Plus Ten slotte

Anneke Verheul-Hemrika (1923-2018) was een onverschrokken koerierster

Anneke Verheul-Hemrika in 2013, geestelijk sterk tot op hoge leeftijd. Beeld webupload

Dat Anneke Verheul-Hemrika in het verzet ging, kwam niet uit de lucht vallen. Ze was geboren in een rood nest in de Spaarndammerbuurt. In de jaren dertig haalde ze wol op om truien te breien voor Spaanse revolutionairen in de strijd tegen dictator Franco.

Haar vader Sjouke Hemrika, bank­loper bij Pierson, zat in het verzet. Zijn dochter werkte als verpleegster in een kindersanatorium in Blaricum.

In de zomer van 1942 kreeg ze het bericht dat twee van haar vriendinnen, Joodse zusjes, op transport moesten. Haar vader bood een onderduikplek aan maar de meisjes waren bang voor represailles tegen hun ouders. Op 26 juli gaven de vriendinnen elkaar nog een briefje. 'Tot ziens Anneke! Ik zal aan je denken, Lotte.'

Toen de tiener enkele weken later de woning van de familie aan de Laplacestraat leeg aantrof, knapte er iets. Voor het eerst in haar leven kreeg ze haatgevoelens. Ze verliet de verpleging en sloot zich aan bij het verzet. Via een vriend kwam ze in contact met Jo Olthof, wiens broer Ferry bij de Paroolgroep zat. Die maakte het verzetsblad en werkte samen met andere verzetsgroepen.

Typen op zolder
Anneke Hemrika begon op 17-­jarige leeftijd met het vergaren van bonkaarten voor onderduikers. Later maakte zij weekoverzichten voor Het Parool. Ze typte die op zolder. Omdat er bij een inval op die plek geen vluchtweg was, werd haar geleerd te schieten.

Elke week ontving ze tijdelijk een schrijfmachine, een pistool en handgeschreven berichten. Daarna kreeg ze taken bij verschillende verzetsgroepen, waaronder wapentransport, per trein met pistolen verborgen onder haar kleding. Dat ging soms bijna fout. Eens werd ze in Maastricht opgepakt en verhoord, maar na twee dagen vrijgelaten.

Wat haar erg heeft aangegrepen is het verraad van de overval op de gevangenis aan de Weteringschans, waar opgepakte verzetsmensen vastzaten. Twaalf bevrijders van knokploeg Amsterdam-West onder leiding van Johan Meewis - voor wie Anneke koerierswerk deed - liepen tegen de lamp en werden gefusilleerd.

Na de oorlog trouwde Hemrika met Dries Verheul, met wie ze twee kinderen kreeg. Over haar oorlogservaringen praatte ze aanvankelijk niet. Wegens maagpijn en hartklachten kwam ze terecht bij het centrum voor verzets- en oorlogsslachtoffers in Oegstgeest. Daar merkte ze dat al die mensen een band hadden.

Gedichtenbundel
"In de oorlog kon je van niemand afscheid nemen," zei ze eind jaren tachtig. Ze werd weer actief en bezocht via de stichting Februari '41 scholen om herinneringen aan de oorlog levend te houden.

In die tijd schreef ze de gedichtenbundel Klein Monument. Ze verwoordt daarin ook de ontzetting toen ze het huis van haar Joodse vriendin leeg aantrof. "Mijn moeder kon geweldig schrijven," zegt zoon Sjouke Verheul. "We hebben sinterklaas­gedichten waarbij de tranen over onze wangen rollen als we die opnieuw lezen." Toch bleef het bij een bundel. "Toen was ze emotioneel leeg."

Anneke Verheul was geestelijk sterk maar toen ze enkele weken geleden viel, ging haar gezondheid snel achteruit. Op 95-jarige leeftijd woonde ze anderhalve maand geleden nog de begrafenis bij van vriendin Lotty Huffener-Veffer, die Auschwitz overleefde. De gelijkenis tussen die twee is volgens familieleden groot: positief, humoristisch en geestelijk scherp tot in hun laatste levensjaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden