PlusKlapstoel

Annelies Verbeke: 'De VPRO was heel aanwezig bij ons'

Annelies Verbeke (1976) is schrijfster. Sinds vrijdag is zij voor een jaar Vrije Schrijver aan de Vrije Universiteit. Het Vlaams-Nederlandse acteurscollectief Wunderbaum speelt momenteel haar toneelstuk Daar Gaan We Weer.

Annelies VerbekeBeeld Harmen de Jong

Dendermonde

"Ik ben er alleen geboren, in het ziekenhuis. Niet lang daarna zijn we van Brussel naar ­Michigan verhuisd, waar we een jaar hebben gewoond. Mijn vader betreurde het dat ik niet een half jaar later werd geboren. Dan was zijn kind Amerikaans geweest en had het president van de Verenigde Staten kunnen worden."

"Hij was een arbeiderskind dat goed kon leren. Met een beurs kon hij studeren in Amerika. Uiteindelijk is hij in België advocaat geworden en later vrederechter, ik weet dat dat bij jullie kantonrechter heet. Mijn moeder was verpleegster. Ik heb het grootste deel van mijn jeugd in Londerzeel doorgebracht, in de buurt van Brussel, waar ik naar school ging."

VPRO

"O, ja, daar keek ik als kind graag naar. Ik was groot fan van Theo en Thea. Rembo en Rembo, nog eens onderscheiden als het minst educa­tieve kinderprogramma, vond ik ook heel leuk. Zulke programma's - subversief en vrij - weken zo af van wat er op de Vlaamse televisie voor kinderen was. Ik hoor ook wel van vrienden dat ze thuis niet naar Theo en Thea mochten kijken."

"In sommige gezinnen vonden ze dat te... Ja, te wat eigenlijk. Te bloot, te expliciet, denk ik. Mijn ouders keken veel naar Van Kooten en De Bie. De VPRO was heel aanwezig bij ons thuis. Ik dacht: dat is Nederland, zo zijn Nederlanders. Maar toen kwamen Pim Fortuyn en Geert Wilders en moest ik het beeld bijstellen. Dé ­Nederlander bestaat niet, zei Máxima al."

Vrije Schrijver

"Ik ben de twaalfde Vrije Schrijver aan de Vrije Universiteit, mijn voorganger was Bas Heijne. Bij de functie hoort een aantal vaste taken. Ik ga colleges geven en workshops leiden en bij een filmfestival in september zal ik aanwezig zijn om interviews te doen met de makers. Ook wil ik twee eigen projecten uit de grond stampen. Ik wil graag een bloemlezing maken van ver­halen waarin alle achtergronden van medewerkers en studenten aan de VU aan bod komen. Wat is voorradig? Wat niet?"

"En ik wil iets doen met het gebruik van de Engelse taal aan universiteiten. Ik maak me daar zorgen om. Niet vanuit nationalistische inslag, maar vanuit de gedachte dat de overheersing door het Engels ook een vorm van ­kolonialisme is en dat het opgeven van je eigen taal ingaat tegen diversiteit. Mij werden de ogen geopend door een artikel van een hoogleraar die schreef over een student die voor haar thesis Vondel moest vertalen in het Engels. Dat is absurd en echt te ver doorgeslagen."

White Male Privilege

"Wunderbaum vroeg me een stuk te maken met dat als thema én titel. Dat tweede leek me iets te veel. De term werkt bij veel mensen echt als een rode lap op een stier. Een toneelstuk dat White Male Privilege heet, zou weleens heel weinig publiek kunnen trekken."

"En dus heb ik voor­gesteld het Daar Gaan We Weer te noemen, wat volgens mij een beetje het algemeen gevoel is bij dit thema. Het stuk speelt zich af op de redactie van een tijdschrift. De drie redacteuren die er werken, zijn mensen als ikzelf en de acteurs van Wunderbaum: blank, rond de 40, hoogopgeleid, zichzelf als open en zeker niet racistisch beschouwend."

"Maar dan plaatst het blad tijdens black achievement week op de cover een tekening van een zwarte vrouw, die als racistisch wordt ervaren. We ontmoeten de redacteuren tijdens een vergadering waarin ze een de volgende dag te geven persconferentie bespreken.

"Inderdaad, het is een stuk over racisme gemaakt en gespeeld door witte mensen. Maar het is wel ontstaan vanuit zelfreflectie; ik heb de acteurs een lijst voorgelegd met veertig vragen over hoe zij in hun leven zijn omgegaan met mensen met een andere achtergrond. Het stuk moest een zoo ­humaine worden: witte mensen kijken. Het houdt witte mensen een spiegel voor."

North Carolina

"Een staat met heel veel Trumpstemmers. Wunderbaum had er goede contacten en ter voorbereiding op Daar Gaan We Weer zijn we er naartoe geweest. Ik heb er veel mensen geïnterviewd, onder wie een vrouw van Indiase afkomst. Het restaurant dat ze runt, is een safe ­haven te midden van alle Trumpaanhangers."

"Ze vertelde dat racisme altijd al latent aanwezig was in North Carolina, maar sinds Trump openlijk wordt beleden. Iedereen die niet blank is, voelt zich minder op zijn gemak. Ik sprak ook Trumpstemmers. Een van hen was een dominee. Een heel hartelijke man, die ons graag te woord wilde staan."

"Hij gaf toe Trump ook niet heel sympathiek te vinden, maar vond hem wel veel beter dan Obama. Hij zei ook dat het eigenlijk helemaal niet uitmaakte op wie je stemt omdat de wereld binnenkort toch vergaat. Hij begon het gesprek met te zeggen dat Amerikanen moesten zoeken naar wat hen bindt, maar was in een half uur bij de apocalyps aanbeland, heel bizar."

Slaap!

"Mijn debuut van vijftien jaar geleden. Als mij wordt gevraagd hoeveel er van zijn verkocht, zeg ik altijd 75.000 exemplaren. Maar dat getal is ook alweer van een paar jaar geleden. Naar onze maatstaven is het een bestseller. Om op zo'n manier de literatuur binnen te komen is enerzijds een zegen: je kunt onmiddellijk leven van de pen. Maar je voelt ook de adem van de ­lezers en de recensenten in je nek."

"Die verwachtingen kunnen een blok aan je been zijn. Ik was niet zo ongelooflijk tevreden met mijn tweede boek, het is ook veel strenger onthaald, maar ik ben blij dat ik niet al te lang heb gewacht met het schrijven ervan. Dan kon de rest volgen. ­Intussen schreef ik er negen."

"Hoe het nu gaat met mijn nachtrust? Op momenten slaap ik nog altijd slecht, dat is nu eenmaal eigen aan mij. Wat ik me tijdens het schrijven van Slaap! niet had gerealiseerd, is dat slapeloosheid een zo algemeen probleem is. Het zal hebben bijgedragen aan het succes van het boek."

J.M.A. Biesheuvel

"Toen ik eerder dit jaar de J.M.A. Biesheuvelprijs kreeg, was hij daar bij aanwezig, tegen ­ieders verwachting in. Hij had een goede dag. We hebben heel fijn gepraat, het is zo'n lieve man. Hij is een unieke figuur binnen de Nederlandse letteren, een soort outsiderschrijver ­bijna."

"Zoals Jan Arends, met wiens werk ik ook veel heb, dat ook was. Ik kreeg de Biesheuvelprijs voor mijn verhalenbundel Halleluja. Ik ­beschouw hem zelf ook als een prijs voor mijn inzet voor het korte verhaal. Ik houd heel veel van het genre. Jammer en merkwaardig dat het in ons taalgebied zo weinig voet aan de grond krijgt."

Herman Brusselmans

"We wonen allebei in Gent, maar we kennen ­elkaar niet goed. In mijn jeugd, zo rond mijn zestiende, zeventiende, heb ik hem veel gelezen, daarna niet meer. Ik vind het heel tof dat hij jong publiek blijft trekken, dat is niet vanzelfsprekend als je zelf ouder wordt. Ja, ik weet dat hij mij zijn favoriete Vlaamse schrijver heeft genoemd. Maar of hij dat nou ironisch bedoelt of niet, geen idee."

Graceland

"De eerste cd die ik kocht, ik was 12. Mijn ouders vonden hem ook heel mooi, het was een gedeelde interesse. Sindsdien is het album altijd een rol blijven spelen in mijn leven. Het dook ook op in mijn boek Dertig Dagen. De teksten van Paul Simon zijn zo ongelooflijk poëtisch. En dan die muzikale samenwerking met Zuid-­Afrikanen. Hij is er indertijd zwaar op aangevallen dat hij tijdens de culture boycot van Zuid-Afrika die samenwerking aanging."

"Ik zie er juist een bewijs in dat kunst politiek overstijgt. Mensen van overal kunnen er elkaar in vinden. Toen ik tien jaar geleden mijn man ontmoette, die uit Senegal komt, ging een van onze eerste gesprekken over Graceland. Hij bleek ook zo ongelooflijk hard te tillen aan de plaat. Uit een eerder huwelijk heeft mijn man twee kinderen. Ook zij houden van Graceland. Soms zingen we in de auto met zijn vieren mee met Paul Simon."

Recensies

"Auteurs zeggen vaak dat recensies niet belangrijk zijn, maar ze zijn het natuurlijk wel. Iedereen tilt eraan. Ik ben weleens boos geweest als iemand mijn boek niet goed had gelezen - niet alle recensenten kunnen even goed lezen - maar ik ben ook heel blij geweest met wat er over me werd geschreven."

"Ik heb over het algemeen van de critici positieve reacties op mijn werk gekregen, maar ook die kunnen je het gevoel geven niet goed te worden begrepen. Dat je denkt: maar daar gaat het boek helemaal niet over! Zelf recenseer ik al een aantal jaar verhalenbundels. Eerst voor De Standaard, nu voor literatuurplein.nl, de site van de Nederlandse bibliotheken."

"Maar ik bespreek alleen vertaalde boeken dan wel boeken van overleden Nederlandstalige schrijvers. We leven in een klein taalgebied en lopen elkaar voortdurend tegen het lijf. Ik heb er geen zin in door collega's ter verantwoording te worden geroepen waarom ik hun boek slecht of niet heb besproken."

"Maar ik vind het wel leuk zelf te worden gerecenseerd door een collega, als het positief is. Kees 't Hart, die niet enthousiast was over Slaap!, schreef een echt prachtige recensie van Halleluja. Dat doet me dan toch meer, omdat je van een collega verwacht dat hij echt kan lezen."

Joost Patocka

"Jazzdrummer? Ik zou me zelf geen kenner durven noemen, maar mijn man en ik horen heel graag jazz. Tijdens het schrijven heb ik zelden muziek op staan, alleen met instrumentale muziek lukt het. Maar de hoofdpersoon van Dertig Dagen speelt kora, een Afrikaans snaarinstrument."

"Toen heb ik tijdens het schrijven veel koramuziek gedraaid, met de koptelefoon op. Ik weet niet of het geholpen heeft, maar kwaad kon het niet. In een verhaal in Halleluja komt het eerste celloconcert van Sjostakovitsj voor. Dat heb ik bij het schrijven wel twintig keer achter elkaar gedraaid."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden