Review

Baaria **

Regie: Giuseppe Tornatore
Met: Francesco Scianna, Margareth Made
De naam Giuseppe Tornatore is voor altijd verbonden met het Oscarwinnende Nuovo Cinema Paradiso (1988). Met een mengeling van nostalgie, sentiment en een oprechte liefde voor de Italiaanse filmgeschiedenis schetste de regisseur hierin een bitterzoet beeld van een Siciliaans dorp aan de vooravond van het televisietijdperk, waar alle inwoners 's avonds naar het dorpsplein kwamen om zich in de bioscoop te laven aan de wonderen van de cinema.

In Baarìa maakt Tornatore rijkelijk gebruik van dezelfde ingredienten: jeugdsentiment, melodrama én een stevige snuf Italiaanse boertigheid. Maar waar Cinema Paradiso zich effectief beperkte tot een duidelijk afgepaalde periode, daar probeert Baaria ruim een halve eeuw Siciliaanse geschiedenis te overspannen.

De op Tornatore's eigen familiegeschiedenis gebaseerde kroniek wandelt in zevenmijlslaarzen en zonder enige duiding door de historie van het stadje Bagheria, wat door de lokale bevolking wordt uitgesproken als Baarìa. Mussolini komt en gaat, de Amerikanen worden binnengehaald als bevrijders, en de communistische partij bloeit en vervalt. De maffia is er van begin tot einde bij.

In een vermoeiende aaneenschakeling van anecdotes richt de film zich op Peppino, de zoon van een eigenwijze geitenhoeder. We zien hoe hij het mooiste meisje van het dorp schaakt, tegen de wil van haar ouders. Vervolgens zien we hoe hij zich ontwikkelt tot een vrolijke maar eeuwig afwezige vader, die zijn ziel en zaligheid legt in onbetaalde werkzaamheden voor de Communistische Partij, die hier uit de verf komt als een vrolijke gezelligheidsvereniging.

In de magisch realistische slotscene zien we hoe Peppino als jong veehoedertje wakker wordt in het hedendaagse Baaria, dat tegenwoordig is vastgegroeid aan de metropool Palermo. Net als de rest van de film heeft de scene een hoog het-is-me-toch-wat-gehalte.

Tornatore mag dan nog maar 54 zijn, maar hij vertelt zijn familiegeschiedenis met de wijdlopigheid van een oude man. Het enige wat de film overeind houdt is Tornatores visuele talent.

Baarìa is de duurste film uit de Italiaanse filmgeschiedenis, en dat kun je echt afzien aan de omvangrijke decors, de in helder zonlicht badende landschapsopnamen en de door duizenden figuranten bevolkte massascenes. Te pas en te onpas laat Tornatore zijn camera langs en over opgewonden menigten Sicilianen zwiepen. Het ziet er prachtig uit.

Maar door het ontbreken van een heldere verhaallijn wordt al dat visuele spierballenvertoon al snel net zo hol en nietszeggend als de voortdurend aanzwellende violen en mandolines die we horen in de per strekkende meter aangeleverde filmmuziek van veteraan Ennio Morricone. (FRITZ DE JONG)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden