PlusInterview

Andreas Denk maakt al drie decennia danstheater voor alle leeftijden

De meeste mensen komen op een verhaal omdat ze iets hebben meegemaakt, zegt choreograaf Andreas Denk. ‘Ik maak vóórwerpen mee, die brengen bij mij een verhaal op gang.’ Dagdonker bijvoorbeeld, dat zondag te zien is in de Krakeling.

Beeld Menno van der Meulen

“Kijk,” zegt Andreas Denk terwijl hij het glas water dat voor hem staat oppakt. “Dit is een object met een elegante vorm. Ik schrijf op: elegantie. Dat doet mij denken aan een bepaalde tijd in de kunstgeschiedenis: barok.” Denk maakt al bijna dertig jaar danstheater en altijd begint het met objecten. Zo ook bij Dagdonker, een voorstelling voor iedereen vanaf vier jaar. “Het gaat erom op een andere manier naar de wereld te leren kijken.”

“Het kan ook iets in de mode van nu zijn. Claudia Schiffer, Victoria’s Secret. Dat komt allemaal naar boven alléén op basis van die lijn die ik zie aan de zijkant van dit glas. Maar het glas is ook koud, terwijl ik weet dat het is gemaakt uit zand, kalk en hitte. Ik noteer: transformatie, breekbaarheid. Het heeft ook nog gewicht en er zit iets in. Ik kan het in mijn hand houden en zo een dansje doen: dan komt het water eruit, of het glas valt, rolt weg of breekt. Zo kan ik uren doorgaan en een heel stuk opbouwen.”

Denk begon zijn carrière in Duitsland en maakte vervolgens deel uit van het in Amsterdam gevestigde Hans Hof Ensemble. Nu maakt hij onder de naam Plan d- voorstellingen voor publiek van uiteenlopende leeftijden. Meester in het integreren van alledaagse voorwerpen wordt hij genoemd. Elk stuk start met een object. Waarom is dat?

“Objecten maken mij gewoon totaal nieuwsgierig. Uit een object ontstaat voor mij een verhaal, dus eigenlijk andersom als bij de meeste mensen. Die komen op een verhaal omdat ze iets hebben meegemaakt. Nou, ik heb dus een voorwerp meegemaakt. Dat brengt bij mij een verhaal op gang.”

Vonkende vuursteentjes

Vervolgens komt daar een maatschappelijke link bij, want waarom zou hij een voorstelling maken over glas of, zoals zijn nieuwste creatie Dagdonker, over licht en donker?

“Aan licht en donker zit natuurlijk een magisch-poëtische kant. Lampjes aandoen in een donkere ruimte levert een mooie sfeer op, schaduwen en van die dingen meer.”

“Maar er kleeft ook een eenzijdige associatie aan: in onze cultuur is donker altijd negatief, iets om bang voor te zijn. In de voorstelling zit de vraag: heeft donker eigenlijk ook iets moois? Hoe kunnen we er anders naar kijken, buiten de hokjes denken? Daarom is het hele toneelbeeld verdeeld in zwart en wit, maar gebeuren er rondom zwart en in het donker juist leuke dingen.”

Dat toneelbeeld maakte Denk opnieuw samen met ontwerper Pink Steenvoorden. Voor elke productie brengen ze een aantal dagen samen door in de werkplaats van Einstein Design. Denk heeft iets bedacht, Steenvoorden doet daar nog een schepje bovenop. Omdat Dag­donker een stuk is voor een publiek van vierplus, hebben ze het dit keer vooral herkenbaar en eenvoudig gehouden. Huis-tuin-en-keukenschemerlampen, skippyballen, lakens.

“Je kunt een gewone kartonnen doos nemen en daar een lampje in monteren. Door er met de juiste timing mee te spelen, heb je een universum van van alles en nog wat. Ondanks alle films en games die ze zien, worden kinderen daar nog steeds door meegenomen, juist doordat het live is.”

“Wat ik graag wil, is de afstand tussen mijn drie performers en het publiek verkleinen. Ik vraag de kinderen werkelijk aan de voorstelling mee te doen. Dat noem ik de XL-versie: eerst een workshop en vervolgens meespelen in een aantal scènes. Verder kunnen ze voor en na de voorstelling altijd ronddolen in de door mij ­gemaakte lichttuin en glow-in-the-dark-flesjes of zelfbedachte schaduwdieren fabriceren. Dat is mijn missie: ze anders laten kijken en ze ­stimuleren om hun verbeeldingskracht te gebruiken.”

Met de paplepel

Dan komen de jonge theaterbezoekers later wellicht zelf op het idee voor zoiets als een vuursteendans. Daarvoor bevestigde Denk vuursteentjes aan een handschoen en schuurpapier aan zijn mouw. “Vervolgens ben ik gaan uitproberen bij welke beweging de mooiste vonken komen. Dat is voor mij het begin van een complete choreografie.”

Die uitvindersmentaliteit heeft Denk overigens van zijn vader. “Hij was metaalbewerker en nam vaak bergen troep mee naar huis. Altijd was hij aan het klussen. Ik heb het met de pap­lepel binnengekregen.”

Plan d-/Andreas Denk, Dagdonker. De Krakeling 15/12, CC Amstel (XL: meedoeversie) 27-28/12, ­Toneelschuur Haarlem 29/12, Meervaart (XL), 9/5.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden