Plus

Arjan van Gils na 6 jaar Amsterdam: 'De eindstand is 15-0 voor mij'

Het stadhuis ging onder leiding van Arjan van Gils stevig op de schop. Nu gaat hij weg. 'Sommigen zullen controleren of ik wel echt weg ben'

Arjan van Gils: 'Het vertrek van docenten, agenten en ambulancepersoneel zorgt voor segregatie, een gevaarlijke trend.' Beeld Marc Driessen

Arjan van Gils (62) weet het nog goed; zijn eerste vergadering met de Amsterdamse burgemeester en wethouders, zes jaar geleden.

Hij had net de overstap gemaakt van Rotterdam, waar hij zeven jaar gemeentesecretaris was geweest, naar de hoofdstad. Burgemeester Eberhard van der Laan vroeg na die eerste vergadering of het er in Rotterdam heel anders toegaat.

De nieuwe gemeentesecretaris vond het nogal aanmatigend direct een oordeel te vormen, maar na enig aandringen, legde hij de vinger op de zere plek.

"In Rotterdam sloot het college de vergadering af met de concluderende vraag: 'wat gaan we doen?' In Amsterdam met: 'wat vinden we ervan?'

Eigenlijk ziet hij dat verschil nog altijd. In Rotterdam bouwden ze twee energiecentrales van anderhalf miljard euro, die achteraf niet echt nodig waren, in Amsterdam zijn ze vooral goed in het schrijven van ellenlange dossiers.

"Hier hechten we meer aan processen. Dat zit in de genen van de stad. Je breekt je nek hier over juristen, sociaal geografen en andere hoogopgeleiden. Iedereen moet er iets van vinden."

Constante factor
Van Gils heeft deze week afscheid genomen van de Stopera. Hij gaat terug naar Rotterdam, waar nog altijd zijn huis staat. Daar zal hij als zzp'er verder gaan. Zes jaar lang gaf hij in Amsterdam leiding aan vijftienduizend ambtenaren en nog een paar duizend inhuurkrachten.

Elke week zat hij aan tafel bij de vergaderingen van burgemeester en wethouders. Hij doet niet mee aan de politieke discussies, maar wijst de bestuurders wel op de uitvoering. 'Dat gaat wel erg veel kosten', of 'daar zijn wel erg veel mensen de dupe van', dat soort adviezen. Een soort reality check voor de van ambitie brandende politici.

Eigenlijk had hij een jaar geleden al weg moeten gaan. Zijn termijn liep af in juli en verlenging was niet vanzelfsprekend, want als boeman had Van Gils vijanden gemaakt tot op het hoogste niveau.

Maar vanwege de ziekte van burgemeester Eberhard van der Laan bleef hij op verzoek van anderen zitten, als constante factor. Nu vertrekt hij alsnog op een ongelukkig moment: het nieuwe college van GroenLinks, D66, PvdA en SP zit nog in zijn wittebroodsweken en binnenkort begint de nieuwe burgemeester.

Een constante factor lijkt nog altijd gewenst. "Een vertrek komt nooit goed uit," zegt hij relativerend.

Van Gils heeft de afgelopen jaren stevig ingegrepen in de organisatie. Veel mensen moesten vertrekken of kregen een andere rol. Het was allemaal nodig, zegt hij. Toen hij aantrad, trof hij een eilandenrijk aan, met 124 directeuren van zelfstandige diensten, 44 ondernemingsraden, zeven stadsdelen die hun eigen koninkrijk vormden en geen centrale systemen.

En veel ambtenaren die elk contact met de buitenwereld kwijt waren en leidinggevenden, bijvoorbeeld bij GVB en Brandweer, die hooguit gedoogd werden, als zij zich niet te veel bemoeiden met de organisatie.

Bovendien kreeg hij de opdracht om te bezuinigen, want Amsterdam gaf veel te veel uit. "We hadden geen systemen om in te kijken, dus begonnen we maar en keken wel wat we tegen kwamen."

Hierdoor stond hij regelmatig op voet van oorlog met het personeel. De ondernemingsraad zegde zelfs het vertrouwen in hem op en voerde vijftien procedures. "De eindstand is 15-0 voor mij," zegt hij.

Het was taai. "Ik ging wel eens op tenen staan en die zijn in Amsterdam langer dan elders. Maar je kunt geen omelet bakken zonder eieren te breken. Ik denk dat sommige mensen het jammer vinden dat ik vertrek, maar anderen zullen naar m'n afscheid komen om te controleren of ik wel echt wegga. Het hoort bij dit werk."

Van Gils heeft aangezeten bij drie colleges en zag hoe de PvdA van de troon werd gestoten door D66, de partij waarvan hij zelf lid is.

Wat is het effect op de stad geweest?
"Het was goed dat het bestuur een keer van kleur verschoot, omdat de PvdA zo lang dominant was. Maar in sommige dossiers vond ik dat het D66-blok niet altijd het beste wist wat er in de stad speelde. Dat de partij drukte als perceptie zag, bijvoorbeeld. Het is niet dat D66 wereldvreemd was, maar de partij zat ook niet in de haarvaten."

Wat is uw eerste indruk van het nieuwe college?
"Dat heeft er zin in en de wethouders zijn verankerd in de stad. Sharon Dijksma komt dan wel uit Enschede, maar die heeft een enorme ervaring, dat merk je aan de manier waarop ze naar dingen kijkt."

Hoe staat de stad ervoor?
"We zitten in een hoogconjunctuur, maar tegelijkertijd moeten we dan juist het dak repareren: de woningbouw versnellen, de leefbaarheid en handhaving verbeteren en doorpakken met bereikbaarheid. Daarnaast staan veel mensen buitenspel. Hier zitten 40.000 mensen in de bijstand en staan 60.000 vacatures open. Als je niet aan de kant hoeft te zitten, zit dan ook niet aan de kant."

Wat is uw grootste zorg?
"Of het Amsterdam lukt de vitale functies overeind te houden, zoals ambulances, politie en onderwijs. We zien dat docenten, agenten en ambulancepersoneel de stad verlaten. Dat zorgt voor segregatie, een gevaarlijke trend. En Amsterdam wordt voor gezinnen met kinderen een ratrace: hoe komen ze op de goede scholen, op zwemles, op de hockeyclub? Is dat een fijne stad?"

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden