Plus

Amsterdamse rijdt duizend kilometer in galop door Mongolië

De Amsterdamse Josefine Schopman (31) rijdt op 4 augustus de zwaarste paardenrace die er is, in Mongolië. Slechts de helft van de deelnemers haalt doorgaans de eindstreep. 'Ik wilde iets anders doen.'

Mongol Derby: 1000 kilometer door woestenij. Beeld Saskia Marloh
Mongol Derby: 1000 kilometer door woestenij.Beeld Saskia Marloh

Wie zegt dat hij iets te doen wil hebben naast zijn werk, komt doorgaans uit op een keertje per week tennissen. Zo niet Josefine Schopman: zij staat op 4 augustus aan de start van de Mongol Derby: de zwaarste paardenrace op aarde, dwars door de woestenij van Mongolië.

"Ik werk in het AMC, waar ik in opleiding ben tot internist," vertelt Schopman thuis, in het centrum van de stad. "Volgend jaar ga ik in opleiding tot oncoloog. Op mijn werk ben ik altijd met anderen bezig, dus ik wilde daarnaast iets heel anders doen."

Om Schopman heen liggen de spullen uitgestald die ze straks in Mongolië nodig heeft: een lichtgewicht slaapzak, een waterzak en een rugtasje waar je normaal gesproken voor een weekendje weg nog niet genoeg spullen in gepropt krijgt, alleen Schopman moet er straks langer dan een week mee doen.

Zjengis Khan
De Mongol Derby is de route waarlangs boodschappers in de tijd van Dzjengis Khan te paard berichten vervoerden. De race is duizend kilometer lang en voert door woestijn, steppe en bos. Deelnemers komen uit alle werelddelen en krijgen te maken met temperaturen van onder het vriespunt 's nachts tot meer dan veertig graden overdag. De gemiddelde deelnemer doet er tussen de acht en tien dagen over om de finish te bereiken - als hij het haalt.

De helft valt onderweg af. "Botbreuken, uitputting," somt Schopman op. "Om de veertig kilometer is er een horse station waar je een ander paard krijgt. De paarden zijn half wild, dus ze zijn lastig te berijden. Je mag niet zonder paard bij het volgende horse station arriveren. Dan moet je teruglopen naar het vorige station. Mijn grootste angst is dat mijn paard me 1 kilometer voor de volgende stop eraf gooit en ik dan 39 kilometer terug moet lopen."

Paardenmeisje
Even over die paarden: het zijn Mongoolse paarden en die zijn een stuk kleiner dan paarden hier. Schopman heeft een paar weken geoefend in Denemarken op IJslanders. Die zijn ook wat kleiner. Maar klein wil niet zeggen dat ze niet snel zijn.

"En omdat ze half wild zijn, moet je onderweg niet afstappen, want dan is de kans groot dat ze ervandoor gaan. Je moet dus bij elk horse station goed bedenken wat je de komende veertig kilometer wel of niet aan wil trekken. Het gebeurt me vast dat het keihard begint te regenen, terwijl ik geen regenkleding aanheb." Hoe dan ook, Schopman heeft toch maar één outfit voor de race. Al naar gelang de weersomstandigheden doet ze een extra laagje aan of uit.

undefined

Josefine Schopman vertrekt naar Mongolië voor een paardenrace. Beeld Dingena Mol
Josefine Schopman vertrekt naar Mongolië voor een paardenrace.Beeld Dingena Mol

Hoe komt iemand erbij om de Mongol Derby te gaan rijden? Moet je dan een enorme paardenfan zijn? "Ik was vroeger heel erg een paardenmeisje," zegt Schopman. "Maar op mijn twaalfde hield dat op, hoewel het rijden altijd bleef trekken. In 2010 zag ik een filmpje op YouTube over de Mongol Derby en toen dacht ik: dat wil ik! Ik dacht alleen dat het te zwaar zou zijn, dat ik het niet zou kunnen. Ik ben weer gaan rijden en na een rijvakantie in Kyrgizië heb ik besloten voor de Derby te gaan trainen. Ik heb drie maanden verlof opgenomen en ben het gaan doen."

Kluisteren
Voordat de race begint, krijgen alle deelnemers vanaf 1 augustus eerst drie dagen training. Ze leren dan onder andere hoe ze moeten 'kluisteren'. Dat is de nomadenmanier om ervoor te zorgen dat je paard er 's nachts niet vandoor gaat; in de woestijn zijn geen paaltjes om ze aan vast te binden. "Met kluisteren bind je de voorbenenvan het paard met een achterbeen bij elkaar. Je paard kan dan wel gewoon rondhopsen en grazen, maar als je wakker wordt, staat hij nog in de buurt," aldus Schopman.

Dat is dus ook nog een ding bij de Mongol Derby: je slaapt buiten. "Tenzij je in de buurt van een horse station bent," zegt Schopman. "Maar als je daar arriveert terwijl je die dag nog twee uur kunt rijden voor het donker wordt, dan is het tijdverspilling om te blijven."

Nomadenstam
Beter is dan ook te hopen dat je onderweg een nomadenstam tegenkomt die je in je beste Mongools kunt vragen of je mag blijven slapen. "Ik ga denk ik een bordje maken met een Mongoolse tekst," zegt Schopman. "En anders dus onder de sterrenhemel."

Dan rest alleen nog de vraag wat je eigenlijk wint als je zo'n monsterrace als eerste uitrijdt. Daar zal toch wel een reuzeprijs tegenover staan?
Dat valt dus vies tegen. "Misschien krijg je een trofee," zegt Schopman. "Ik heb eigenlijk geen idee. Het gaat om de eer."

Team Holland

Josefine Schopman is de tweede Amsterdamse die ­meedoet aan de Mongol Derby. In 2011 reed Frederique Schut (1985) hem ook. Zij schreef er een boek over, Missie: Mongolië. Dit jaar is er behalve Schopman nog een Nederlandse deelnemer: Babs Ketelaar uit ­Ermelo. Zowel Ketelaar als Schopman haalt tijdens de race geld op voor het goede doel:
Ketelaar voor het KWF en Schopman voor de Stichting voor Vluchteling-Studenten UAF en Cool Earth. Doneren kan via de Facebookpagina 'Mongol Derby 2016: Team Holland'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden