Plus

Amsterdamse werkkampen voorportaal van de Holocaust

Amsterdam telde in de oorlog meer dan dertien Joodse werkkampen. Joden verbleven er voor de aanleg van onder meer het Amsterdamse Bos, blijkt uit onderzoek. Daarvandaan werden ze gedeporteerd naar het Oosten.

Joden op het Amstelstation, opgeroepen voor tewerkstelling in rijkswerkkampen. Beeld Foto Collectie Bart de Kok en Jozef van Poppel

De satellietfoto van een voormalig Joods werkkamp in het Amsterdamse Bos is het onomstotelijke bewijs. De foto, die sporen toont tot een meter diepte, laat de overblijfselen zien van een barak bij boerderij Meerzicht. Amateurhistoricus Lion Tokkie, die al jaren op zoek is naar de plekken van de Joodse werkkampen, wijst op strepen op de foto die de omtrek van de barak afbakenen.

"Kijk, hier bevonden de poepdozen zich," zegt de Amsterdammer Tokkie (68). Hij pakt een plattegrond erbij. "Daar zie je de Jodenput, waar ze werkten, en verderop zie je het Genieterrein met vier barakken." Dertien voormalige Joodse werkkampen heeft hij inmiddels gelokaliseerd.

Dwangarbeiders
In het Amsterdamse Bos stonden vijf barakken: bij pannenkoekenhuis Meerzicht, het Genie­gebouw en mogelijk ook bij de jachthaven. Maar ook in de rest van de regio Amsterdam bestonden er kampen, onder meer bij de Noorderbegraafplaats, Oosterbegraafplaats, Westhaven, Schiphol-Oost, de Joodse begraafplaats in Muiderberg, het Rijksmuseum en het Kattengat, en dan waren er nog enkele kleintjes. Ook werden Joodse dwangarbeiders ingezet bij sneeuwruimen en zandvervoer.

Tokkie gaat deze week met archeologen naar de plekken van de werkkampen in het Amsterdamse Bos. "De Duitsers hebben in de Tweede Wereldoorlog de werkverruimingskampen voor werklozen gebruikt om de Joden af te zonderen voor deportatie naar de concentratiekampen," zegt hij.

Een aantal Joodse werkkampen, zoals die in Noord-Nederland, is bekend. Het gehele netwerk is echter onderbelicht gebleven. Tokkie heeft het voornemen er een proefschrift over te schrijven voor de Universiteit van Amsterdam.

Aanleiding voor zijn onderzoek was het overlijden van zijn vader, David Tokkie, in januari 2005. Over de oorlog werd thuis weinig gepraat. David Tokkie, begonnen als kleermaker voor revues en naar verluidt een van de mannen van het eerste uur achter Snip en Snap, raakte in de oorlog werkloos nadat zijn atelier op last van de Duitsers was gesloten. Daarop meldde Tokkie sr. zich 'vrijwillig' voor een werkkamp en werd hij ingedeeld bij kamp Kremboong bij Hoogeveen. Later vluchtte hij naar Zwitserland.

Beeld Di/Het Parool

"Ik vroeg me af waarom mijn vader zich vrijwillig voor dwangarbeid in een werkkamp had gemeld," zegt Tokkie. "Hoe kwamen die werkkampen er? Welke rol speelden de Duitsers hierin?"

Tokkie deed onderzoek bij het Stadsarchief, het Joods Historisch Museum en het Niod en wordt geadviseerd door Rob van der Laarse van de Universiteit van Amsterdam, hoogleraar erfgoed van de oorlog.

Loonzakje halen
De Nederlandse werkkampen dateren uit de jaren twintig. Ze waren opgezet om werklozen na de grote beurscrisis van 1929 op te vangen. Het project voor de aanleg van het Amsterdamse Bos werd bedacht rond 1931. De betrokken Amsterdamse ambtenaren, onder wie C.J. van Dam en A. Kaan, vormden later, tijdens de bezetting, de zogenoemde 'J-afdeling' van de Gemeentelijke Sociale Dienst in Amsterdam.

Na de Duitse inval in mei 1940 had de bezetter een complete infrastructuur met werkkampen aangetroffen. De Duitsers richtten ten noorden van de Bosbaan een werkkamp voor alleen Joden in. Zij moesten ook sloten trekken in de Oeverlanden van de Nieuwe Meer.

Op 6 januari 1942 kregen ruim 1400 werkloze Joden een oproep van de Sociale Dienst om in de Diamantbeurs goedgekeurd te worden voor de Rijksdienst voor de Werkverruiming. Wie niet goedgekeurd was, werd tewerkgesteld in de gemeentelijke werkverruiming. Tokkie: "De boodschap aan de Joden luidde impliciet: het zit wel goed bij de werkverruiming. Je krijgt redelijk te eten, salaris, en je kunt 's avonds naar huis. Eigenlijk waren op dat moment de Joden in getto's ondergebracht. Ze werden daar geïsoleerd."

Getto
Zo'n werkkamp was een getto alleen voor mannen tussen de 18 en 45 jaar. Er was geen bewaking. De vrouwen haalden het loonzakje op bij de Galerij van het voormalige Paleis voor de Volksvlijt. Via de loonadministratie en een opkomstcontrole waren ze als het ware gegijzeld. Tot ze op een dag in overvalwagens werden afgevoerd.

In de werkkampen zaten 8000 Joden, met 22.000 familie-leden die van hen afhankelijk waren. Beeld Bart de Kok

De niet-Joodse kampen werden in het voorjaar van 1942 leeggehaald. De mannen werden voor de Arbeitseinsatz in Duitsland ingezet. Vervolgens werden de Joodse werkkampen leeggehaald en werden de Joden naar de concentratiekampen in het Oosten afgevoerd.

Tokkie: "De werkkampen waren stuwmeren om de Joden versneld af te kunnen voeren." Hij wijst op een brief van 22 september 1942 van de in Scheveningen gestationeerde SS'er Hanns Albin Rauter aan SS-leider Heinrich Himmler, waarin Rauter schrijft 8000 Joden in de werkverruiming te hebben, met 22.000 familieleden. 'Die roepen we op,' aldus Rauter, 'en voeren we via Westerbork af.'

"Zo gebeurde het," zegt Tokkie, die 24.000 kaarten van de J-afdeling en de appèllijsten van de werkkampen bestudeerde. Hij laat foto's van het Amstelstation zien, waarvandaan de Joden uit de werkkampen naar Westerbork werden afgevoerd. "Ruim 30.000 Joden, de dwangarbeiders met hun families, een derde van het totaal, gingen in 1942 via de werkkampen naar het Oosten."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden