Plus

Amsterdamse fonteinen: Het water klatert weer in de stad

Een groot deel van de fonteinen is deze week weer aangezet. Amsterdam heet geen fonteinenstad te zijn, maar stiekem zijn er toch best veel.

Bassinfontein Beeld Frederiksplein

Dat er pal voor de ingang van Nemo een fontein staat, komt tóch als een verrassing. Het is niet dat je er nooit langs bent gewandeld of gefietst, integendeel. En als je er even over nadenkt, kan je je zelfs een voorstelling maken van dat kleine, ronde bassin, ingeklemd tussen de entree van het museum en het begin van het dak van de IJtunnel.

Ga er langs en je treft lucht en wind. Ja, er is het gezoem van de auto's op weg naar de andere kant van het IJ. Maar dat geluid wordt praktisch overstemd door het geklater van het water.

Ga erheen op een mooie dag, als de zon schijnt en het aangenaam fris is. Het is hier dan níet het tochtgat dat het zou zijn geweest zonder dat omhoog spuitende water. Dit is geen klakkeloze ruimte. Geniet dus van het licht en de bewegingen en zie wat zelfs zo'n bescheiden fonteintje al toevoegt aan een plek. Het is hier fijn.

Water genoeg
Drie, misschien vier. En na een tijdje nadenken zal een beetje Amsterdammer aan een stuk of zeven fonteinen komen. Die grote op het Frederiksplein, aan de voet van De Nederlandsche Bank, die noemt echt iedereen.

Dat verguisde ding op het Leidseplein voor Americain scoort ook goed. De waterstraaltjes van het Haarlemmerplein of het buitensporige Van Heutsz­monument op de Apollolaan dat iedere keer dat je passeert weer groter lijkt te zijn geworden. Dát zijn fonteinen. Maar verder?

Water genoeg. Amsterdam heeft grachten en de Amstel en het IJ. Amsterdam heeft geen fonteinen. Of in ieder geval geen fonteinencultuur.

Zoals je het woord pleinen niet kan laten vallen zonder dat Amsterdammers beginnen te klagen over het feit dat we die in de stad niet hebben, zo beginnen fijnproevers te jeremiëren over de belabberde staat van de sproeiers en watersculpturen als het gaat over de fonteinen van de stad.

Dat is niet helemaal terecht. En wanneer je je erin verdiept is het zelfs helemaal niet terecht. Amsterdam hééft fonteinen, en pleinen, maar daarover een andere keer meer. Tachtig stuks zijn het er, waarvan het grootste deel binnen de ring. Grote fonteinen en kleine fonteintjes. Watervallen, kogelbronnen en vijverfonteinen. Fonteinen die iedereen kent, maar toch vooral fonteinen die niemand kent.

Wat te denken van die bak op de Willaertstraat, pal tegenover de shishalounge op de Amstelveenseweg waar vorig jaar een afgehakt hoofd werd aangetroffen? Een straatje van niks en de fontein stelt ook al niet veel voor. Maar als het water begint te sproeien, wordt het op slag prettig om een stoel voor je deur neer te zetten en buiten te zitten, zeggen ze in de Willaertstraat.

Meer dan tachtig fonteinen
Er is de fontein in de Teslastraat. Aan de voorkant kijken bewoners van een flatgebouw op de Middenweg, de achterkant ziet uit op iets dat zich het best laat omschrijven als een kreek. Er steken sculpturen uit het water, het lijken staartvinnen, en daarnaast ruist naar verluidt een klassieke sproeier.

Op de achtergrond, precies ver weg genoeg, spelen mannen met ­een buikje in felgeel-felblauwe tenues een van hun laatste wedstrijdjes. Nergens is de stad Amsterdams lommerrijker dan hier.

Kogelbron bij Oosterburgerpark Beeld Charlotte Odijk
Drukte bij het pierenbadje in het Oosterpark Beeld Mats van Soolingen

Tachtig fonteinen dus, maar eigenlijk zijn het er meer. Die tachtig zijn de fonteinen in de openbare ruimte, plekken waar iedereen zo naartoe kan gaan. Ze staan op pleinen en in straatjes, maar ook (ten minste in twaalf gevallen) in vijvers. Fonteinen vind je aan de rand van pierenbadjes, zoals de exemplaren in het Beatrixpark en in de Gibraltarstraat. Ze staan op plekken waar je ze verwacht en op plekken waar je ze helemaal niet verwacht. Ze zijn oud en ze zijn opvallend vaak toch ook nieuw.

Niet meegerekend zijn de vele fonteintjes en fonteinen in afgesloten tuinen en op plekken waar je niet bij kan zonder een kaartje te kopen. Artis bijvoorbeeld heeft er meerdere: alleen dat borrelding bij de flamingo's is in het overzicht opgenomen omdat die vanaf de Plantage Middenlaan goed zichtbaar is.

Er zijn fonteinen, of wat daarvoor door moet gaan, in winkelcentra (Villa Arena!) en in kantoren op de Zuidas en in Zuidoost. Het hoofdbureau van politie op de Marnixstraat heeft een fonteinige installatie in de binnentuin: blijf daar weg! En een aantal zwembaden heeft objecten in alle soorten en maten die soms zelfs watersculpturen zouden kunnen worden genoemd.

Er zijn verborgen fonteinen, een beetje stiekeme exemplaren. Op de binnenplaats van hotel The Grand op de Oudezijds Voorburgwal bijvoorbeeld - je kan er zo naar binnen lopen - staat een prachtig fonteintje, klein maar fijn. En aangezien iedere omgeving de fontein krijgt die het verdient: in de Bijenkorf tussen de cosmetica klaterde lange tijd een protserig hoog exemplaar, hoewel niemand het een blik waardig gunde. Dat ding is recent gesneuveld in het geweld van het grote geld.

Het wordt niet bijgehouden, maar het lijkt erop dat het aantal fonteinen in de stad toeneemt. Elise Heyligers, schrijfster van het twaalf jaar geleden verschenen boek De fonteinen van Amsterdam, telde er destijds zeventig in groot Amsterdam, en rekende ook een reeks exemplaren mee die voor dit overzicht zijn afgevallen. "Het gaat goed met de fonteinen in de stad," zegt ze. "Er komen nieuwe bij en dat wat er is, wordt aanmerkelijk beter onderhouden."

Een zekere allure
Als adept begrijpt Heyligers de toegenomen liefde voor fonteinen wel. "Ze vrolijken omgevingen op en geven plekken een zekere allure. En dan is er het geluid natuurlijk, de melodie. Zacht geklater brengt je onbewust tot rust, stortend water geeft juist energie."

Een fonteinenstad à la Rome zal Amsterdam niet snel worden, stel jezelf alleen al een Trevifontein voor op het Thorbeckeplein. Maar de beweging is overduidelijk richting méér. De 'bedriegertjes', waarbij waterstralen ineens omhoog spuiten, schieten als paddenstoelen uit de grond.

Komende maand wordt op het Rokin, dat ijvert een 'verblijfsplein' te worden, een watersculptuur geïnstalleerd. Bewoners van het Bellamyplein lobbyden met succes voor een terugkeer van hun oude fonteintje.

Gedempte grachten zullen niet worden uitgegraven, maar Amsterdam zal de komende jaren alleen maar wateriger worden.

De borrelfontein van Artis Beeld Charlotte Odijk

'Geen water op de Dam'

Een fontein op de Dam is een ontkenning van het karakter van die plek, zegt Walther Schoonenberg van de Vereniging Vrienden van de Amsterdamse Binnenstad. "Het heet de Dam, maar het ís ook een dam. Een fontein plaatsen op een dam, dat zou belachelijk zijn."

Volgens Schoonenberg is Amsterdam geen fonteinenstad en zal het dat ook nooit worden. "Fonteinen brengen verkoeling in een warm klimaat. Kijk naar Rome, waar weinig schaduw is door een gebrek aan bomen, daar vervult de fontein een functie bij het koelen. Amsterdam heeft dat niet nodig: wij hebben water te over."

Extra obstakels in de binnenstad plaatsen, is volgens Schoonenberg niet verstandig en ook niet in lijn met gemeentelijk beleid de openbare ruimte zo obstakelvrij mogelijk te houden. Het is duidelijk: Schoonenberg is geen fonteinenman. De liefde voor fonteinen is volgens hem overigens ook af te meten aan de manier waarop ermee wordt omgegaan.

"Ze zijn de altijd stuk. En als er nieuwe bij komen, zijn ze vaak vreselijk, zoals de Hans Snoekfontein op het ­Leidseplein. Pure edelkitsch."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden