Plus

Amsterdamse agenten keken tijdens razzia's soms huilend toe

Amsterdamse politieagenten zetten in 1946 hun getuigenissen over de razzia's en de daaropvolgende Februaristaking op papier. Uit het pas geopende politiearchief blijkt dat agenten soms huilend toekeken, anderen probeerden Joden te helpen.

Beeld uit een stiekeme opname van een razzia op het Jonas Daniel Meijerplein. Beeld Nationaal Archief/Collectie Spaarnestad

Vijf jaar na dato stond de razzia van 22 en 23 februari 1941 politieagent P. Schuurman van bureau Warmoesstraat nog haarscherp voor ogen. Hij bevond zich bij de Snoekjesgracht in de Jodenbuurt en zag hoe Joden werden samengedreven en hun geld en bezittingen werden afgenomen.

Eén man vluchtte een openstaande deur binnen, 'achtervolgd door den menschenjagers'. "Even later hoorde ik luid gillen en schreeuwen en zag ik, dat diezelfde Jood blijkbaar in bewusteloozen toestand aan zijn benen door die Duitschers over straat werd voortgetrokken, terwijl het gezicht van het slachtoffer naar de straat was gekeerd," noteerde agent Schuurman in de enquête.

De directeur van het toenmalige Riod (Rijksbureau voor Oorlogsdocumentatie, thans Niod) had commissaris J. Posthuma van de Amsterdamse politie gevraagd of zijn agenten (de foute agenten waren inmiddels van het korps gezuiverd) hun bevindingen van de razzia en de Februaristaking in een enquête konden vastleggen.

Hij wilde het Amsterdamse stadsbeeld reconstrueren aan de hand van de bevindingen van zowel het hogere als lagere politiepersoneel.

Achter slot en grendel
Posthuma ging op dat verzoek in, waarna tachtig agenten hun verhaal op papier zetten. Een kwart deelde mee dat zij weinig hadden gezien van de incidenten. Anderen konden meer vertellen en lieten merken hoe ze erover dachten.

De enquêteformulieren liggen bij het Niod achter slot en grendel. Kopieën ervan lagen tot een jaar geleden op het hoofdbureau van politie aan de Elandsgracht. Eric Heijselaar van het Stadsarchief heeft dit deel van het Politiearchief doorgespit. "Het is een bijzonder archief. Normaal gesproken kom je geen stukken tegen waarin agenten hun persoonlijke verhaal vertellen. Maar hier laten de agenten hun eigen stem horen. Ze waren zich rot geschrokken en waren behoorlijk boos. Zeker de agenten van Bureau Waterlooplein, die de Joden persoonlijk kenden. Ze spraken over moffen en edelgermanen," zegt Heijselaar.

Agent Christiaan Homburg van Bureau Raampoort over de Jodenvervolging: "Ik zag dat de Joden door de Duitschers werden getrapt en geslagen tot in de auto. Oude mensen die zelf niet in de wagen konden komen, werden daarin gegooid na eerst met de kolf van het geweer te zijn geranseld."

Zwendelaars en luiaards
Politieman M. Louweret van bureau Raampoort beschreef de Duitse commandant als 'een zeer ruwe edelgermaan' die zei dat de Joden slechts 'zwendelaars en luiaards' waren. "Maar de SS zou hun wel spoedig anders leeren. Later is de juistheid van die woorden gebleken."

Agent Krijn Hansen, bureau Raampoort, beschreef hoe zijn buurman Kets de Vries uit de Cilliersstraat 26 met zijn verloofde werd weggevoerd. Hij zag hoe de Joden werden gegrepen en mishandeld en naar het Waterlooplein werden gedreven. "Aldaar moesten de Joden onder geschreeuw van moffen verschillende oefeningen maken, waaronder kniebuigingen. Ik stond op een afstand te kijken en werd aldaar door de moffen als een hond weggejaagd."

Heijselaar: "Sommige agenten volgden de bevelen van de Duitsers niet op. Zij moesten tijdens de razzia's bij de Jodenbuurt staan en mochten geen mensen eruit laten. Maar sommigen deden dat toch."

Agent Willem Klaassens van bureau Kattenburgergracht beschreef hoe hij bij Rapenburg Joden tegenhield die naar huis wilden. Hij sloeg ze met de gummistok weg. "Later begrepen de menschen pas waarom wij dat gedaan hadden." Hij kende veel Joden en haalde er verschillende door het wc-raampje uit de gereedstaande treinen.

80

Tachtig agenten beschreven hun ervaringen tijdens de eerste razzia's op Amsterdamse Joden en de Februaristaking, 75 jaar geleden.

Grüne Polizei
Andere agenten zeiden dat ze niets konden doen. "Wij moesten dit alles met verbeten woede aanzien. Immers, telkens als wij ons met deze zaak bemoeiden, werden wij door de Grüne Polizei met hun pistool bedreigd en uitgescholden voor Judenfreund. Daadwerkelijk optreden onzerzijds kon de zaak slechts verergeren," aldus Jacob Meeboer, rechercheur.

De politiemannen repten ook over de Februaristaking, die 75 jaar geleden plaatsvond. Agent L.A. Jongepier, die in de Westerstraat aanwezig was, beschreef dat de halve Jordaan uitliep om uit 'gevoelens van sympathie' met de stakers te demonstreren. "De Westerstraat zag althans van het begin tot het einde zwart van het volk." Jongepier verwijderde zich vanwege zijn eigen veiligheid toen Duitsers met machinegeweren en karabijnen verschenen.

Ook tijdens de Februaristaking weigerden sommige agenten de bevelen van de Duitsers op te volgen. Agent Homburg van Bureau Raampoort was opgedragen de aantallen stakers te noteren alsmede hun namen, leeftijden, adressen en motivatie om te staken. Omdat hij namen en adressen achterwege liet, kreeg hij daarvoor van de toenmalige leiding een ernstige vermaning en 'de mededeling dat ik voor dergelijk werk niet meer in aanmerking kwam'. "Ik was hem daar dankbaar voor."

'Ze werden opgejaagd'

H.W. Hermans, in 1941 brigadier wachtcommandant op bureau Warmoesstraat over de Jodenvervolging:

"De Groenen stonden met hun auto's onder het afdak van het Centraal Station. (...) Dan reden ze met een snellen gang weg, de Jodenhoek in. Wat je daar zag, was meer dan verschrikkelijk. Ik heb ap's (agent van politie, red.) zien huilen bij de aanblik wat er voorviel. De Joden werden opgejaagd naar Uilenburg en Oudeschans. Hier werden ze tegen de grond geworpen met hun aangezicht tegen de grond en moesten in deze stand blijven liggen. Oude menschen die niet snel genoeg voort konden, werden getrapt en geslagen. Met de geweerkolf een dof in de rug gegeven en naar boven genoemde plaatsen gedreven. Als vee werden ze later opgeladen en weggevoerd. Er waren menschen bij die in hun werkkieltje gekleed waren en dat op een open auto waarop tevens een zestal Groenen met hun geweer in de aanslag."

Hermans en zijn collega's mochten 's nachts niet op het Centraal Station komen. Hij ging er toch een paar maal heen. "Daar werden de Joden de sleutels afgenomen van hun resp. woningen waaraan een kaartje zat waar deze zich bevonden. Dat was noodig om te Pulsen" (huizen leeg te halen).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.