Plus

Amsterdamse kinderen vertellen oorlogsverhalen door

Vijfenveertig Amsterdamse kinderen gaan de oorlogsverhalen doorvertellen van ouderen uit hun buurt. Deze 'erfgoeddragers' kregen maandag een onderscheiding op het stadhuis. Een portret van drie koppels van onderwijsproject Oorlog In Mijn Buurt.

Overlevenden van de WOII dragen hun verhalen over aan de jeugd, zodat deze ze kunnen doorvertellen. Jan van der Linden (80) en Nour Ait Messaoud (9).Beeld Julie Hrudova

Jan van der Linden (80) en Nour Ait ­Messaoud (9)
Een kind van amper vier was Jan van der Linden uit Noord toen de oorlog begon. Samen met zijn ouders zag hij hoe de Duitsers in 1940 Nederland binnentrokken. "Ik keek op naar mijn vader. Die stond te huilen. Dat maakte zo'n indruk. Hij huilde nooit."

Later, bij zijn grootmoeder aan de Schippersgracht, maakte hij de razzia's in de Jodenbuurt mee. "Mijn oma zag de mensen gaan en riep: 'Daar gaat die en die. Ze zijn helemaal gekapt.' Ze dachten dat ze op reis gingen."
Ook de bom op de Recht Boomsloot kan hij zich herinneren. "Wij voeren net op de pont over het IJ en moesten naar de schuilkelder in de Tolhuistuin. Als kind voelde je de spanning die de oorlog meebracht, ook binnen het gezin.

Aan het einde van de oorlog moest mijn vader toekijken hoe tien mannen door de bezetter in Zijpersluis werden gefusilleerd, een vergelding voor een aanslag van een verzetsgroep. Die indrukken blijven hangen. Het blijft emotioneel. Ik heb hier niet voor niets een glaasje water staan."

Nour zit naast Van der Linden en kent de verhalen. "U heeft ook nog meegemaakt dat er een brandend vliegtuig op Pathé De Munt viel," zegt de leerling van Het Vogelnest in Noord.

Van der Linden, knipogend: "Ja, op het Carlton Hotel."

Het is speelkwartier en Nour wil graag buitenspelen. Van der Linden begrijpt het wel. "Ik vind het dapper dat de kinderen het aandurven om deze verhalen te horen en door te vertellen. Maar ik vraag me af of je deze kinderen er wel mee kunt en moet opzadelen."

Nurselen Karayigit (12) en Frits Neijts (87)Beeld Julie Hrudova

Frits Neijts (87) en Nurselen Karayigit (12)
Twaalf jaar was Neijts toen de Tweede Wereldoorlog uitbrak, net zo oud als Nurselen die zijn verhaal als erfgoeddrager zal doorvertellen.
"Ik vind het een spannend en bijzonder verhaal. Hij heeft zoveel beleefd," zegt Nurselen.

Neijts woonde in de ­Bestevaerstraat in West. Zijn moeder was lid van de SDAP en had via kennissen in Duitsland gehoord over het lot van de Joden. "Ze wilde dat mijn Joodse vader meteen ging onderduiken. Hij zat bij zuster Vink van de drogisterij in de Cornelis Schuytstraat. Een enkele keer kwam hij stiekem naar ons toe, met zijn ster op zijn jas. We waren kwaad op hem. Het was zo gevaarlijk."

Neijts, die de naam van zijn moeder draagt omdat zijn ouders niet getrouwd waren, ging op zijn zestiende werken in een dependance van de farmaceutische fabriek Brocades en Stheeman in de Jordaan. Het verzet vroeg hem vitamines naar buiten te smokkelen voor onderduikers.

De Turkse Nurselen knikt. Ze kent het verhaal uit haar hoofd. "Hij deed de medicijnen in zijn sokken. Er stond bij de uitgang een kauwgomballenapparaat waarin geen kauwgom, maar groene en rode ballen in zaten. Hij moest elke keer van de portier ter controle een bal trekken. Meestal trok hij groen en kon hij doorlopen. Toen hij een keer een rode trok, werd hij door een Duitser gefouilleerd en gepakt. Maar hij mocht later toch weggaan omdat hij nog jong was."

Nurselen: "Ik vind het zo dapper dat hij het heeft gedaan. Ik wil dit verhaal doorvertellen aan mijn eigen kinderen later."

Neijts vindt het belangrijk dat de verhalen uit de oorlog worden doorverteld. "Anders leert de mensheid nooit iets. Maar vooral ook in deze tijd met de vluchtelingen. De jongeren moeten dit weten."

Maurice Ferares (94) en José Maza Mendez (13)Beeld Julie Hrudova

Maurice Ferares (94) en José Maza Mendez (13)
José heeft voor 'zijn' oudere een lijst met vragen. Hoe was het leven in de oorlog, wil hij weten. Ferares denkt even na. "Hoe het was? Mijn vader was een arme schoenmaker. Ik zat op het conservatorium van Amsterdam en moest in 1942 daarvan af omdat ik Joods was. Ik kreeg vioolles van Ferdinand Helmann, concertmeester bij het Concertgebouworkest."

Juli 1942 viel voor hem de oproep in de bus om naar een Duits werkkamp te komen. "We sliepen thuis met een bijl onder het bed. We hadden geen idee," zegt Ferares, die besloot onder te duiken op het Afrikanerplein in de Transvaalbuurt.

Hij sloot zich aan bij het kunstenaarsverzet, verspreidde en drukte de illegale Waarheid, maakte brandbommen en stal voedselbonnen voor onderduikers. "Hoe brutaler je was, hoe minder risico je liep."

Zijn schuilplaats was de zoldering van een kledingkast. "Als er huiszoeking was, kroop ik daarin, met mijn krantjes en ploertendoder. Toen eenzelfde schuilplaats in een identieke woning uit de straat was ontdekt, ben ik snel naar een ander onderduikadres vertrokken."

José is onder de indruk van het verhaal van Ferares. "Nou, ik vind het wel heel bijzonder dat u niet gepakt bent. Maar ook dat u Joods bent en zelf in het verzet zat."

Ferares schreef tal van boeken, onder meer Violist in het verzet. Hij vindt 'Oorlog in mijn buurt' een uitstekend initiatief. "Hoe is de oorlog tot stand gekomen, wat waren de oorzaken? Het is niet belangrijk dat ze doorvertellen dat ik tussen de plafonds zat, maar wel dat ze laten zien waartoe racisme en fascisme kunnen leiden. We zitten nu weer met iemand die 'Minder Marokkanen' roept. Vroeger was het 'Minder Joden'."


Lees hier de oorlogsverhalen uit verschillende Amsterdamse buurten.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden