BALKENENDE IV

Dit zijn ze dan: de premier en zijn vijftien ministers (foto's ANP)JAN PETER BALKENENDE

(CDA), Minister-president

Voor veel Nederlanders was Jan Peter Balkenende (1956) een grote onbekende toen hij in 2002 minister-president werd. Inmiddels lijkt hij niet meer weg te branden, hoe vaak zijn kabinetten ook struikelen. In politiek Den Haag geldt hij als een slechte regisseur, die het bij grote conflicten laat afweten. Als lijsttrekker is hij echter ongeëvenaard en rijgt hij de goede verkiezingsuitslagen aaneen. Hij laat zich erop voorstaan Nederland uit een economische recessie te hebben getrokken, dankzij een hard saneringsbeleid. Nu is het tijd is voor investeringen in de samenleving, aldus Balkenende. Hij groeide op op het Zeeuwse platteland en studeerde geschiedenis en Nederlands recht aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Daarna zat hij bij het Wetenschappelijk Instituut van het CDA, was bijzonder hoogleraar christelijk sociaal denken en was actief in politiek Amstelveen.

WOUTER BOS

(PvdA), Financiën

Een jaar geleden twijfelde vrijwel niemand eraan: Wouter Bos (1963) zou de volgende premier van Nederland worden. De PvdA torende in alle peilingen hoog uit boven het impopulaire CDA. Elke week een dag thuisblijven om voor zijn twee jonge dochters te zorgen, dat zou wel niet meer kunnen als hij straks in het Torentje zou zitten, overdacht Bos destijds in interviews. Dat was voordat de CDA-campagne was begonnen, waarin het voornaamste thema was dat Bos met alle winden meewaait. Onder leiding van informateur Herman Wijffels is die episode verdrongen en gaat Bos er nu met Balkenende het beste van maken. Hij wordt vice-premier en keert terug naar Financiën. Tussen 2000 en 2002 werkte hij daar ook al, toen als staatssecretaris. Ondanks de verkiezingsnederlaag (na 2002 het slechtste resultaat uit de geschiedenis van de PvdA) is Bos nog steeds de onomstreden partijleider.

ANDRÉ ROUVOET

(CU), Jeugd en Gezin

Tijdens de verkiezingscampagne was het een terugkerend thema in de pleidooien van ChristenUnie-leider André Rouvoet (1962): de komst van een speciale minister voor Jeugd en Gezinszaken. Alleen zo kan er volgens Rouvoet eenheid komen in het versnipperde jeugdbeleid. De ChristenUnie-leider gaat de post nu zelf bezetten. Een moeilijk karwei. Eerdere ervaringen wijzen uit dat een minister zonder eigen ministerie en ambtenaren de grootst mogelijke moeite heeft dingen gedaan te krijgen. Voor Rouvoet en de ChristenUnie betekent regeringsdeelname een historische moment, voor het eerst maakt de partij deel uit van een coalitie. De jurist Rouvoet geldt als een scherp debater. Parlementaire journalisten kozen hem in 2004 tot politicus van het jaar. Zij roemden hem als een baken van rust en evenwichtigheid in hectische tijden en iemand die wars is van Haagse spelletjes.

GUUSJE TER HORST

(PvdA), Binnenlandse Zaken

De Amsterdamse oud-wethouder Guusje ter Horst (1952) was al langer gedoodverfd kandidate voor Binnenlandse Zaken. In haar vorige baan, als burgemeester van Nijmegen, bouwde ze een goede staat van dienst op, ondanks een incidentje aan het slot, toen ze met een slok op in de auto zat. In Nijmegen woonde ze steeds weer in een andere wijk, om de stad in de vingers te krijgen. Ze geldt als een bestuurder die er niet omheen draait en geen excuses zoekt. Beetje een drammer, zeggen collega's, maar dat moet soms als je iets wilt bereiken. Komt, zei ze zelf eens, omdat ze van jongs af aan heeft geleerd voor zichzelf op te komen. Want ze had als kind het gevoel niet veel aan haar ouders te hebben. In Nijmegen was ze niet bang vijanden te maken en zei ze steeds waar het op stond. Ter Horst moet als minister van Binnenlandse Zaken de strijd aanbinden met de overmaat aan bureaucratie.

AB KLINK

(CDA), Volksgezondheid

Samen met Jan Peter Balkenende begon Ab Klink (Stellendam, 1958) begin jaren tachtig zijn loopbaan bij het CDA bij het wetenschappelijk instituut van de partij. Het leverde hem een jarenlang bondgenootschap op met de huidige premier. Hier schreef Klink ook zijn proefschrift over politieke filosofie. Hij leerde vervolgens tussen 1992 en 1994 het vak als politiek assistent van de minister van Justitie Ernst Hirsch Ballin, met wie hij nu in één kabinet komt. Klink werkte zich in de jaren erna op als hoge ambtenaar bij Justitie, totdat hij in 1999 terugkeerde naar het wetenschappelijk instituut van het CDA als directeur. Daar werkte hij onder Jaap de Hoop Scheffer en later Balkenende aan de nieuwe, liberalere ideologie van de partij. Klink geldt als een grondlegger van het nieuwe zorgstelsel, waaraan hij nu verdere uitvoering mag geven.

RONALD PLASTERK

(PvdA), Onderwijs

Een wetenschapper pur sang is de nieuwe minister van Onderwijs. Ronald Plasterk kreeg in 1999 als bioloog in de moleculaire genetica nog de NWO Spinoza-prijs. Volgens de jury was hij één van de meest briljante, ondernemende en aansprekende onderzoekers op dit gebied. Plasterk (1957) is nu nog directeur van het Hubrecht Laboratorium in Utrecht. Toch kent het grote publiek hem niet zozeer als groot wetenschapper, maar als de vlijmscherpe columnist van de Volkskrant en het politieke televisieprogramma Buitenhof. In zijn columns haalt hij vaak hard uit. Zo moest ethica Heleen Dupuis het ontgelden. Haar mening over genetica was niet interessanter dan die van een taxichauffeur, vond hij. Plasterks publieke optredens zijn altijd munitie geweest voor critici die meenden dat je niet wetenschapper én columnist én politicus kon zijn.

ELLA VOGELAAR

(PvdA), Integratie en Wijkverbetering

Als ze wil, kan Ella Vogelaar (1949) een lange neus trekken naar voormalig FNV-voorzitter Lodewijk de Waal. In 1997 verloor zij een grimmig gevecht tegen hem om het leiderschap van de vakcentrale. Tien jaar later bekleedt Vogelaar als minister het hoogste bestuurdersambt. Na haar loopbaan in de vakbeweging werd ze in ondernemerskringen alom geaccepteerd. In 2003 werd ze de eerste vrouwelijke president-commissaris bij Unilever. Ze is bestuurslid van werkgeversorganisatie VNO-NCW, opvallend voor een ex-communiste. In haar studententijd was ze radicaal en voorstander van ontmanteling van 'autoritaire structuren'. Het kostte haar moeite afscheid te nemen van het communisme en te accepteren dat de bevolking van de Sovjet-Unie werd onderdrukt. In 1983 stapte ze uit de CPN.

JACQUELINE CRAMER

(PvdA), Milieu

Jacqueline Cramer (55) is een behendige netwerker, maar ze moet al haar functies opgeven, nu ze minister wordt van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu. Dat laatste terrein heeft haar grootste aandacht. Ze is deeltijdprofessor duurzaam ondernemen aan de universiteit van Utrecht en directeur van haar onderneming op het gebied van duurzaam ondernemen. Daarvoor werkte ze als hoogleraar in Tilburg en op de Universiteit van Amsterdam. Politieke ervaring ontbeert Cramer, al heeft ze als kroonlid van de Sociaal-Economische Raad sinds 1999 het polderen van binnenuit meegemaakt. Daarnaast combineert ze commissariaten bij oliemaatschappij Shell net zo gemakkelijk met die bij de duurzame ASN Bank en de FMO, de Nederlandse bank voor ontwikkelings-samenwerking. Duurzaamheid noemde ze in een interview de grote uitdaging voor de toekomst.

MAXIME VERHAGEN

(CDA), Buitenlandse Zaken

Drie jaar geleden weigerde hij nog een post op Buitenlandse Zaken omdat hij net leiding gaf aan een onervaren Kamerfractie, en hij tijd wilde besteden aan zijn kinderen. Nu wordt CDA'er Maxime Verhagen (1956) wel minister op dat departement. De geslepen politicus speelde een voorname rol in de recente CDA-operatie 'Sloop Wouter Bos'. Hij introduceerde de leuze 'Met Bos ben je de klos'. Verhagen studeerde elf jaar geschiedenis voordat hij op 33-jarige leeftijd in dienst kwam bij het CDA als medewerker. Daarna belandde hij via het Europees Parlement in 1994 in de Tweede Kamer. Steeds voerde hij het woord over buitenlandse zaken, Europa en defensie. In 2002 schoof de partij hem naar voren als fractievoorzitter. Daar was hij een trouwe secondant van premier Balkenende. Hij is een atlanticus en was ooit lid van een CDA-werkgroep die Nederlanders enthousiast wilde maken voor de Europese Unie.

MARIA VAN DER HOEVEN

(CDA), Economische Zaken

Wat doen we met Maria? Het was de afgelopen maanden een issue in de CDA-top. De eerste vrouw op de lijst, afkomstig uit het CDA-bastion Limburg, was met haar grote aantal voorkeurstemmen moeilijk te passeren. Voor het Kamervoorzitterschap was ze te weinig geliefd bij de andere parlementariërs. Annette Nijs, die onder haar sneuvelde als staatssecretaris, verweet haar een grote voorliefde voor politieke spelletjes. Van der Hoeven (1949) belandt nu op Economische Zaken, waar de ambtenaren niet staan te juichen. In tegenstelling tot Joop Wijn heeft ze weinig affiniteit met het ministerie. Van der Hoeven was vanaf 1991 lange tijd een tamelijk onopvallend lid van de Tweede Kamer, totdat haar partij haar in 2002 schijnbaar vanuit het niets naar voren schoof. Van der Hoeven komt uit een traditioneel katholiek arbeidersgezin uit Zuid-Limburg. Haar advies aan nieuwe politici: voel je nooit te goed voor de kruimels.

PIET HEIN DONNER

(CDA), Sociale Zaken

Piet Hein Donner (1948) leek lange tijd terug te keren op zijn oude departement van Justitie. Het werd uiteindelijk Sociale Zaken en Werkgelegenheid. Justitie zou misschien ook te omstreden zijn geweest. SP-leider Jan Marijnissen zei dat Donner 'zijn geloofwaardigheid met terugwerkende kracht zou verliezen' als hij zo kort na zijn aftreden zou terugkeren. De vraag is ook of de nabestaanden van de Schipholbrand het hadden gewaardeerd. Sociale Zaken is een geschikt alternatief. Zijn behendigheid met onderwerpen die daar spelen, bewees hij enkele jaren geleden met een doorwrocht advies over de toekomst van de WAO. Nu moet hij zijn tanden zetten in de toekomst van de AOW. Daarnaast zal hij zich ongetwijfeld blijven bemoeien met allerlei gevoelige politieke dossiers buiten zijn eigen terrein. Voor Balkenende is het prettig Donner als adviseur in zijn nabijheid te hebben.

GERDA VERBURG

(CDA), Landbouw

Als secondant van Balkenende was CDA-Kamerlid Gerda Verburg (1957) tijdens de mislukte kabinetsformatie met de PvdA in 2003 een van de grootste tegenstanders van samenwerking met de sociaaldemocraten. Verburg en PvdA-collega Jet Bussemaker maakten er geen geheim van elkaar voor geen cent te vertrouwen. Verburg was woordvoerder Sociale Zaken namens haar partij in de Kamer en daarmee spreekbuis van de gehate ingrepen in onder andere vut/prepensioen, WW en WAO. Dat maakt haar ook tot boksbal van de oppositiepartijen, de PvdA voorop. Dat zij nu aanschuift in een kabinet met haar grote politieke tegenstanders van de afgelopen jaren, is minder opvallend dan het lijkt. Als voormalig vakbondsbestuurster bij het CNV is ze in elk geval in naam lid van de linkervleugel van het CDA. En als vice-fractievoorzitter van de Kamerfractie zat ze al jaren dicht bij het vuur.

ERNST HIRSCH BALLIN

(CDA), Justitie

CDA'er Ernst Hirsch Ballin (1950) heeft wel iets van de partijgenoot die hij opvolgde als minister van Justitie, Piet Hein Donner. Beiden hebben de uitstraling van de rechtsgeleerden die ze in de eerste plaats zijn. Maar beiden zijn ook behendige politici. Hirsch Ballin werd na Donners aftreden in september door de partij ingehuurd voor één serieuze klus: het uitvoeren van de aanbevelingen betreffende de Schipholbrand. Hij deed het zo goed dat hij mag blijven. Hirsch Ballin en Donner hebben nog iets gemeen: ze moesten beiden eerder aftreden als minister van Justitie. Hirsch Ballin toen hij al demissionair was, in verband met de IRT-affaire in 1994. Bij geen van beiden heeft hun aftreden de carrière ernstige schade toegebracht. Hirsch Ballin, zoon van een katholieke moeder en een joodse vluchteling uit Duitsland, keerde na zijn aftreden terug naar zijn baan als hoogleraar in Tilburg. Later werd hij lid van de Raad van State.

CAMIEL EURLINGS

(CDA), Verkeer en Waterstaat

Camiel Eurlings is met zijn 33 jaar de jongste minister. Toch begon zijn politieke loopbaan al in 1994, toen hij dankzij een fanatieke achterban in zijn geboorteplaats Valkenburg voor het CDA in de gemeenteraad terechtkwam. Vier jaar later hielpen 24.000 voorkeurstemmen hem aan een Kamerzetel. In datzelfde jaar rondde Eurlings zijn studie technische bedrijfskunde aan de Technische Universiteit Eindhoven cum laude af. In de Tweede Kamer stortte Eurlings zich aanvankelijk op de portefeuille die hij nu als minister heeft gekregen: Verkeer en Waterstaat. Zijn belangrijkste wapenfeit is een initiatiefwetsvoorstel om niet-handsfree bellen strafbaar te stellen. Na zes jaar als Kamerlid vertrok Eurlings in 2004 naar Brussel als Europarlementariër. Hij schreef een kritisch rapport over de voortgang die het land maakte, op weg naar lidmaatschap van de EU. Eurlings geldt als kroonprins van Balkenende.

EIMERT van MIDDELKOOP

(CU), Defensie

Dat Eimert van Middelkoop (1949) minister van Defensie zou worden, werd al enige tijd voorzien. Van Middelkoop vertegenwoordigt met partijleider Rouvoet het ministerstandem van de ChristenUnie. Van Middelkoop is een ervaren en gerespecteerd parlementariër. Hij was in de Tweede Kamer onder meer voorzitter van de commissie die onderzoek deed naar de klimaatverandering. Tevens gaf hij leiding aan de tijdelijke commissie die de parlementaire enquête over Srebrenica voorbereidde. In het parlement waarschuwde hij als één van de weinigen voor de risico's die de Nederlandse blauwhelmen zouden lopen in Srebrenica. Van Middelkoop is afkomstig uit het Gereformeerd Politiek Verbond (GPV), de partij die fuseerde met de RPF tot ChristenUnie. Zijn belangstelling voor de parlementaire geschiedenis en de Nederlandse taal klinkt door in zijn zorgvuldige taalgebruik en zijn kennis van de politieke geschiedenis.

BERT KOENDERS

(PvdA), Ontwikkelings-samenwerking

Zijn ambitie om zich in een kabinet met de PvdA te buigen over een post in het kabinet, heeft Bert Koenders (1958) nooit onder stoelen of banken gestoken. De in Amsterdam woonachtige Koenders is sinds 1997 lid van de Tweede Kamer. Na zijn studie werkte hij als beleidsmedewerker van de Kamerfractie van de PvdA. In 1997 kwam Bert Koenders tussentijds in de Tweede Kamer als opvolger van de verongelukte Maarten van Traa. Hij werd woordvoerder Buitenlandse Zaken en was lid van de enquêtecommissie Srebrenica. De afgelopen paar jaar pleitte hij veelvuldig voor een onderzoek naar de Nederlandse steun aan de oorlog tegen het regime van Saddam Hoessein. Op aandrang van het CDA zijn de regeringspartijen overeengekomen dat zo'n onderzoek niet wordt uitgevoerd. Dat is een omstreden afspraak voor de PvdA-achterban.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden