Plus

'Banken hadden geen gevoel bij Joodse oorlogstegoeden'

De regering en verzekeraars werkten eind jaren negentig coöperatief mee aan het uitkeren van Joodse oorlogstegoeden. De banken en vooral de Amsterdamse effectenbeurs toonden weinig empathie.

Hanneloes Pen
Plaquette aan de gevel van de voormalige Duitse roofbank Liro in de Sarphatistraat Beeld Carly Wollaert
Plaquette aan de gevel van de voormalige Duitse roofbank Liro in de SarphatistraatBeeld Carly Wollaert

Historicus Christiaan Ruppert (62), die destijds op het ministerie van Financiën werkte, promoveerde aan de VU met zijn proefschrift Eindelijk 'Restitutie'.

Hoe kwam u ertoe hier een proefschrift over te schrijven?
"In de jaren negentig was er wereldwijd aandacht voor het nazigoud. Ook in Nederland wilde men weten wat met de geroofde Joodse eigendommen was gebeurd. Ik werkte bij de Inspectie Rijksfinanciën en werd als projectleider vier jaar lang op dit onderwerp gezet."

"Met tien tot twintig medewerkers besteedden we aandacht aan deze zaak. We kregen brieven van Joodse burgers: 'Mijn broer had een spaarrekening', 'mijn zus had een parelketting', of: 'mijn vader had een bedrijf, wat is daarmee gebeurd?' De berovingen werden goed gedocumenteerd door de nazi's en wij gingen op onderzoek uit."

Hoe luidt de conclusie van uw proefschrift?

"Ik wilde graag terugkijken op het onderhandelingsproces over de teruggave van de Joodse tegoeden. Het rechtsherstel is na de oorlog in algemene zin naar behoren verlopen, maar er zijn wel evidente missers. De regering en verzekeraars hebben goed meegewerkt aan de oplossingen, maar de banken en vooral de Amsterdamse beurs lieten het afweten, totdat een boycot dreigde vanuit de VS."

Waarom reageerden de banken en de beurs zo afhoudend?

"Verzekeraars en de regering zijn gewend geld uit te geven, zei men als grap, terwijl banken en de beurs geld binnenhalen. De banken verdiepten zich niet in de Joodse oorlogstegoeden. Er zaten mensen aan tafel die er geen gevoel bij hadden."

"De vraag was veeleer: wat gaat het ons kosten? Ze wilden snel van het onderwerp af zijn. De beurs reageerde niet erg empathisch en voelde zich niet aangesproken. Hij voelde zich geen opvolger van de beurs uit de oorlog. Beide partijen vonden het maar een lastig onderwerp."

Wat is het belang van uw onderzoek?

"Het toont aan hoe je moeilijke onderhandelingsprocessen uiteindelijk tot een goed einde kunt brengen. De Joodse tegoeden, in totaal 764 miljoen gulden (ongeveer 350 miljoen euro) zijn vanaf 2000, nadat de akkoorden waren gesloten, uitgekeerd."

"De meeste van de uitkeringen zijn in Amsterdam terechtgekomen. Hier woonden immers de meeste Joden. Dit proefschrift is ook bedoeld voor de Joodse gemeenschap en de jongere generatie. Ze kunnen lezen waar het bij het onderhandelingsproces aan schortte en waar het goed ging."

Hoe reageerden de vier partijen?

"De hoofdpersonen in het verhaal lazen dingen over het verloop van het proces die ze zelf niet wisten. De Joodse kant, de verzekeraars, politiek en de banken waren bij mijn promotie aanwezig. Alleen de beurs heb ik niet gezien."

"De banken en de beurs hebben overigens in 2003 wel een plaquette met hun spijtbetuiging aangeboden, die herinnert aan de systematische beroving van de Joodse gemeenschap. Deze hangt op de voormalige Lirobank, de roofbank van de nazi's, in de Sarphatistraat. Maar het was inderdaad een mooi gebaar geweest als ze wel naar de promotie waren gekomen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden