Plus

Amsterdamse conciërges: 'Ik ben zelf ook puber geweest'

De conciërge, herkenbaar aan zijn sleutelbos, helpt bij vergeten schooltassen, vangt zieken op, plakt banden en knijpt weleens een oogje toe. Gesprek met mannen van onschatbare waarde. 'Streng hoef ik nooit te zijn. Er is wederzijds respect.'

Lars van Gils: 'Op een schooldag kom ik haast ogen en oren tekort'Beeld Martijn van de Griendt

Lars van Gils (50) werkte 23 jaar in de horeca en is sinds 2011 gastheer/portier van het IJburg College.

"Iedere leerling op school ken ik van ­gezicht. Namen zijn lastiger te onthouden, omdat het om 1100 kinderen gaat. Ik zie ze opgroeien vanaf de onderbouw en weet daardoor precies wie wel en niet op school hoort.

De leerlingen kennen mij ook allemaal. Er is een filmpje van mij gemaakt en op school vertoond, zodat zij weten wie ik ben en wat ik doe.

De onderbouwleerlingen moeten eens in de zoveel tijd corvee bij mij doen. Ik ­begeleid ze als ze met een papierprikker en zak op pad gaan.

Leerlingen uit de ­bovenbouw lopen een ochtend met mij mee en helpen dan bij allerlei klusjes, zoals tafels en stoelen klaarzetten voor toetsen of de theaterzaal inrichten voor een presentatie. Gedurende een werkdag doe ik van alles: post en pakketten sorteren en verzenden, toezicht houden, namen noteren van leerlingen die te laat zijn, bestellingen doen, kinderen helpen als er iets aan de hand is.

Een tijdje geleden ving ik een paar meisjes op. Ze waren onderweg naar huis lastiggevallen door een man. Overstuur keerden ze terug naar school.

Ik zag meteen dat er iets mis was. In mijn kamer heb ik ze opgevangen en gerustgesteld. Ik raadde ze aan om luid met elkaar te blijven praten, bij elkaar te blijven en hard door te fietsen als ze hem weer zouden tegenkomen. Later mailde de moeder van een van de meisjes mij dat ze zo blij was dat ik haar dochter had opgevangen. Dat vond ik erg fijn en gaf me voldoening.

Op een schooldag kom ik haast ogen en oren tekort; zo veel gebeurt er. Als er een akkefietje is, spring ik ertussen, als iemand een vuilnisbak omtrapt of blikjes frisdrank naar binnen smokkelt, grijp ik in. Ik gedraag me vriendelijk en behandel leerlingen zoals ik ook behandeld wil
worden.

In het begin trok ik het me aan als pubers brutaal tegen me waren. Dan werd ik boos. Totdat een ­lerares tegen me zei: "Maak je niet druk, Lars. Over een halfuur zijn ze het weer vergeten." Sindsdien laat ik het langs me heen glijden. Ik word niet meer écht boos, maar gespeeld boos.

Leerlingen moesten voorheen bij mij komen om klusjes te doen als ze eruit werden gestuurd of straf kregen. Daar zijn we mee gestopt. Het had een averechts effect omdat ze het leuk vonden. Mijn werk is geen straf!"

Abdel Naim: 'Ik ken de meeste leerlingen slechts ­oppervlakkig, maar voel me erg betrokken'Beeld Martijn van de Griendt

Abdel Naim (29) werkt negen jaar als conciërge/gastheer bij het Calandlyceum.

"Leerlingen vertellen mij alles wat ze op hun hart hebben. Ze vertrouwen me toe op wie ze verliefd zijn. Als ze boos zijn op een docent, krijg ik vaak als eerste het hele verhaal te horen. 'Het ligt vast een beetje ­anders,' zeg ik dan. En meestal blijkt dat ook zo te zijn, als ik later van een docent de andere kant van het verhaal hoor.

Ik maak grapjes met de leerlingen en onderhoud contact door te vragen hoe het met hun cijfers gaat.

Soms help ik met het plakken van een band. Dan leer ik ze hoe dat moet, want de meesten hebben twee linkerhanden. Van de schoolleiding krijg ik de ruimte om meer binnen mijn functie te doen, waardoor het werk leuk blijft. Ik ga bijvoorbeeld mee op schoolkamp. En dit jaar heb ik met de leerlingen de kerstboom ­opgetuigd.

Daar was ik trots op.

Streng hoef ik zelden te zijn. Corvee doen ze zonder mopperen. Ze accepteren dat ze dat moeten doen. Alleen als ze echt te ver gaan, ruzie schoppen of brutaal zijn, word ik boos. Maar ik zoek altijd naar een oplossing. Vanuit mijn opvoeding heb ik geleerd dat je iemand die vervelend is of het moeilijk heeft er juist bij moet betrekken; ervoor moet zorgen dat hij meedoet. Met alleen boos zijn, schiet je niks op.

Ik ken de meeste leerlingen slechts ­oppervlakkig, maar voel me erg betrokken. Dat merkte ik toen een leerling werd aangereden door een tram. Klasgenoten kwamen overstuur binnenlopen om dat te vertellen. Ik was er als eerste bij en regelde hulp. Dat voorval raakte mij erg. Gelukkig is het goed gekomen met deze leerling.

Soms komen ouders naar me toe om me te bedanken dat ik op hun kind let. Zo maakte ik mee dat een leerling al zijn sleutels kwijt was. Hij had net een splinternieuwe fiets gekregen. Die heb ik binnen gezet, zodat hij niet kon worden gestolen. Omdat ik deze leerling vaker heb geholpen, kwam zijn vader op school om mij te bedanken.

Als ik met mijn vriendin in West loop, zegt zij vaak: 'Ben jij een koning ofzo? Je krijgt nog last van je arm van al dat zwaaien!' Dan begroet ik om de haverklap leerlingen. Ik vind dat leuk. Het geeft aan dat ze mij geen vervelende vent vinden."

Nico Bruijn: 'Sommigen staan te zoenen op het plein. Dan zeg ik voor de grap: 'Zijn jullie op elkaar?' 'Nee, meester!' roepen ze dan'Beeld Martijn van de Griendt

Nico Bruijn (56) werkt sinds 23 jaar op Scholengemeenschap Reigersbos.

"Laatst was ik aan het hardlopen toen een jongen 'Hé Nico!' naar me riep. Hij had tien jaar geleden op Scholengemeenschap Reigersbos gezeten en herkende me nog. Het gebeurt wel vaker. Dat komt door de band die ik opbouw met kinderen.

Ze noemen mij altijd 'meester'. 'Fijn meester!' zeggen ze als ik hun band heb geplakt. Echt blij zijn ze dan, want zij kunnen het niet. Ik vraag er wel vijftig cent voor, om ze toch een beetje te leren dat zoiets geld kost. Wij kopen er dan weer nieuwe bandenplakspullen voor.

Ik doe van alles op school en juist die veelzijdigheid maakt mijn werk zo leuk. Van presentaties voorbereiden en toezicht houden tot wc's ontstoppen en overgeefsel opruimen. Al ben ik een keer bijna over mijn nek gegaan van een paar zalmkoppen die een lerares biologie had ontleed en vergeten was op te ruimen. Mijn collega hield het niet meer van de lach.

De omgang met leerlingen is ook erg leuk. Ik zie ze als brugklassertje binnen­komen. Ze zijn dan nog erg aanhankelijk. Langzaam groeien ze op en veranderen ze. Sommigen worden verliefd en staan te zoenen op het plein. Dan zeg ik voor de grap: 'Zijn jullie op elkaar?' 'Nee, meester!' roepen ze dan.

Meestal heb ik wel een aantal standaardopmerkingen paraat. Een jongen zei eens tegen me: 'Ik ben toch veel sterker dan u, meester!' Daarop antwoordde ik: 'Eén ding is zeker: jij ruikt veel sterker dan ik.' Hij kon er hard om lachen.

Mijn gedrag pas ik een beetje aan. Hoe brutaler de leerlingen zijn, hoe strenger ik ben. Hoe gemoedelijker ze zijn, hoe gemoedelijker ik ben. Ik hou ook goed in de gaten wat in de school gebeurt. Als ik een jongen of meisje zie huilen, ga ik ernaartoe en vraag wat er aan de hand is. Dan praten we er in de conciërgekamer over. Zo nodig breng ik ze in contact met de zorgcoördinator, de vertrouwenspersoon op school.

Elke woensdag houden mijn collega en ik toezicht bij de markt in de buurt. We kijken of leerlingen zich netjes gedragen en niet met groepen of rugzakken de supermarkt ingaan. Na de pauzes maak ik een rondje door de kantine. Dan ligt er ­altijd troep op de grond. Daar kun je je boos over maken, maar je kunt ook in de vuilnisbak kijken wat er wél allemaal in ligt. Niet alleen naar het negatieve kijken.

Ik ben ook puber geweest en heb een zoon van 16 en een dochter van 12, dus ik weet hoe het gaat onder jongeren. Ik zie de leerlingen als een verlengstuk van mijn eigen kinderen. Bij alles wat ik doe, denk ik: hoe zou ik reageren als het om mijn kinderen ging? Ik behandel de leerlingen net zoals ik hen zou behandelen."

Bloeiend beroep

In het basisonderwijs waren landelijk in 2015 in totaal 17.900 onderwijs­ondersteuners/conciërges actief, 400 meer dan het jaar ervoor.

In het voortgezet onderwijs ging het in 2014 om 26.400 ondersteuners en in 2015 om 26.700. (bron: De Algemene ­Onderwijsbond)

Steve Hoefraad: 'Ik vind het belangrijk dat ze niet bang zijn om bij mij binnen te komen'Beeld Martijn van de Griendt

Steve Hoefdraad (55) werkte als bassist in een band en is sinds 22 jaar conciërge bij het Vossius Gymnasium.

"Ooit kwam ik via een melkertbaan bij het Vossius Gymnasium binnen als conciërge. Ze waren zo tevreden dat die na een jaar werd omgezet in een échte baan. Ik bleek goed met kinderen te kunnen omgaan.

Ze vertellen me alles. Meiden verklappen me welke jongens ze leuk vinden. Ik weet wie verliefd is op wie, wie vaak stout is en eruit wordt gestuurd. Als ik zie dat een leerling een beetje buiten de groep valt, probeer ik hem bij de rest te betrekken. Het doet me goed als ik merk dat een verlegen kind daardoor toch een groepje heeft gevonden om mee op te trekken.

Mijn werk is breed; ik bestel materialen, hou voorraden bij, neem telaatbriefjes in, hou toezicht op het schoolplein, zorg dat alles schoon blijft en dat buurtbewoners geen last hebben van onze leerlingen.

Ik help ook als ze iets vergeten zijn in een ­lokaal, de kluissleutel kwijt zijn of een lekke band hebben. Als ze ziek zijn, geef ik ze thee of een paracetamolletje en bel hun ouders. Streng hoef ik nooit te zijn. Er is wederzijds respect, waardoor ze doen wat ik vraag.

Ze vinden het leuk om me te helpen, bijvoorbeeld met de kerstboom optuigen of de zaal inrichten voor voorstellingen. Voor muziek- en cabaretvoorstellingen ­repeteer ik intensief met de leerlingen.

Ik speel mee op mijn gitaar. Dat schept een band. In de conciërgekamer heb ik een ­gitaar en ukelele staan waar ze in een tussenuur op mogen spelen. Dat vinden ze prachtig.

Van bijna alle achthonderd kinderen weet ik de naam. Onderbouwleerlingen moeten elk jaar twee weken corvee doen, dat is een goed moment om ze te leren kennen. Ik vind het belangrijk dat ze niet bang zijn om bij mij binnen te komen. Als ik nieuwe kinderen voorbij zie lopen, speel ik vaak even op mijn gitaar en zing expres vals.

Eersteklassers neem ik ook weleens in de maling. Dan stuur ik ze naar lokaal 7, dat niet bestaat. Later komen ze er dan achter dat ik een grapje heb­ gemaakt. Zo verklein ik de afstand en weten ze dat ze hier gerust langs kunnen komen.

Met zesdeklassers heb ik echt een band opgebouwd. Ik vind het altijd jammer als ze van school gaan. Vaak komen ze als ze al studeren terug om gedag te zeggen."

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden