Plus PS

Annejet van der Zijl: 'Ik geloof niet dat Bernhard een schurk was'

'Alledaags heldendom is: durven vertrouwen, durven te geloven. Dat is voor ons allemaal nog haalbaar.' Schrijfster Annejet van der Zijl (55) houdt donderdag in de Nieuwe Kerk de 4 meilezing. 'Ik hoop dat ik het lef heb de goede keuze te maken als dat nodig is.'

Annejet van der Zijl: 'Hoezo moet ik uit mijn schulp kruipen? Het is fijn in mijn schulp' Beeld Friso Keuris

De oorlog na de oorlog. Op de lagere school in Leeuwarden hoorde Annejet van der Zijl voor het eerst van de bezetting. Ze was zeven en had net een lief klein zusje gekregen. "De juf vertelde dat de Duitsers baby's in jutezakken stopten en daarna kapotsloegen tegen de muur. Dat maakte wel indruk."

Wat een rare juf.
"Zo keek men toen tegen de oorlog aan - helemaal in het zwart-witstramien. Wij waren de goeden en Duitsers de schurken. Alle Duitsers. Ik kreeg de boeken van K. Norel voor mijn verjaardag: Engelandvaarders. In 1969 waren de grijstinten van de oorlog nog niet doorgedrongen tot de provincie. Wij waren goed, zij waren slecht en de Joden waren zielig. Een heel overzichtelijk wereldbeeld."

Deelden je ouders hun oorlogsherinneringen met je?
"Ze waren nog jong toen de oorlog begon, veertien en acht. De generatie
van mijn ouders hield er een beetje het Voskuil­idee aan over: alsnog de goede keuzes moeten maken na de oorlog. Mijn vader groeide op in Sneek, waar Russische krijgsgevangenen zaten. Daar vertelde hij weleens over. Dat hij zich afvroeg wat er met die jongens was gebeurd. Hij heeft dienst geweigerd. Hij wilde niet meedoen aan oorlog."

"Ik had links-intellectuele ouders. Geen auto. Het goede doen voor de planeet. De school waar ik zat was heel christelijk. Ze vertelden ons hoe slecht Judas was geweest. Vervolgens zeiden ze dat God alles had voorbeschikt. Ik dacht: dat is eigenlijk heel zielig voor Judas, dat Hij dat allemaal al voor hem heeft bedacht."
Ze lacht. "Ik was toen al bezig met het stellen van nutteloze vragen."

Donderdag houdt ze de 4 meilezing in de Nieuwe Kerk. 'De kracht van het persoonlijke verhaal' is dit jaar het thema van de Nationale Herdenking. Van der Zijl stelde in 2004 in Sonny Boy de geschiedenis van Waldemar Nods en Rika van der Lans op schrift. Liefde en verraad in tijden van oorlog.

Waldemar was een jonge Surinaamse student, Rika een veel oudere, getrouwde vrouw uit Holland. In 1929 werd hun zoontje Waldy, alias Sonny Boy, geboren. Na een leven van armoede en discriminatie, opkrabbelen en weer vallen, besloot het paar in de oorlog Joden in hun huis in de Haagse Pijnboomstraat op te nemen.

In februari 1944 werden ze door Nederlandse Jodenjagers opgepakt, samen met hun onderduikers. Via het beruchte ­Oranjehotel in Scheveningen en kamp Vught werden ze afgevoerd naar de Duitse concentratiekampen Neuengamme en Ravensbrück. De oorlog overleefden ze niet. Waldy, die een dag nadat het gezin was opgepakt weer was vrijgelaten, was veertien toen hij zijn ouders voor het laatst zag.

"Jammer genoeg is hij vorig jaar overleden," zegt Van der Zijl. "Hij was echt een man met een gat in zijn ziel toen ik hem ontmoette. Hij is verweesd uit de oorlog gekomen en was volkomen onwetend over het lot van zijn ouders. Dat is het mooie van mijn vak: de geschiedenis kun je niet veranderen, maar door erover te vertellen kun je toch nog iets goedmaken."

We zitten in restaurant Jansz, de voormalige brasserie van hotel Pulitzer. Van der Zijl wijst naar een tafeltje verderop. Daar heeft ze vele uren doorgebracht met Flip van Duyn, de zoon van Annie M.G. Schmidt over wie ze in 2002 de veelbezongen biografie Anna schreef. Dat voelt goed. Vertrouwd.

Van der Zijl: "Iemand zei laatst: jij moet hoognodig uit je schulp kruipen. Hoezo? Het is fijn in mijn schulp. Ik kan er lekker rustig boeken schrijven en mijn eigen gangetje gaan. Het is net als met verlegenheid, daar moeten de mensen tegenwoordig ook allemaal aan geholpen worden. Maar waarom eigenlijk?"

Ben je zenuwachtig voor de lezing?
"Wat denk jij? Ik ben altijd zenuwachtig."

Je staat straks tegenover de koninklijke familie, de slachtoffers en de
na­bestaanden. De druk van de geschiedenis op je schouders.
"Het engste is dat het direct wordt uitgezonden, maar we gaan de hele middag oefenen. Dat is fijn. Toen ik begon met schrijven had ik überhaupt nooit gedacht dat ik zalen toe zou spreken, maar in de loop van de jaren heb ik gemerkt dat het publiek je alles vergeeft, behalve onverschilligheid. En onverschillig ben ik niet."

Waar ben je normaal gesproken op 4 mei?
"Meestal thuis. Ik ben een huismus. Vroeger woonde ik op de Oudezijds Voorburgwal, vlak achter de Dam. Dan kon je vanuit het raam de trompet horen en dan de stilte en de opfladderende duiven. Echt schitterend."

'Prins Bernhard moest wel vreselijk liegen over zijn achtergrond' Beeld Friso Keuris

Een moment van bezinning.
"Even stilstaan, dat is natuurlijk al heel mooi. En stilte. Dat is een schaars goed. Ik weet niet of ik hiermee buiten mijn boekje ga, maar ik denk op dat moment ook aan mensen die niet per se oorlogsslachtoffer zijn. Gewoon mensen van wie ik hield. Dat doen er wel meer. Ik sprak laatst een jonge Joodse vrouw, die bijna beschaamd vertelde dat ze altijd aan haar oma dacht, die gewoon van ouderdom is gestorven."

"Ik ben van hervormden huize, maar mijn man is katholiek. Die zijn goed in rituelen rond de dood: de kaarsjes, de wake. In die zin vind ik 4 mei ook een heel mooie traditie. Ik heb de afgelopen jaren op veel dingen nee gezegd, omdat ik rust aan mijn hoofd wil voor het schrijven van boeken. Maar over deze lezing heb ik geen seconde getwijfeld. Ik vind het een enorme eer, iets wat je moet doen als het je wordt gevraagd. Uit respect voor al die mensen die de pech hadden in een oorlog verzeild te raken en daarin ten onder zijn gegaan."

Je hebt het verhaal van Waldemar en Rika geschreven omdat je wilde weten waarom iemand het goede doet. Vroeger schreef je voor HP/De Tijd over misdadigers: mensen die geneigd zijn tot het slechte. Wat is prettiger voor een schrijver?
"Het heeft beide mijn belangstelling: zolang het verhaal maar niet inktzwart of lelieblank is. Ik heb nooit over psycho­paten willen schrijven, maar ook niet over mensen die heel bewust opstonden en dachten: ik ga iets heldhaftigs doen. Niet over Nelson Mandela of over Moeder Teresa. Het soort heldendom waarvan je weet: dat zou ik nooit kunnen. Ik vind het interessant om te kijken onder welke omstandigheden gewone mensen keuzes maken."

Bij Waldemar en Rika valt de alledaagsheid op van het besluit onderduikers in huis te nemen.
"Ze hadden een pension gehad en ze hadden ruimte. Dan vraagt iemand of ze mensen in huis willen nemen en denken ze: goed idee. Ik betwijfel of Waldemar en Rika zich hebben gerealiseerd dat ze er hun eigen leven mee op het spel zetten. Wat is het? Alledaags heldendom: durven vertrouwen, durven te geloven. De dag en de medemens met een goed humeur tegemoet treden. Dat is voor ons allemaal nog haalbaar."

Heldendom komt voort uit een goed humeur?
"Een oud-verzetsstrijdster, die tientallen Joodse kinderen in veiligheid heeft gebracht en dezelfde helletocht heeft meegemaakt als Rika, zei: het waren niet bepaald de slechtste huwelijken waarin onderdak geboden werd aan onderduikers. Wie het gevoel heeft dat hij veel krijgt, kan ook veel geven. Rika vond het gewoon leuk om mensen over de vloer te hebben. Ze kookte graag."

"Wat is een held? Dat vind ik echt een lastige vraag. Waldemar en Rika waren helden omdat ze aan de goede kant van de geschiedenis bleken te hebben gestaan. Het waren geen bange mensen. Ze durfden ook voor elkaar te kiezen."

Begrijp je dat veel anderen in de oorlog hun hoofd afwendden?
"Dat snap ik heel goed. Er waren ook mensen, zeker in haar familie, die vonden dat ze beter om hun eigen zoon hadden moeten denken. Voor mezelf hoop ik maar dat ik het lef heb om de goede keuze te maken als dat nodig is. Heldendom is meer een mentaliteit dan een beslissing."

"Ik heb geprobeerd om het verhaal van Waldemar en Rika met een open blik te benaderen. Vanuit hun perspectief en niet met de kennis die we nu hebben over wat er allemaal is gebeurd. Daarom was het ook een heel logische keuze om daarna een boek te schrijven over prins Bernhard."

Hoe bedoel je?
"Ik heb tijdens het schrijven van Sonny Boy twee jaar lang meegeleefd met Waldemar en Rika. Ik had de gastenboeken gelezen uit hun pension, waarin al die leuke Duitse gasten aardige dingen schreven. Ik kan me zo goed voorstellen dat zij zich op dat moment niet konden indenken dat er door diezelfde mensen een paar jaar later op industriële schaal Joden vernietigd zouden worden. Dat snapte ik zelf ook niet. Daarom ben ik me voor Duitsland gaan interesseren."

"Ik begreep niets van Bernhard. Hij sneed zich totaal af van zijn Duitse geschiedenis. Hij vertelde dat hij nooit ergens last van had gehad, dat zijn familie rijk was gebleven en natuurlijk tegen de nazi's was geweest. Dat was zo onwaarschijnlijk. Ik dacht: wat gebeurt er als je de Duitse geschiedenis en Bernhard weer aan elkaar knoopt? Kun je hem dan beter begrijpen en de geschiedenis ook?"

Is het gelukt?
"Bij Bernhard lijkt het altijd te moeten gaan over zijn lidmaatschap van nationaalsocialistische organisaties en de vraag of hij al dan niet uit liefde trouwde met Juliana. Ik zag in hem vooral ook een slachtoffer van zijn tijd. Hij had er niet om gevraagd dat Duitsland drie jaar na zijn huwelijk de oorlog zou verklaren aan Nederland. Dat hij zijn vaderland en zijn familie moest afzweren. Hij is gebruikt: door zijn moeder, door de Nederlandse regering en niet in de laatste plaats door zijn schoonmoeder Wilhelmina, die hem in de rol van oorlogsheld heeft geduwd."

"Als je je in die tijd verplaatst, dus zonder de kennis van nu, zie je dat Bernhard er op dat moment het beste van probeerde te maken. Maar daarna moest hij wel vreselijk liegen over zijn achtergrond. Hij had in 1945 moeilijk kunnen zeggen: o, trouwens, toen ik achttien was, dacht ik net als mijn klasgenootjes en mijn neven en iedereen om mij heen dat de machtsgreep van Hitler in 1933 een goed idee was."

Een deerniswekkende figuur?
"Ik heb een beetje met hem te doen, ja. Je hebt twee groepen: de Bernhardhaters en de Bernhardvereerders. Ik heb geprobeerd de gewone Duitse jongen die hij ook was uit hem te halen. Ik geloof niet dat hij een schurk was. Wel, meer dan we beseffen, een speelbal van de geschiedenis."

"Toen hij ouder werd, begonnen de demonen uit het verleden hem op zijn hielen te zitten. Veel informatie zat in de archieven van de Stasi, de Oost-Duitse geheime dienst. Die kwam pas vrij na de val van De Muur. Het is een heel onrustig leven als je weet dat ergens dingen zijn te vinden die jou de das om kunnen doen."

Vind je het ongemakkelijk om straks tegenover zijn kleinzoon te staan?
"Wat ik hoor uit kringen rond het hof is dat zij het een fair boek vonden. Mensen kunnen veel waarheid aan als die maar in een context wordt gezet. Het boek brengt ook wel een zekere rust, denk ik. Dit was het verhaal, zo is het gelopen."

"De Duitse publicist Sebastian Haffner schreef dat Hitler de geschiedenis in was gegaan als een briljant politicus als hij in 1938 was bezweken aan een hartaanval. Dat je überhaupt zoiets durft te denken! Ik hou van Haffner, omdat hij zo onbevooroordeeld is."

Waar zit de overeenkomst tussen Bernhard en Waldemar en Rika?
"Dat je nooit zal weten wat jij gedaan zou hebben in hun plaats."

Voor Sonny Boy heb je ook gesproken met een Nederlandse SS-deserteur die samen met de Joodse families in het pension zat ondergedoken.
"Van Waldy hoorde ik: hij was de verrader en hij woont nu op een Waddeneiland, maar verder wist hij ook niets. Ik heb zijn naam teruggevonden in een heel treurig archief in Den Haag, in de processtukken over de zaken die vlak na de oorlog tegen landverraders en NSB'ers werden gevoerd. Daarin bleek het hele verhaal van de inval in de Pijnboomstraat te staan."

"Die voormalige SS'er stond gewoon in het telefoonboek, dus ik belde op en kreeg hem aan de lijn. Ik mocht komen praten. Een paar dagen later zat ik op de boot en voelde me net de nazi-jager Simon Wiesenthal. Ik dacht: ik ga zo het kwaad ontmoeten. Toen ik aanbelde, deed een heel aardige man open. Hij vond het wel fijn om te praten over wat hij had meegemaakt. Hij was zeer te spreken over de familie Nods. We zijn nog met de auto het strand op geweest."

'Elke generatie heeft het recht om onbelast door het verleden te beginnen aan zijn eigen leven' Beeld Friso Keuris

"Op een gegeven moment moest ik natuurlijk zeggen dat hij volgens Waldy de boel had verraden. Nee, zei hij. Hij was net als de andere onderduikers gearresteerd en had geen idee waarom juist hij was vrijgelaten uit de gevangenis. Ik weet het niet. Of hij speelde ontzettend goed toneel, of hij wist het echt niet."

Wat leerde de confrontatie je over goed en fout?
"Het was heel spannend, maar op een bijzondere manier ook mooi. Je kunt beter iemand recht in de ogen kijken en vragen hoe het zo is gekomen, dan thuis te blijven zitten en denken: zo'n keuze zou ik nou nooit maken."

Oordelen we te makkelijk?
"Ik denk dat doorvragen en onder­zoeken vaak verrassende inzichten
oplevert en je ook een stuk bescheidener maakt."

Nederland was het land waar percen­tueel de meeste Joden zijn afgevoerd.
"Ik heb de sterke overtuiging dat je niet verantwoordelijk kunt worden gehouden voor wat de generaties vóór jou hebben gedaan. Ik heb een keer een discussie gehad over Sonny Boy met een Surinaamse schrijver. Die man priemde zijn vinger naar mij: jullie moeten nog elke dag je excuses aanbieden voor wat jullie ons hebben aangedaan."

"Nou had hij zelf onmiskenbaar Joods bloed. Een typisch product van Suriname, waar veel Joodse slavenhouders kindjes hebben gemaakt bij hun slaven, waardoor het land een grote gezellige mengelmoes is geworden. Mijn voorouders komen uit Friesland en die hebben zich toevallig nooit met slavenhandel bezig gehouden. Dus ik zei: jij hebt veel meer slavenhoudersbloed in je lichaam dan ik."

"Je kunt niet zeggen: driehonderd jaar geleden hebben jouw voorouders iets misdaan en daar komen we nu verhaal voor halen. Elke generatie heeft het recht om onbelast door het verleden te beginnen aan zijn eigen leven. Dat geldt ook voor wat Nederlanders in de oorlog hebben gedaan."

Je staat straks wel op de herdenking.
"Dat is wat anders dan spijt betuigen."

Hebben we iets geleerd van het verleden?
"Hoe laat is het? Mag ik al weg? Straks ga je me nog naar Geert Wilders vragen."

Eeeh...
"Op mijn achttiende was alles gepolariseerd. Je ging niet om met een VVD'er. Je was links, las de goede krant en keek naar de juiste programma's. Ik kon daar als kind al niet mee uit de voeten. De ene keer ging ik met een vriendinnetje mee naar Youth for Christ en de volgende keer naar een antineutronenbomdemonstratie. Elke keer dacht ik: ja, daar zit ook wat in. Ik denk dat mijn werk voor een groot deel een reactie is op dat zwart-witdenken. De waarheid heeft vele kanten, het loont de moeite ons daarin te verdiepen."

"En dan hoop je maar dat mensen zo wijs zijn om zich niet meer in een oorlog te storten. Zolang kinderen opgroeien met de gedachte dat het geen goed idee is om elkaar de hersens in te slaan ben ik al blij. Het maakt me niet uit of ze dat nu leren van de Tweede Wereldoorlog, de Joegoslavische burgeroorlog of van een Syrische vluchteling in hun klas. Het gaat om de vraag hoe je een goed en zinnig leven leidt."

Kinderfoto Annejet van der Zijl Beeld -

Annejet van der Zijl

Annejet van der Zijl
6 april 1962, Oterleek

1974-1980
Christelijk Gymnasium Beyers Naudé, Leeuwarden

1980-1987
Kunstgeschiedenis en Massacommunicatie aan de UvA

1989
studie International Journalism, City University London

1990-1999
journalist bij de Haagse Post

1998
schrijversdebuut met Jagtlust

2002
Anna, biografie van Annie M.G. Schmidt

2004
Sonny Boy

2010
promoveert op Bernhard, een verborgen geschiedenis

2011
verfilming van Sonny Boy

2013
Moord in de Bloedstraat, misdaadverhalen

2014
biografie Gerard Heineken, de man, de stad en het bier

2015
De Amerikaanse prinses

2016
Amsterdamprijs voor de Kunst

Annejet van der Zijl is getrouwd en woont in Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden