Plus

Antoin Deul: 'Goed om slavernijverleden overal te herdenken'

Een nieuwe directeur, grote plannen en een royale subsidie: na jaren kwakkelen krijgt het slavernij-instituut Ninsee weer wat kleur op de wangen.

Antoin DeulBeeld Roy Del Vecchio

Afhankelijk van de politieke windrichting in het land, werd de geldkraan van het kabinet naar het slavernij-instituut Ninsee de afgelopen vijftien jaar enthousiast open- en dichtgedraaid. Van ruime subsidies tot minimale middelen: de belangstelling voor de donkere bladzijden van het koloniale verleden heeft klaarblijkelijk ook een politieke kleur.

Vreemd, vindt Antoin Deul. "Over de holocaust bestaat geen verschil van mening. Over het slavernijverleden wel. In Amerika is dat volstrekt ondenkbaar. Democraat of Republikein, niemand zal schamper doen over dat deel van de geschiedenis."

Weerstand en vermoeidheid
Werk aan de winkel dus voor Deul, die vorig jaar aantrad als voorzitter van het Ninsee en onlangs een aanstelling kreeg als directeur. "De discussie over het slavernijverleden bevindt zich in een impasse. Het onderwerp roept bij veel witte mensen weerstand en vermoeidheid op."

"Het komend jaar gaan we het land in om met mensen te praten over alle emoties die rond de herinnering aan slavenhandel en slavernij hangen. In de hoop dat we een nieuwe start kunnen maken om het onderwerp op een normale manier de aandacht te geven die het verdient."

Het Ninsee werd in 2002 in het leven geroepen als bijsluiter bij het nationaal monument van Erwin de Vries in het Oosterpark dat herinnert aan de afschaffing van de slavernij in de Nederlandse koloniën in 1863. De ambities waren indertijd torenhoog, maar verdwenen al snel in de ijskast toen het kabinet van kleur veranderde. Het gedroomde onderzoeksinstituut verschrompelde tot een piepkleine organisatie die de afgelopen jaren hoofdzakelijk door de gemeente op de been werd gehouden.

Witte helden
Dankzij een royale subsidie van het ministerie van Sociale Zaken kan Deul eindelijk weer een onderzoek aankondigen: een historische studie naar het debat in het parlement over de afschaffing van de slavernij. "Welke parlementariërs waren voor, welke waren tegen en met welke argumenten," vertelt Deul over de opzet.

"Ook in Nederland hebben zich in een vroeg stadium mensen sterk gemaakt voor de afschaffing. Het wordt tijd dat we ook die witte helden bij naam gaan leren kennen."

Met het geld van het kabinet kan ook een vervolg worden gegeven aan de Black Achievement Month, zoals die vorig jaar oktober voor het eerst werd gehouden. Het evenement zal fors worden uitgebouwd, vertelt Deul.

"Naar aanleiding van de eerste aflevering hebben zich allerlei instellingen bij ons gemeld met het verzoek mee te mogen doen. Veel witte instituties zijn ook naarstig op zoek naar wat meer kleur. De Black Achievement Month heeft alles in zich om uit te groeien tot een perfect platform waar zwart en wit samenkomen."

Om het slavernijverleden ook buiten Amsterdam onder de aandacht te brengen, wil het ­Ninsee komend jaar in alle provincies comités oprichten die gaan ijveren voor een provinciale herdenking op 1 juli. "De nationale herdenking blijft in het Oosterpark, maar het zou goed zijn als in alle provincies iets wordt gedaan op die datum. Het lijkt soms alsof het slavernijverleden iets is van Amsterdam, Rotterdam en Middelburg, maar dat is natuurlijk niet zo. We gaan alle provinciebesturen vragen ons te ondersteunen."

Waardige keti koti
De herdenking in het Oosterpark, georganiseerd door het Ninsee, werd vorig jaar verstoord door demonstranten die protesteerden tegen de splitsing van keti koti in een herdenking op 30 juni en een viering op 1 juli, naar het voorbeeld van 4 en 5 mei. Overleg leidde ertoe dat dit jaar de herdenking en de viering weer als vanouds op 1 juli zijn. 30 juni is uitgeroepen tot dag van bezinning en reflectie. Deul: "We gaan in gesprek met de achterban over een definitieve opzet van keti koti. Maar duidelijk is dat voor iedereen een waardige herdenking vooropstaat."

Het zal niet mogelijk zijn iedereen tevreden te stellen. Vorig jaar was tijdens de herdenking voor het eerst een groep Caribische agenten en militairen in uniform aanwezig tijdens de herdenking. "Wij waren daar heel blij mee, maar er zijn ook mensen die vinden dat het geen pas geeft om politie en leger een ereplek te geven."

"Die mensen zien twee instituties staan die een slechte rol hebben gespeeld in het koloniale verleden. Ik zie mensen die een mooie positie in de samenleving hebben veroverd. Goed, daar denken we anders over. Let's agree to disagree."

Antoin Deul

Hij studeerde technische scheikunde aan de UvA. Tussen 1998 en 2010 woonde en werkte hij in de VS, waar hij werkzaam was bij Nalco, dat zich bezighoudt met de zuivering van water. Deul (53) is lid van GroenLinks en bestuurder van het hoogheemraadschap van Schieland.

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden