Plus PS

Architect Arna Mackic wil publieke plekken die niemand buitensluiten

Moeten door oorlog verwoeste gebouwen exact worden herbouwd? Nee, zegt architect Arna Mackic (28): er is een grijs gebied tussen een replica maken en de geschiedenis negeren. Wel moet je de pijn respecteren. 'En niemand buitensluiten.'

Arna Mackic geeft een lezing in de Balie over architectuur en conflicten Beeld Marc Driessen

Wie vanuit metrohalte Spaklerweg in zuidelijke richting de H.J.E. Wenckebachweg op loopt, ziet links een hek en rechts een muur. "Het nieuwe Amsterdam," zegt Arna Mackic. Leuker is het er volgens haar de laatste jaren niet op geworden: dit stuk is van mij en dat stuk is van jou.

Aan de ene kant het Amstelkwartier in aanbouw, waar bemiddelde bewoners het zich straks, getuige de grote foto's op het hek, kunnen permitteren een zwembad op het dak aan te leggen. Aan de andere kant de oude Bijlmerbajes, verblijfplaats van zeshonderd vluchtelingen. Zoals architectuur kan verbinden, kan het even goed verdelen.

Amsterdam, merkt ze op, is een gesegregeerde stad. "We grenzen alles af: hier de rijken, daar de asielzoekers."

Mackic, met haar 28 jaar al hoofd van de afdeling architectuur van de Rietveld Academie, heeft zich in november in het azc gevestigd met haar bedrijf, Studio LA, gespecialiseerd in 'inclusieve architectuur': publieke plekken van verbinding en ontmoeting. In ruil voor een bijdrage aan de leefbaarheid van het azc is haar huur bescheiden.

Geluk gehad
De voormalige bajes als enorme casestudy. "We zijn bezig met ontmoetingsplekken en de bewegwijzering in het azc," zegt ze. "Door de vele gevangenisgangen heb je hier de hele tijd het idee dat je je tussen niks en nergens bevindt. Het is verschrikkelijk. De meeste muren zijn gewit, maar je slaapt in een cel met een toiletpot in je kamer."

Niemand die eraan heeft gedacht om, voordat de nieuwe bewoners arriveerden, de twee belangrijkste architectonische elementen weg te halen die ervoor zorgen dat mensen zich opgesloten voelen, zegt ze: de muur en de tralies.

Welkom in Amsterdam.

Haar ouders, begin jaren negentig als vluchtelingen uit Bosnië en Herzegovina in een azc op de Veluwe beland, gruwden toen ze hun dochter bezochten en de opvang zagen. Ze dachten: wij hebben nog geluk gehad.

Treinkaartje
Mackic komt uit Capljina, vlak bij het veel bekendere Mostar, waar haar vader is geboren. Een ongelovige moslima, zoals zo veel Bosnische moslims, uit een typisch socialistisch stadje, dat sinds de burgeroorlog bijna volledig wordt bevolkt door katholieke Kroaten.

"We zijn etnisch gezuiverd," zegt ze alsof het hier een alledaagse mededeling betreft.

Haar vader, ingenieur van beroep en nimmer politiek ­actief, zat drie maanden in een concentratiekamp, waarna de familie de keuze kreeg: blijven en je leven niet zeker zijn of het land ontvluchten. Hun laatste geld ging op aan treinkaartje naar Nederland.

De ziel verdween uit Mostar
Toen ze vijf jaar was, en inmiddels in Putten, werd in Mostar (Brugwachter) de oude brug (Stari Most) opgeblazen. De knal dreunde door tot in Nederland.

Sinds mensenheugenis stond de brug uit 1567 symbool voor tolerantie tussen katholieken, orthodoxe christenen en moslims. Jongens werden geacht van 24 meter hoog in het water te duiken om hun mannelijkheid te bewijzen. Jongeren van beide zijden van de stad spraken er af voor hun eerste date. Mostar was de stad met de meeste gemengde huwelijken van heel Joegoslavië.

Dat de brug werd opgeblazen was bepaald geen toeval, zegt ze. "Als je in een stad een nieuwe collectieve identiteit wilt creëren, moet je de oude verwoesten." Met de Stari Most verdween de ziel uit Mostar.

De verwoesting van cultureel erfgoed als zorgvuldig geplande oorlogsstrategie. In het Midden-Oosten kunnen ze erover meepraten.

Gescheiden
Met lede ogen heeft ze toegezien hoe Unesco begin deze eeuw het initiatief nam de brug weer in oude luister te herstellen. Een exacte kopie, zo veel mogelijk met de stenen die nog in de rivier lagen.

Mackic: "Op die manier verdoezel je dat er een burgeroorlog is geweest, dat heel veel mensen pijn hebben geleden. Unesco zegt: het symbool van de verbinding is weer hersteld. Maar als ik in Mostar ben, is voor de gemiddelde taxichauffeur het noemen van mijn naam genoeg om te weigeren mij naar het andere deel van de stad te brengen."

Alles is tegenwoordig gescheiden in de stad. Kinderen krijgen apart les, er zijn aparte ziekenhuizen, aparte voetbalclubs, aparte brandweerploegen en aparte telefoonnetwerken. En de brug doet net alsof het niet zo is.
Veel liever, zegt Mackic, had ze 'de gelaagdheid' van de geschiedenis willen zien, bijvoorbeeld door bij de herbouw gebruik te maken van nieuwe materialen.

Misschien hadden ze wel twee bruggen moeten bouwen.

'Van ons allemaal'
Wat doe je als een stad in puin ligt? Al op jonge leeftijd was Mackic geïntrigeerd door verwoeste gebouwen en verwoeste steden. Vanaf 2000 gingen ze met haar ouders, tweelingbroer en zus elke zomer terug om familie te ­bezoeken. "Dan verwonderde ik me over het feit dat mensen konden wonen in een stad die voor zeventig procent vernietigd was," zegt ze. "Overal zag je in de muren de gaten zitten van de granaatinslagen."

Haar held is Bogdan Bogdanovic, de monumentenbouwer van de voormalige Joegoslavische leider Josip Tito. Hij liet het land honderden reusachtige betonnen gebouwen na, zonder ramen en deuren. Beelden die refereerden aan oeroude, archaïsche symbolen in bijbehorende herinneringsparken.

Mackic: "Er werd gezegd: dit is van ons allemaal, in een beeldtaal die bij iedereen past. Dat wil ik ook: publieke plekken maken waarbij mensen niet worden buiten­gesloten."

Gebouwd zonder terug te kijken
Ze is in Beiroet geweest. "Op het moment dat daar de
oorlog voorbij was, stond er geen team van architecten, denkers en historici klaar om te bezien hoe de stad de wederopbouw aan zou kunnen pakken," zegt ze.

"Met geld uit de oliestaten is daar heel veel kapitalistische nieuwbouw neergezet. Er is veel geprivatiseerd. Zo is van de geschiedenis weinig terug te vinden, terwijl de bewoners nergens meer mogen komen. Niet eens op hun eigen stranden."

'Ik wil publieke plekken maken waarbij mensen niet worden buiten­gesloten' Beeld Marc Driessen

Dichter bij huis: de herbouw van Rotterdam na het bombardement van 1940. Mackic: "Ook daar is na de oorlog gebouwd zonder terug te kijken. Van de oorlog en het Rotterdam van voor het bombardement is nauwelijks iets terug te vinden, waardoor de mensen zich niet meer zo gemakkelijk kunnen identificeren met die periode."

Identiteitsloosheid
Er is, zegt ze, een grijs gebied tussen het maken van replica's en het negeren van de geschiedenis. "Het is onze verantwoordelijkheid op zijn minst te onderzoeken hoe we daarin onze weg kunnen vinden."

Ze groeide op in Zoetermeer, in de knikflats van twaalf verdiepingen hoog. Naast haar andere migranten: Turken, Marokkanen, Antillianen, Hindoestanen. Veel ­armoede en veel criminaliteit. De multiculturele samenleving, maar dan zonder Nederlanders.

Mackic: "Er is altijd geschiedenis. Als architect is het je taak te bedenken hoe je je daartoe moet verhouden. Dat is in Zoetermeer niet gebeurd. Daar is gewoon gedacht: we beginnen hier een stad en die geschiedenis kan ons niet schelen. Die identiteitsloosheid heeft niet goed uitgepakt."

"Normaal kijken we wat niet-westerse steden kunnen leren van westerse steden," zegt ze. "Maar de tijd is gekomen dat we andersom kunnen kijken. Die verwoeste steden worden gedwongen hun eigen cultuur en identiteit opnieuw op te bouwen. In Amsterdam staan we voor een andere taak: hoe gaan we nieuwe collectieve plekken maken, waar we ons kunnen verbinden met de nieuwe bevolkingsgroepen."

'Gewoon weer hotels'
Een voorbeeld: het Marineterrein. Na 350 jaar weer open voor het publiek en destijds de plek waar boten werden gebouwd die de Nederlandse handelsvloten beschermden.

Toen ze bij studio RAAAF werkte, heeft ze er al eens een ontwerp voor gemaakt: een driedimensionaal kompas, waar bezoekers kunnen uitzoeken wie de oma van hun oma was. Zo komen de Amsterdammers van nu - van alle rangen en standen - erachter waar de wortels zijn van hun familie van vier generaties terug liggen.

Mackic: "Die rijke geschiedenis van Amsterdam, dat we allemaal nieuwkomers in de stad zijn, komt daarvandaan. Een ideale plek om ons te verbinden, maar helaas weten we allemaal dat er straks weer gewoon hotels worden gebouwd."

Debatcentrum De Balie en Arna Mackic presenteren een drieluik over de rol van architectuur in het creëren van inclusieve steden. In de eerste aflevering op donderdagavond 6 april (20.00 uur) gaat het over de relatie tussen architectuur en conflict.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden