Plus Column

'Arrogant, ja, dat is Theodor zeker,' zegt ze

Theodor Holman Beeld Wolff

Een diner met een oude vriend wiens vrouw ik niet vrees, maar toch liever mijd. Haar tong en haar stembanden worden gevoed door een zuur dat is gelekt uit een zwaar giftig vat vol ecstacychemicaliën en als ik naar haar luister wil ik dat haar neus een volumeknop is die ik zachter kan draaien - of uit kan stompen!

"Theodor vindt het klimaat vervelend, Theodor vindt ook de verkiezingen vervelend. Theodor vindt alles vervelend!" Ik beantwoord haar gekrijs met een lach waarbij ik mijn gebit in een vaste panfluit-stand zet. Mijn vriend, die ­deze koude wind van zijn vrouw blijkbaar gewend is, ziet aan de horizon het zoveelste ijsfront opkomen en bestelt nog een fles wijn.

"Theodor is wijs, en wijsheid gaat vaak gepaard met een vorm van arrogante vermoeidheid," zeg ik.

"Arrogant, ja, dat is Theodor zeker," zegt ze. Een zin als een stuk zure zult. Nou ja, had ik zelf uitgelokt.

"Waarom noem je de hele tijd zijn naam?" vraagt haar man.

"Omdat ik hem wil zien als de derde persoon. Hij is niet de tweede persoon, hij is de derde persoon."

Ik probeer mijn wenkbrauwen tot vraagtekens te trekken. Ik weet eigenlijk niet of ik rechtstreeks beledigd word of niet. In zulke gevallen is het beter verwondering uit te drukken. Maar mijn vriend beseft dat vermoedelijk door een onzichtbare hond een strijdbijl is opgegraven en ik zie aan zijn ogen dat hij partij gaat kiezen.

"Anja... Je bent onaardig ­tegen Theodor."

Om één of andere reden had de opmerking van mijn vriend het effect van een slangen­bezweerder die de slang terug in zijn mand fluit. Anja keek strak naar de tafel en zei: "Ik heb geen hekel aan hem, ik ben het alleen niet met hem eens!"

Ik was nu 'hem' - dat zou je vooruitgang kunnen noemen. "Ik vind het leuk als je het niet met me eens bent," zei ik tegen de druppelende ijspegel. Opeens deed ze haar tasje open en haalde er een zakdoekje uit waarmee ze tranen uit haar ogen veegde.

Ik keek verlegen naar mijn vriend. Hij knikte me bemoedigend toe. "Ik weet niet wat ik de laatste tijd heb," zei ze toen onze ogen elkaar ontmoeten, "als ik niet kwaad ben, ben ik wel droevig en als ik droevig ben, word ik kwaad." Ik wist niet of ik moest knikken of niet.

Theodor Holman (1953) is columnist, schrijver, televisie- en radiomaker. Elke dag, uitgezonderd zondag, lees je hier zijn column. Lees al zijn columns terug in het archief.

Reageren? t.holman@parool.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden