Asscher: 'We moeten niet meer vrijheid inleveren'

Met de aanslagen in Parijs doemt de vraag op of er nog plaats is voor Joden in Europa. Vicepremier Lodewijk Asscher: 'Bij zo'n afschuwelijke gedachte valt het stil in mijn hoofd.'

Beeld Marco de Swart

Deze zomer kreeg Lodewijk Asscher een e-mail van een oude bekende uit zijn jeugd. Het was net na de demonstratie in Den Haag waarbij demonstranten met IS-vlaggen zwaaiden en 'Dood aan de Joden' scandeerden. Een vriend van zijn vader, een Joodse man, schreef dat hij bang en ongerust was. Hij overwoog uit Nederland te vertrekken.

'Daar ben ik enorm van geschrokken,' zegt Asscher. Sinds de aanslag op de Joodse supermarkt in Parijs, twee weken geleden, is de dreiging nog reëler. 'Die Joodse winkel leek met achteloze toevalligheid gekozen: zolang het maar een Joods doel was. Dat maakt heel grote indruk. Na de eerdere aanslagen op een Joodse school in Toulouse en het Joods Museum in Brussel weet je dat Joden doelwit zijn. In die zin was ik niet verbaasd over Parijs. Dat maakt het des te triester. Mensen worden vermoord, puur omdat ze Joods zijn. Dat is heel heftig voor een gemeenschap die een geschiedenis heeft van bloed en tranen.'

Een geschiedenis die dwars door zijn eigen leven loopt. Asscher is de zoon van een Joodse vader die in de Tweede Wereldoorlog als baby'tje bij onderduikers terechtkwam. Zijn grootouders moesten naar concentratiekamp Bergen-Belsen. 'Naar Duitsland,' zoals Asscher het zelf afgemeten zegt.

Op de plek waar ze van elkaar werden gescheiden, in de Hollandsche Schouwburg, hield Asscher in november een toespraak om de Kristallnacht te herdenken. Voor het eerst moesten er tientallen beveiligers bij zijn. 'Heel pijnlijk. Het antisemitisme raakt me zeer. De rechtsstaat is iets fragiels en daarin zijn minderheden altijd kwetsbaar. Daar moet je je voor inzetten. Niets is meer de moeite waard. Dat heb ik van huis uit meegekregen.'

'Ik ben fel tegen alle vormen van uitsluiting. Ik voel ook de pijn van een bang moslimmeisje dat wordt uitgescholden vanwege haar hoofddoek. De beste bescherming van de rechtsstaat is zelf blijven nadenken. Ik beschouw het als mijn opdracht kinderen daartoe aan te sporen.'

U zei eerder dat we haast moeten maken met het weerbaar maken van onze kinderen.
'Er is een jonge generatie die thuis Arabische zenders heeft opstaan waarop allerlei rotzooi kan binnenkomen. Ik sprak op een school in West een meisje dat dacht dat de aanslagen in Parijs een complot waren om de islam in een kwaad daglicht te plaatsen. Een complot van zionisten, Amerikanen, islamofoben - streep door wat niet van toepassing is. Dat was confronterend.

Dit meisje was geen extremist of terrorist. Zij heeft een leefwereld thuis en op sociale media die zo ver afstaat van de wereld van school of het publieke debat. Dat geeft me het gevoel dat we haast hebben.' 'Een zestienjarige die naar Syrië gaat is niet gefrustreerd door jarenlange werkloosheid. Het zijn ook niet allemaal slachtoffers van discriminatie, zoals sommigen willen geloven. Het zijn jongeren die willens en wetens geronseld zijn, door kinderlokkers met kwade intenties. Daarom moeten we kinderen weerbaar maken.'

Hoe verander je jongeren met zo'n ander wereldbeeld?
'Je moet ze leren hoe ze met informatie moeten omgaan. Tegenspraak bieden, kritisch zijn, aannames testen. We moeten uitleggen dat mensen zelf verantwoordelijk zijn voor de interpretatie van hun geloof. Leraren, ouders en geestelijk leiders hebben daar een belangrijke rol in. Ouders ook, je kunt je kind niet met oogkleppen opvoeden voor een succesvol bestaan in deze wereld.

Het meisje dat me over het complot vertelde, kreeg weerwoord van haar juffen. Je zag dat er wat gebeurde in haar hoofd, ze ervoer dat haar verhaal niet consistent was. Dat stemt optimistisch.'

Zijn het geen druppels op een gloeiende plaat? De propaganda blijft, net als de conflicten in het Midden-Oosten.
'Zeker, het is een kolossale taak. Maar we moeten beseffen dat we met een meerderheid zijn: de mensen die in dit land iets van hun leven willen maken, die houden van dit land met zijn vrijheden. Daarom zal terrorisme niet winnen. Wel is het zo dat die vrijheden soms ongemakkelijk kunnen zijn, maar dat is altijd te verkiezen boven landen waar geen vrijheid is.'

Militairen kregen het advies hun uniform uit te trekken buiten diensttijd. Is het niet veiliger voor Joden om zonder keppeltje over straat te gaan?
'Het advies voor de militairen kwam op grond van informatie van de nationaal coördinator terrorismebestrijding en heeft te maken met het beschermen van werknemers van de overheid. Dat is heel iets anders dan mensen adviseren niet zichtbaar voor hun identiteit uit te komen.'

'Waar houdt het dan op? Mag je nog wel met een davidsster lopen? Ik vind het een gevaarlijke redenering. Voor je het weet is het je eigen schuld dat je onheus wordt bejegend als je met een keppel loopt. Als je op die manier reageert, lever je vrijheid in. Dan winnen de bullies, degenen die schelden en dreigen. Dat willen we juist niet.'


Lees het hele interview met Lodewijk Asscher in Het Parool vandaag (24-01).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden