-jarige Giulini had naam gemaakt als dirigent van het Milanese operahuis La Scala. Maar Giulini werd ziek en meldde zich kort voor de concerten op 7 en 8 november af.

Er moest dus een vervanger worden gevonden. Maar wie? En wie had beide stukken op zijn repertoire, en vooral dat weinig gangbare Requiem van Cherubini?

Concert zonder applaus
Het toeval wilde dat er een Nederlandse dirigent was die dat stuk op 10 juli van datzelfde jaar nog had gedirigeerd.

Bij het Radio Filharmonisch Orkest en het Groot Omroepkoor had hij in het Gebouw voor Kunsten en Wetenschappen in Den Haag die dag zijn eerste openbare optreden met die gezelschappen gegeven. Bernard Haitink was zijn naam. Hij was 26 en dirigeertechnisch nog een piepkuiken.

Haitink werd ten kantore van het Concertgebouworkest genood, waar Eduard van Beinum en Marius Flothuis hem vroegen of hij Giulini's concerten wilde overnemen.

Haitink hield de boot af. "Liever niet, ik hou bij het orkest van de radio net mijn kin boven water," moet hij hebben gezegd (Roland de Beer legde die prachtquote vast). Maar tegen de charme van Van Beinum was ook de voorzichtige Haitink niet bestand.

Haitink aan de start van zijn carrière, eind jaren vijftig Beeld Hollandse Hoogte

Het debuut van Haitink was een vreemd concert. Het was een solidariteitsverklaring met de Hongaren, wier land in de eerste week van november door het Sovjetleger was binnengevallen.

Door het politieke karakter van het concert werd besloten dat er na afloop niet zou worden geapplaudisseerd. Haitink zou jaren later in interviews verklaren dat hij dat eigenlijk wel zo prettig had gevonden, omdat hem dan tenminste een mat applaus bij zijn debuut bespaard was gebleven.

Ook zou hij zich later in interview herhaaldelijk herinneren dat een van de 'keurige abonnementsdames' bij zijn opkomst voor hem hoorbaar de zin 'Goede god, wat een schooljongen', 'Lieve hemel, wat een baby', dan wel 'Mijn lieve god in de hemel, wat een kleuter', moet hebben geroepen.

Benoeming op krediet Het was hoe dan ook een onvergetelijk debuut. Hij werd daarna met regelmaat teruggevraagd als gastdirigent, kon terugkijken op meestal gunstige recensies.

Met de onverwachte dood van Eduard van Beinum op 13 april 1959 had het Concertgebouworkest opeens een acuut probleem. Men moest op stel en sprong op zoek naar een opvolger.

Haitink was in beeld, maar de stemmen in het bestuur waren verdeeld. Zakelijk leider Piet Heuwekemeijer vond hem te jong. 'Psychisch is Haitink nog niet in evenwicht en hij kan het nog niet aan,' tekende de notulist uit zijn mond op na de algemene bestuursvergadering van 13 mei.

Ook zelf had Haitink grote twijfels. Hij vond dat hij onvoldoende ervaring had voor zo'n zware post. Het bestuur bedacht de constructie van een dubbel chefschap. Naast Haitink zou de ervaren Eugen Jochum worden benoemd. Haitink ging schoorvoetend akkoord, maar hij zou tot in lengte van dagen zowel desgevraagd als ongevraagd tegen journalisten blijven herhalen 'dat hij toch eigenlijk veel te vroeg voor het orkest was gezet'.

Het is ook goed te beseffen dat een dergelijke benoeming op krediet bij het Concertgebouworkest in de 21ste eeuw niet meer mogelijk zou zijn. De zakelijke belangen zijn domweg te groot voor zulke risicovolle benoemingen.

Food for thought: hoe zou de geschiedenis van het orkest en van Haitink eruit hebben gezien als niet hij, maar de in de ogen van het publiek gedoodverfde kandidaat Willem van Otterloo - een grootheid - in 1961 de chef was geworden?

Ongehoord

De mooiste serie concerten die nooit plaatsvond Tristan und Isolde van Wagner bij De Nationale Opera, met het Concert­gebouworkest in de bak. In interviews halverwege de jaren negentig sprak ­Haitink over gesprekken met operabaas Pierre Audi en hoewel de plannen nooit concreet werden, had de Nederlandse Haitinkfan en operaliefhebber er hete dromen van. Maar helaas, toen puntje bij paaltje kwam, haakte de dirigent af, om redenen die hij alleen kent.

Lievelingen

Top tien van componisten wier werk Haitink het vaakst bij het Concertgebouworkest heeft ­gedirigeerd.
1. Beethoven (378 keer)
2. Mozart (357 keer)
3. Gustav Mahler (291 keer)
4. Brahms (228 keer)
5. Bruckner (206 keer)
6. Stravinsky (179 keer)
7. Ravel (164 keer)
8. Debussy (156 keer)
9. Haydn (134 keer)
10. Mendelssohn (129 keer)

Top tien van meest gedirigeerde stukken bij het Concertgebouw­orkest
1. Debussy: La mer (57 keer)
2. Mahler: Eerste symfonie (52 keer)
3. Bruckner: Symfonie nr. 9 (50 keer)
4. Beethoven: Symfonie nr. 7 (43 keer)
5. Stravinsky: De vuurvogel (41 keer)
6. Ravel: Daphnis et Chloë, 2de suite (40 keer)
7. Mendelssohn: Vierde symfonie (30 keer)
8. Brahms: Vioolconcert (30 keer)
9. Berlioz: Symphonie fantastique (29 keer) 1
0. Brahms: Symfonie nr. 1 (28 keer)

Top vijf van meest gedirigeerde Neder­landse componisten
1. Hans Henkemans (47 keer)
2. Hendrik Andriessen (40 keer)
3. Rudolf Escher (37 keer)
4. Ton de Leeuw (36 keer)
5. Willem Pijper (28 keer)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden