PlusPS

Anouk Vetter: 'Een gouden medaille kan, maar dan moet alles goed gaan'

Ze begon als kind bij AAC in Nieuw-West en haalde het afgelopen jaar brons tijdens het WK in Londen. Meerkampster Anouk Vetter (24) weet nu dat ze écht goed is, maar dat beangstigt haar. 'Kan ik wel aan alle verwachtingen voldoen?'

Beeld Renate Beense

De hele tijd hetzelfde, daar vindt ze dus geen zak aan. Anouk Vetter wil alles. Hardlopen. Kogelstoten. Speerwerpen. Ja, zelfs hoogspringen, het onderdeel op de meerkamp dat ze op ­sommige momenten zo intens kan haten. En allemaal tegelijk, of beter gezegd: opgedeeld in overzichtelijke blokken.

's Morgens kracht, 's middags techniek. Of eerst uithoudingsvermogen, vervolgens snelheid. Twee tot drie onderdelen per dag. Pak er een gemiddelde trainingsweek van Vetter bij en het gaat je duizelen. "Dat is het gevolg van de keuze die ik heb gemaakt; ik heb gekozen voor alles."

En dat betekent vooral: veel trainen. Ze moet wel. Vetter is meerkampster en meerkampsters moeten veelzijdig zijn. Niet een beetje, ze moeten in alles écht goed zijn. Elk onderdeel top of bijna top. Sprinten, hordelopen, de 800 meter, hoogspringen, ­verspringen, speerwerpen en kogelstoten.

Totaal verschillende disciplines, die totaal verschillende voorbereidingen vergen. En Vetter kan het dus allemaal. Zo goed zelfs dat de geboren Amsterdamse afgelopen jaar derde werd ­tijdens de WK atletiek in Londen.

Je hoeft geen deskundige te zijn om deze prestatie op waarde te kunnen schatten: het is niet minder dan sensationeel. Want in de atletiek wint Nederland geen karrenvrachten aan medailles. Een podiumplaats op een wereldkampioenschap is gróót, zelfs op een WK dat met vier medailles - allemaal door vrouwen overigens - de succesvolste ooit werd voor een Nederlandse atletiekploeg.

Sociale mensen
Je ziet Anouk Vetter niet zomaar over het hoofd in de volle kantine van de Arnhemhal op het nationale topsportcentrum Papendal, vlak bij Arnhem. Terwijl de wegen buiten langzaam maar zeker dichtsneeuwen, is het binnen druk. Sporters in alle soorten en maten­ zitten tussen twee trainingen door aan de lunch. Fitte types, stuk voor stuk.

Vetter is aanwezig en spontaan. Ze zegt het zelf: "Echt een meisje, lalala. Lachen is belangrijk. Sowieso zijn wij meerkampers sociale ­mensen. Je moet wel, als je tijdens wedstrijden twee hele dagen met elkaar op een baan staat."

Die sociale kant, het feit dat Vetter zich niet louter bezighoudt met atletiek, is soms lastig. Ze heeft een brede interesse. In de sport heeft ze gekozen voor een discipline waarbij ze van alle markten thuis moet zijn, maar ook daarbuiten kijkt ze verder.

"Ik heb een poging gedaan topsport te combineren met een rechtenstudie aan de universiteit in Nijmegen, maar dat was geen succes: mijn lichaam kon het niet aan."

"Bovendien leer ik kennelijk langzaam; het kostte me allemaal heel, heel veel energie. Ik merkte dat ik tijdens trainingen steeds moe was. Na een paar maanden ben ik dus alweer gestopt. Helaas, want atletiek houdt op een gegeven moment op. Dan moet je wel verder."

Maar voor nu is het goed zoals het is, zegt Vetter. "Ik ga nu vol voor de sport, een studie kan altijd nog. Ik wil uiteindelijk een diploma. Als ik op mijn dertigste ga ­studeren, kan ik nog lang genoeg werken. Dat is een keuze waar ik helemaal achter sta, hoewel het soms nog altijd een moeilijke keuze is."

Diepe innerlijke agressie
Vetter kan jong overkomen, ze is vrolijk en ongecompliceerd. Maar, zo zegt ze zelf - en je gelooft haar onmiddellijk: ze is iemand die moet en zal. Koste wat het kost. Wat dat is? "Ik heb een diepe, innerlijke agressie," zegt ze lachend.

En wanneer uit zich dat? "Als ik kapotga op een training en iemand vraagt aan me: 'Gaat het?' Daar kan ik slecht tegen. Ik wil geen soft gedoe."

En dat hebben de mensen om haar heen geweten, afgelopen zomer, voor de wereldkampioenschappen in Londen. Niet te genieten was ze, om niet te zeggen 'fokking nerveus'.

"Echt bitchy kan ik dan zijn. Ik wilde niemand om me heen. Zo graag wilde ik presteren. Laat mij maar even alleen trainen, dat is op dit moment beter, zei ik tegen de begeleidingsstaf. En dat kon, gelukkig."

Het resultaat was ernaar. Een bronzen medaille terwijl de hele wereldtop aanwezig was in Londen. "Ik was heel erg gespannen. Je hebt momenten waarop het vanzelf lijkt te gaan, maar tijdens dat toernooi ging het juist níet vanzelf. Ik heb er keihard voor moeten werken. Onderdelen die niet liepen, waarbij ik slecht begon."

"Bij ­verspringen was de eerste sprong ongeldig en de tweede was niks. Maar daarna sprong ik echt heel goed. Dat was mentale kracht; ik heb een knop kunnen omzetten."

Haar prestaties in Londen deze zomer volgen op de titel die ze behaalde tijdens de Europese kampioenschappen van 2016, een jaar eerder in Amsterdam. Dat was bij het grote publiek haar doorbraak, weet ze ook. "Daarvoor kenden veel mensen mij niet, maar toen ik kampioen werd in eigen land is dat wel veranderd."

Het respect is toegenomen, zegt ze. "Er is meer aandacht voor mij en mijn prestaties. Voorheen zei ik vaak 'ja', maar ik kan niet meer op alle verzoeken ingaan. Interviews doe ik alleen als ze in mijn schema passen en helaas kan ik vaak ook niet als atletiekverenigingen me vragen of ik een training wil geven voor de jeugd. Dat doe ik nu bijvoorbeeld alleen nog in vakantieperioden. Ik moet heel erg op mezelf focussen."

Maar de Europese titel van 2016 was vooral ook een bevestiging dat ze écht goed is. "Alles klopte. Het publiek in het Olympisch Stadion was fantastisch, een volle bak. Dat brengt mij als atleet zo veel, het geeft energie. Ik was ontspannen, kon genieten. Alsof het me kwam aanwaaien, zo was ik daar bezig."

Maar met die titel legde Vetter de lat ook hoog voor de toekomst. "Het maakte me ook bang. Kan ik straks wel aan alle verwachtingen voldoen? Dat is misschien ook de reden dat ik het voorafgaand aan het WK van afgelopen zomer soms moeilijk had met mezelf, dat sommige dingen gewoon niet liepen."

Als een beest
Haar vader Ronald is haar coach en niet de eerste de beste. Hij lacht er meestal om, als zijn dochter 'moeilijk doet'. Hij probeert haar te helpen, maar trekt haar zeker niet voor.

Dat is vanzelfsprekend, zegt ze zelf. "Er komen regelmatig vragen over, maar het is allemaal vooral niet ingewikkeld. Op de training noem ik hem trainer, thuis spreek ik hem aan met pap. Dat gaat heel natuurlijk."

Beeld Renate Beense

Vetter praat gemakkelijk. Het helpt dat ze weet wat ze wil. Want niet alles is haar gemakkelijk afgegaan in het verleden. Ze is blessuregevoelig, moet trainen als een beest, maar wel met beleid, want anders gaat de boel kapot.

"Ik slaap nooit op mijn rechterkant. Dat heeft te maken met mijn schouder. Het is de schouder die ik gebruik tijdens het speerwerpen, waaraan ik in 2014 geblesseerd ben geweest. Dat is goed gekomen, ik heb er eigenlijk geen last meer van. Maar ik houd er nog steeds rekening mee door nooit op die kant te gaan liggen."

Tokio
Stiekem is het een bizar leven dat ze leidt, zegt ze. Als kind trainde ze bij atletiekvereniging AAC in Nieuw-West. Op haar elfde verhuisde ze met haar ouders naar Nieuw-Vennep, om op haar zeventiende te verkassen naar Papendal, waar ze zich helemaal kon toeleggen op de sport.

"Terwijl om mij heen leeftijdgenoten zijn gaan studeren, ben ik de hele dag met atletiek bezig. Ik ­realiseer me niet altijd dat dat eigenlijk helemaal niet normaal is. Mijn oudere zus werkt in een kinderdagverblijf, daar heb ik veel respect voor: ze zit de hele dag tussen de ­kinderen en gaat als ze thuiskomt nog hardlopen. Heel knap."

Vetter woont inmiddels niet meer op Papendal: ze heeft een eigen huis gevonden in Arnhem. "Het is een fijne stad en lekker dicht bij het sportcentrum. Maar ik weet niet of ik hier zal blijven wonen. Ik kom uit Amsterdam en zie mezelf er ook nog wel terugkeren, als ik ben gestopt met sporten. Misschien dat ik daar ook beter pas."

Voelt ze zich nog Amsterdams? "Ja, dat wel. Ik ben redelijk direct en ook gewend om de dingen bij hun naam te noemen. Toen ik net op Papendal kwam, was het best wel even wennen met mensen uit het hele land."

"Brabanders bijvoorbeeld, die zijn vaak toch anders. Nog steeds komt het voor dat ik grappen moet uitleggen. Dat iemand een beetje een gekke pet op heeft en dat ik zeg: 'Wat een leuke pet.' En dat je dan vervolgens erbij moet zeggen dat dat dus sarcasme was."

Neemt niet weg dat ze op haar plek is nu. Want ze mikt hoog, de komende jaren. De Olympische Spelen in Tokio zijn nog even weg, het bord bij de ingang maakt dat duidelijk: nog 956 dagen geduld.

Maar waarom zou een gouden medaille er op dat hoogste podium niet in zitten? "Het kan, dat weet ik. Maar ik zal beter moeten zijn dan nu. En alles moet dan goed gaan."

Beeld Renate Beense

Cv

Anouk Vetter
4 februari 1993, Amsterdam

Anouk Vetter is geboren in Nieuw-West, waar ze haar atletiekloopbaan begon bij atletiekvereniging AAC. Ze komt uit een atletiekgezin: vader Ronald Vetter was kogelslingeraar voordat hij Cios-docent werd en later hoofdcoach meerkamp van de Atletiekunie.

Moeder Gerda Blokziel werd als speerwerpster in de jaren tachtig twee keer Nederlands kampioen. Vetter legde zich als junior toe op de meerkamp. Op haar zeventiende ging zij intern wonen in sportcentrum Papendal. Ze is single en heeft een eigen woning in Arnhem.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden