Plus

Amsterdamse aanpak iepenziekte werpt vruchten af

Iepen zijn taaie bomen, ideaal voor de stad. Maar eenmaal aangetast door de iepziekte gaat de boom binnen een week dood. In Amsterdam lijken ze de ziekte onder controle te hebben.

Sporen van de iepenspintkever onder de bast van een iep. De kever geldt als een van de voornaamste verspreiders van de schimmel Beeld Shutterstock

"De systematische aanplant van bomen langs de grachten was in de zestiende eeuw uniek in de wereld," ­doceert bomenconsulent Hans Kaljee, fietsend langs de Amstel. "Bomen stonden voorheen in binnentuinen of hofjes, niet in de publieke ruimte."

Aanvankelijk werden er vooral lindes geplant, maar omdat de iep beter bestand is tegen het ­leven in een drukke stad op moerasgrond, heeft deze soort zich een prominente plaats verworven in Amsterdam. Een kwart van het totale ­bomenbestand van de stad bestaat uit iepen. Deze gracieuze boomsoort is een ware overlever. Kaljee: "Parkeerschade, wortelkap of strooizout? De iep doorstaat bijna alles."

Broccoliboom
Met zestig verschillende soorten iepen is ­Amsterdam ook een grote proeftuin. Vanaf 1800 werd vooral de klassieke Hollandse iep aangeplant, een monumentale boom met afhangende, fijnvertakte takken, bekend van de schilderijen van de grachten. Volgens experts is deze 'broccoliboom' nog steeds de mooiste iepensoort. Langs de Amstel, tegenover Carré staan er nog twee.

In 1919 werden veel Hollandse iepen getroffen door de iepziekte. De ziekte wordt veroorzaakt door een schimmel (Ophiostoma ulmi). Besmette bomen stierven binnen een week. Fytopathologe Christine Buisman (1900-1936) ontdekte dat de schimmel houtvaten in de boom verstopt, waardoor de sapstroom onderbroken wordt en dat de schimmel wordt verspreid door de iepenspintkever, via wortelcontact en door het slepen met besmet hout.

Om de ziekte het hoofd te bieden, werd vooral gezocht naar iepvariëteiten die beter tegen de schimmel bestand zijn. In de jaren zeventig stak echter een vorm van iepziekte de kop op die tot grote sterfte leidde onder de tot dan toe gevonden en aangeplante weerbaardere iepsoorten. De uitbraak van de ziekte leidde in Amsterdam tot grootschalige kap van aangetaste bomen.

Tijdens die tweede massale iepziekte, bijna vijftig jaar geleden, ontstond het idee de iepenspintkeverpopulatie te monitoren, omdat dat meer zou kunnen zeggen over de kans op iepziektebesmetting. Sinds 1980 hangen er daarom in Amsterdam in grote cirkels rondom het centrum 65 met lijm ingesmeerde iepenspintkevervallen.

Kaljee: "De kevers vallen voor een sekslokstof bestaande uit een cocktail van het vrouwelijke hormoon en de geur van de iep. De mannetjes ruiken tijdens het vliegseizoen, als de temperatuur boven de 18 graden blijft, op 500 meter afstand dat er gesekst kan worden. Er komen ook wel vrouwtjes op de vallen af, maar waarschijnlijk komen die af op de iepengeur die in de cocktail van lokstoffen zit."

Speurwerk
Twee keer in het vliegseizoen worden de vallen, met lijm ingesmeerde ijzeren plaatjes van dertig bij dertig centimeter, opgehaald en wordt de vangst geteld. "Monnikenwerk," zegt Kaljee over het telwerk. "De kleinste van de drie soorten iepenspintkever is maar drie millimeter groot."

Veel zieke bomen in Haarlem

Haarlem wordt deze zomer hard getroffen door de iepziekte. Vorige week is de ziekte bij 64 van de bijna 3900 Haarlemse iepen geconstateerd, 37 bomen zijn ­direct gekapt. Het vermoeden bestaat dat de bomen als gevolg van het warme, droge weer extra vatbaar zijn. Alle resterende iepen worden de komende tijd geïnspecteerd.

Als er extreem veel kevers worden gevangen, weet Kaljee bijna zeker dat er in de buurt een aangetaste of dode boom moet staan. Snel ­ingrijpen is dan geboden. "Die jonkies eten het liefst verse bladeren van gezonde iepen. Maar als hun ouders ooit met de schimmel in aanraking zijn geweest, raken die bomen ook besmet en kunnen ze binnen een week dood zijn."

Kaljee en zijn collega's speuren de omgeving af naar aangetaste bomen. Langs de openbare weg, in binnentuinen en ook tussen het bij woonboten opgeslagen haardhout dat van buiten de stad kan zijn aangevoerd.

Geen tijd
Iepziekte valt vooralsnog niet uit te roeien, maar is wel beter beheersbaar. Het 38 jaar oude Amsterdamse vallensysteem toont aan dat het aantal iepenspintkevers sinds 2009 spectaculair is geslonken.

Het zegt volgens Hans Kaljee alles over de succesvolle hoofdstedelijke aanpak. "In Amsterdam kappen we nu jaarlijks nog driehonderd iepen. Dat lijkt veel, maar op een totaal van 75.000 valt dat enorm mee. Vergelijkbaar met de uitval onder andere boomsoorten. Wij schrikken er niet van."

"Maar de Amsterdammer die bij thuiskomst opeens zijn iep voor de deur mist natuurlijk wel. Voor aankondiging van een kapvergunning en het indienen van een bezwaarschrift is vanwege het besmettingsgevaar helaas geen tijd. Maar voor elke gekapte boom moet een soortgelijke boom worden teruggeplaatst."

De iepenspintkever Beeld Getty Images
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool.nl.