Plus

'Amsterdams' park gaf achterstandswijk een boost

Het was een achterstandswijk, nu geldt het als het financieel centrum en modedistrict van Milaan. De ommekeer kwam dankzij een nieuw park van Petra Blaisse van de Amsterdamse studio Inside Outside.

Biblioteca degli Alberi van bovenaf Beeld Andrea Cherchi

Petra Blaisse heeft een fan in Milaan die op bijna obsessieve wijze haar werk fotografeert. Dat hij een helikopter tot zijn beschikking heeft, komt daarbij goed van pas. De Biblioteca degli Alberi - bibliotheek van bomen - is immers tien hectare groot en laat zich niet in een enkel shot vangen.

Van boven ziet het park eruit als een abstract schilderij van het strenge soort: een web van kaarsrechte lijnen dat de beplanting versnijdt tot een mozaïek van groenen, bruinen, gelen en roden.

De foto's zijn een hit op Instagram. En dat in een wijk die al niet verlegen zit om foto­genieke architectuur, zoals de met struiken en bomen begroeide wolkenkrabber Bosco Verticale of de 231 meter hoge spiegelkolos van UniCredit aan de rand van het park.

De populariteit van de Biblioteca degli Alberi is des te opmerkelijker als je bedenkt dat dit terrein tot begin deze eeuw een braakliggende no-goarea was in een verloederd deel van Milaan. Wegen waren er omheen gelegd en de bouwers van trein- en metrolijnen gingen er simpelweg onderdoor. De grond van het voormalige rangeerterrein was zwaar vervuild en afgesloten met een flink hek. De achterliggende wijk dankt haar naam aan het obstakel: Isola, eiland.

Toen de hekken afgelopen herfst eindelijk werden weggehaald, stonden bewoners te juichen als net bevrijde gevangenen. Voor het eerst in zeventig jaar konden ze in een rechte lijn van huis naar winkel of kantoor. Van de ene op de andere dag halveerden de reistijden op Google Maps.

Lange adem
Hoewel Blaisse honderden projecten over de hele wereld op haar naam heeft staan, is ze bijzonder trots op dit staaltje stadstransformatie. "Het is een groot project en de aanleg was complex. Het is ook een extreem ontwerp in het hart van de stad: een hedendaagse botanische tuin, een cultureel centrum, een recreatiepark en een infrastructureel knooppunt ineen."

De Biblioteca degli Alberi, een extreem ontwerp in het hart van de stad Beeld J W Kaldenbach

Wie stadsparken wil aanleggen, moet over een lange adem beschikken. Dat weet Blaisse als geen ander. In 2004 won haar team, waar behalve Studio Inside Outside ook stedenbouwkundige Mirko Zardini, architect Michael Maltzan, grafisch ontwerper Irma Boom en tuinarchitect Piet Oudolf deel van uitmaakten, de prijsvraag die voor het gebied was uitgeschreven. Toen duurde het nog zes jaar voordat ze een contract kreeg om het plan uit te voeren. En daarna nam het eigenlijke werk nog negen jaar in beslag.

Al die tijd voerden Blaisse eindeloze gesprekken met de gemeente. Giancarlo Tancredi, hoofd strategische stadsprojecten, verzuchtte meermaals: "Als het eenmaal klaar is, maken wij hier een wandeling als oude mensen."

Tancredi spreekt het welkomstwoord uit bij de viering van de eerste lente in het park. Van een gezamenlijke wandeling komt het echter niet want Blaisse lijdt aan de complicaties van een gebroken voet en haar huisarts heeft haar te elfder ure verboden te vliegen.

Gevoelig en heel bot
Een paar dagen later, op de bank in haar Amsterdamse studio, erkent Blaisse dat dit project langer heeft geduurd dan verwacht. "Maar dat is ook wel logisch," zegt ze. "De aanleg van zo'n gemeentepark is een enorm politieke onderneming. Ambtenaren wisselen voortdurend en je hebt te maken met projectontwikkelaars, trein en metro, omwonenden en gemeentelijke diensten. Niemand heeft het complete overzicht, dus moet je iedereen overhalen zijn bouwtekeningen te geven. Het is tegelijkertijd een gevoelig en heel bot proces. Een vorm van constructief touwtrekken."

De populariteit van de Biblioteca degli Alberi is des te opmerkelijker als je bedenkt dat dit terrein tot begin deze eeuw een braakliggende no-goarea was in een verloederd deel van Milaan. Beeld J W Kaldenbach

Dat gebeurde veelal ter plekke maar ook vanuit de studio in Amsterdam, waar een internationaal team van veertien personen aan wel twintig projecten tegelijk werkt. Een jaar geleden verruilde Inside Outside een oud schoolgebouw bij de Haarlemmerpoort voor een voormalige garage in Sloterdijk. Op het dak worden kruiden gekweekt voor in warme lunches. In de achterruimte liggen honderden stukken textiel, kunststof, leer en plastic op planken van vloer tot plafond.

"Het archief van ideeën," noemt Blaisse het. "Van alle stappen van elk ontwerp dat ik sinds 1986 heb gemaakt, zijn samples bewaard. En voor testen bestellen we natuurlijk regelmatig nieuw materiaal. Maar ja, dat kun je vaak alleen per honderd stuks of op een grote rol kopen. Als het dan niets wordt, raakt je opslag snel vol. Maar het komt altijd weer van pas."

Voor de ramen van de studio hangen zeker zeven verschillende gordijnen, hét interieurelement waar Blaisse zich vanaf het begin van haar carrière mee onderscheidt. Onder de 'Inside'-helft van haar praktijk vallen onder andere het geluidsdoek in de Kunsthal in Rotterdam, de filterende gordijnen in de synagoge van de Liberaal Joodse Gemeente en de textiel­architectuur in de Tilburgse LocHal, genomineerd voor Gebouw van het Jaar 2019.

"Onze ontdekkingstocht heeft geleid tot de emancipatie van het gordijn. Dat hoeft niet alleen gehoorzaam voor een raam of toneel te hangen. Een gordijn kan sensueel zijn of kinky, over afschermen en voyeurisme gaan. Het kan eruit zien als een avondjurk of een beeldhouwwerk."

De stellingkasten vol bakstenen, potjes gekleurd grind en stukken natuursteen illustreren de 'Outside'-helft van Blaisses bureau. "Vooral de laatste vijf jaar hebben we veel publieke tuinen opgeleverd. Bij het Walker Art Museum in Minneapolis, twee in Doha, Qatar, en twee jaar geleden op de UvA-campus op Roeterseiland. In de landschapsontwerpen hanteren we dezelfde taal als in gebouwen. Het gaat om schaal, kleur, ruimte, licht en beweging. Daarmee willen we ervaringen bewerkstelligen."

Oefening in camouflage
In Milaan geven Jana Crepon en Aura Luz Melis, de partners van Blaisse, een rondleiding. Ze gaan voor op de betonnen paden waar voetgangers de ruimte delen met zakenmannen op elektrische stepjes.

Petra Blaisse in haar studio in Amsterdam Beeld Ernst Coppejans

De rechte strepen verbinden de belangrijkste gebouwen rondom het park op zo'n efficiënte wijze dat niemand het in zijn hoofd haalt door het tussenliggende groen te lopen. Een deel van de 63 velden is ingezaaid met bloemen, maar er zijn ook rechthoekjes gazon, kruidentuintjes, tien romantisch ogende velden met weelderige siergrassen, een bamboebosje in aanleg, twee hondenspeeltuinen, een openluchtfitnessruimte, speelplaatsen en betegelde pleintjes.

Zeshonderd bomen van 23 soorten staan gegroepeerd in 23 cirkels. Ze vormen een soort natuurlijke paviljoens en zijn de naamgevers van het park. "Het park heeft dezelfde functies als een conventionele bibliotheek: verzamelen, leren en ontspannen," aldus Crepon. "We hebben nog wel wat gewisseld met de soorten. Op de plek waar we ginkgobomen hadden gepland, bleek het water moeilijk weg te kunnen vanwege een onderliggende treintunnel. Ze verzopen echt. Maar de wilgen die er nu staan, kunnen er prima tegen."

Het geeft aan hoe ingewikkeld de aanleg van het park was. Er moest rekening worden gehouden met de toestand bovengronds - droge, hete zomers en intensief gebruik - maar ook met de infrastructuur onder de grond. Op enkele meters diepte liggen metrobuizen, een treintunnel en een vierbaansweg plus alle afwatering, elektra en apparatuur die daarbij horen.

Het park is eigenlijk gebouwd op het dak van een druk verkeerskruispunt. En dat loopt ook nog eens schuin op, omdat het winkelcentrum aan de zuidzijde op een zes meter hoge plint is gebouwd.

Ontwerp en aanleg van de Biblioteca degli Alberi was in hoge mate een oefening in het camoufleren van grootstedelijke logistiek. Melis illustreert het aan de hand van een nooduitgang van de snelweg. "Die zou eigenlijk twee meter boven het maaiveld uitsteken en omgeven zijn met een hek. Maar er is een luik bedacht dat als een rooster plat op de bodem ligt. Het mooiste is nog dat je helemaal niets hoort van de weg eronder. Alleen als je er bovenop staat, dan is het een soort echoput."

Even verderop is ook listig om lastige randvoorwaarden heen gewerkt. De Fondazione Riccardo Catella eiste als private stichting een hek om haar gebouw. Geheel volgens de filosofie van het bureau ontwierp Inside Outside vervolgens een kronkelend spijlenhek met aan beide kanten geïntegreerde bankjes, zodat er constant contact is tussen gebruikers binnen en buiten de omheining.

'Baby in de luiers'
Het nieuwe stadspark oogst veel bewondering, bij bezoekers, bewoners en ondernemers. Voor de Salone del Mobile, de belangrijke designbeurs die jaarlijks in Milaan wordt gehouden, nodigde de Australische eigenaar van Aesop de studio uit een etalage te ontwerpen voor een lokaal filiaal. In de zaak met bruine flesjes verzorgingsproducten zijn één meter hoge dijken geboetseerd van zes kleuren aarde. Daarin staan bomen die ook in het park voorkomen. Designfreaks maken een omweg om de installatie met hun smartphone vast te leggen.

De boompjes in het park zijn amper groter dan die in de winkel - het park is 'een baby in luiers', zoals Crepon het stelt. Maar er is niet veel fantasie voor nodig om je het kleurenspel voor te stellen dat zich hier over de seizoenen zal ontvouwen.

"Er zijn 250 soort asters en wel 1000 soorten grassen, dus is het een kwestie van heel precies kiezen," aldus Blaisse. "In totaal bevat het park 90.000 planten en die zijn uitgezocht op hoe ze groeien en bewegen in de wind, hun kleur en sfeer. Ik vind het leuk om te spelen met groen­tinten. Er mag af en toe een vlekje in zitten, iets kitscherigs of lelijks. Net als mijn team ben ik een estheet en we proberen hier toch een soort paradijs te creëren. Daarom is het goed jezelf af en toe te irriteren. Anders wordt het te perfect en steriel."

Aan externe irritaties overigens geen gebrek. De lijst geboden en verboden is lang en neigt soms naar het absurde. Vooral de veiligheidsobsessie van de laatste jaren vindt Blaisse opvallend. "Alles moet worden uitgedund en transparant gemaakt. In het labyrint op de uitstekende treintunnel mogen de struiken niet hoger worden dan vijftig centimeter. En de bomen in de cirkels moeten negen meter van elkaar staan, omdat men bang is anders het overzicht te verliezen."

"Het is soms moeilijk om het artistiek te houden," erkent Blaisse. "We willen mooie dingen maken, iets wat herkenbaar en uniek is. Ik heb een kunstachtergrond en ben gepassioneerd tuinman, en mijn team is samengesteld uit vakmensen uit verschillende disciplines. Ik zie ons werk als toegepaste kunst, dus willen we het landschap niet benaderen als een stedenbouwkundig plan dat alleen maar keurig voldoet aan alle technische eisen. We stimuleren elkaar binnenshuis voortdurend om de verbeelding vast te houden."

Tweede stadion
Vroeger, toen Inside Outside vooral werkte in de slipstream van architectenbureaus, was het makkelijker. "Dan werk je in een beschermde positie, een beetje op de achtergrond. Je kunt al je energie stoppen in je creativiteit. Maar in projecten als de Biblioteca degli Alberi moet je zelf een positie veroveren."

Petra Blaisse in haar atelier in Amsterdam. 'Van alle stappen van elk ontwerp dat ik sinds 1986 heb gemaakt, zijn samples bewaard.' Beeld Dolph Cantrijn

Toch weerhoudt dat Blaisse er niet van complexe opdrachten aan te nemen. Zo houdt Inside Outside zich de komende jaren onder andere bezig met de ontwikkeling van Amstel III in Zuidoost, de herbestemming van het Food Center in West en de uitbreiding van sportpark De Toekomst, waar Ajax een tweede stadion wil bouwen.

Inside Outside laat haar afgeronde projecten echter niet zomaar los. "We maken ons zorgen over het onderhoud," zegt ze over het Milanese park. "De gemeente heeft 70.000 euro per jaar beschikbaar gesteld, maar dat is niet voldoende. Ik heb er al voor gepleit dat geld te gebruiken voor de aanstelling van een meestertuinman. Die kan het terrein beheren en de buurtbewoners instructies geven, die staan te trappelen om ook iets te mogen doen."

"Met gordijnen is het zo dat zodra je ze ophangt het textiel begint te vergaan. Met landschap begint het dan juist. Pas na vijftig jaar kun je echt zien wat je gedaan hebt."

Petra Blaisse is bekend om haar gordijnen, zoals de Tilburgse LocHal. Beeld Dolph Cantrijn

Minimalistisch

Petra Blaisse (1955) werd geboren in Londen. Na studie aan de kunstacademies in Londen en Groningen werkte ze in het Stedelijk Museum als collectiebeheerder en assistent-conversator, afdeling toegepaste kunsten. In 1991 begon ze met haar bureau Inside Oudside, gevestigd in Amsterdam.

Ze werkt in diverse creatieve disciplines, onder meer textiel (ze is bekend om haar gordijnen, hieronder in de Tilburgse LocHal), landschap en tentoonstellingsontwerp. Haar stijl is minimalistisch, geïnspireerd door onder anderen Ellsworth Kelly, Sol LeWitt en de Nul-beweging. Ze werkt samen met architectenbureaus, waaronder OMA, van levenspartner Rem Koolhaas

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden