Barbaarse droom van iedere rugbyer

PRONKSTUK

Elke club heeft ze. Prominent boven de bar, of verscholen in een hoekje. Ze vormen de schatkamer van de amateursport. Vandaag de pronkstukken van AAC Rugby.

Een rugbyaanval waarbij de bal vloeiend van hand tot hand gaat over de breedte van het veld, behoort - begeleid door het aanzwellende gejuich van een hunkerend publiek - tot de wereldwonderen van de sport. ''Ballen,'' noemt George de Vries (49) het pure rugby met de handen. Hij heeft zijn clubdas van AAC Rugby rond zijn stevige nek geknoopt. Buiten is het grijs en nat.

In de kantine staan de houten banken rond een open haard. De ruimte is tot in de kleinste hoekjes behangen met schilden van clubs uit de bakermat van het rugby: Groot-Brittannië.

Lowestoft and Yarmouth, Howe of Five, Old Bradleians, Limavady, ooit hebben ze tijdens een van hun jaarlijkse tournees Amsterdam aangedaan en volgens de traditie hun spoor gemerkt met het wapen van de club. Alleen de biertap en het ontbreken van tapijt op de vloer doen je beseffen dat je niet in een pub in de Britse countryside bent maar op sportpark De Eendracht in Amsterdam -West.

Rugby is een relatief jonge sport in Amsterdam. AAC is van 1930 en Amsterdams oudste. In dat jaar zochten de leden van de Amsterdamsche Atleten Club naar een sport voor de wintermaanden. Zoals cricketers gingen voetballen of hockeyen en voetballers in de zomermaanden gingen honkballen, zo gingen de atleten rugbyen op het Olympiaplein.

''Rugby gaat altijd door,'' zegt De Vries en hij wijst op de foto van het laatste kampioenselftal van AAC uit 1977. Vijftien mannen poseren als varkens in een modderbad, een bosje verlepte anjers in de hand. De Vries had er graag tussen gestaan. ''Ik ben nooit kampioen van Nederland geworden,'' zegt hij met een lichte teleurstelling in zijn stem.

Het had gekund als hij niet eerst was gaan voetballen. Rond zijn achttiende werd duidelijk dat voetbal niet zijn sport was. ''Ik kreeg een paar keer een rode kaart wegens ruw spel. Vervolgens zag ik bij Studio Sport flitsen rugby voorbijkomen en dacht: Die sport ligt mij misschien beter.'' Hij pakte het telefoonboek. AAC had zijn clubnaam slim bij de R van rugby vermeld.

Al snel bleek dat De Vries zijn roeping in zijn jeugd had misgelopen. Hij groeide uit tot één van de beste rugbyers die Nederland heeft gekend. De Vries speelde in totaal 64 interlands waarvan tien als aanvoerder. In de jaren negentig liep Nederland op de valreep het WK in Zuid Afrika mis. ''De beslissende wedstrijd tegen Italië verloren we omdat zij de Argentijnse topkicker Dominguez tot Italiaan hadden genaturaliseerd,'' zegt De Vries.
Een hoogtepunt in de vorm van een wereldkampioenschap bleef dus uit, maar de beloning kwam alsnog in 1994. ''De bondsvoorzitter belde me op en vertelde dat ik was uitgenodigd voor de Barbarians,'' zegt De Vries. Hij geloofde de voorzitter niet. Een Nederlander bij de Barbarians, dat was onmogelijk. ''Toen het tot me doordrong, heb ik wel een traantje weggepinkt.''

Barbarians heeft een bijzondere positie in de rugbywereld. De club heeft geen eigen veld, geen clubhuis en lid ben je voor het leven, maar alleen na een uitnodiging. William Percy Carpmeal had in 1890 een droom: hij wilde de schoonheid en sportiviteit van het rugby-football, zoals de sport in Engeland heet, over het land verspreiden. Na het seizoen nodigde hij de beste spelers uit om op tournee te gaan. Ruim honderd jaar later is de traditie nog altijd in ere. Ondanks de toegenomen commerciële belangen en veel vollere rugbyagenda bestaat voor een rugbyer geen grotere eer dan te worden uitgenodigd voor de Baa-Baa's.

De traditionele paaswedstrijden in Wales tegen Swansea en Cardiff zijn de mooiste wedstrijden uit De Vries' carrière. ''Rugby is daar religie. De stadions zaten vol. En dan al die topspelers om je heen. Natuurlijk was ik zenuwachtig, maar je trekt jezelf op aan het hoge niveau.''

De Barbarians spelen rugby in zijn puurste vorm. ''Alles gaat met de hand, dat was wel even wennen. Een tactische kick is 'not done'. Ik heb nog nooit zo kapot gezeten na afloop.''

Een ultieme herinnering aan deze rugbydroom zou het shirt met de dikke zwart-witte banen zijn. Maar het heilige shirt blijft eigendom van de club. Teammanager Mickey ziet daar streng op toe. De Vries: ''Uiteindelijk zwichtte hij voor het argument dat alle Nederlandse rugbyers zich net als ik konden optrekken aan dit shirt.''
''Kom om half tien naar kamer 23,'' fluisterde Mickey in zijn oor. De Vries: ''Niemand mocht het weten. Het was net een James Bondfilm.'' De Vries kreeg het shirt in de kamer van de teammanager en hield woord. Het hangt nu opgevouwen in een vitrinekast enigszins verscholen in een hoek van de bar. De zwarte letters B.F.C van Barbarian Football Club prijken door elkaar gevlochten op de linkerborst. Rechts staat het logo van een sponsor. Ook de Barbarians schikken zich naar de eisen van nieuwe tijden.

Behalve in hun spel. Daarin zal de schoonheid van het rugby altijd voorop blijven staan. Dankzij George de Vries worden de leden van AAC Rugby daar keer op keer aan herinnerd. Zoals het een Amsterdamse sportclub betaamt. (STEVEN VAN DER GAAG)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden