Amsterdams lijflied 8: weemoed en verlangen

In de achtste ronde van de verkiezing van Amsterdamse Lijflied verzamelen we liedjes van weemoed en verlangen. Of van angst voor de weemoed, of van protest ertegen.(PAUL ARNOLDUSSEN)

Bestel hier uw kaarten voor Het Amsterdamse Lijflied in Carré.

1 Onder de bomen van het plein
Componist Max Tak noemde zijn memoires naar dit nummer uit Gek hè een revue uit 1924. Liedtekst: Chef van Dijk. Hoofdrol en zanger: de acteur Cor Ruys. Max Tak: ''Cor Ruys zong op zijn manier het liedje (...) waarbij hem de ontroering zo aangreep, dat echte tranen hem over het gelaat rolden... Toen zakte het doek. Het bleef doodstil in de zaal. Niemand applaudisseerde. Ik ging in de coulissen staan en fluisterde Cor toe: 'Opstaan Cor, maak een buiging.' Het doek ging open voor een publiek dat zich de tranen uit de ogen veegde. Cor Ruys maakte zijn buiging en kreeg de langdurigste ovatie die ooit een artiest in cabaret La Gaité te beurt was gevallen.''

Onder de bomen van het plein,/ daar ligt een paradijsje klein./ En uit het diepst van mijn gemoed./ zend ik uit verre land een groet,/ aan jou, mijn Rembrandtplein.

Cor Ruys heeft het nooit op de plaat gezet, dat gebeurde pas in 1929 door Fien de la Mar en Stella Fontaine (1889-1966, ze heette eigenlijk Saartje Kanes en was de grootmoeder van Dieuwertje Blok). Ook mooi gezongen door Willy Aberti en Lenny Kuhr.


2 Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan
Een lied, gezongen door Willy Walden, uit de Snip en Snaprevue Tok, tok, tok... alweer een ei van 1943, dus midden in de oorlog, in een verduisterde stad. Muziek Cor Steyn, tekst Bert van Eijck en dat was in werkelijkheid de nogal hardnekkige collaborateur Jacques van Tol.

Als op het Leidseplein de lichtjes weer eens branden gaan/ en 't is gezellig op het asfalt in de stad./ En bij het Lido zijn de blinden voor het raam vandaan,/ dan gaan we kijken naar het sprookje, lieve schat./ Zo arm in arm,/ jij en ik,/ lachende naar alle kant. Als kinderen zo blij/ omdat het licht weer brandt.

Werd door veel bezoekers destijds als een verzetslied gezien. Niet door de bezetter. Het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten keurde het gewoon goed. Want dat die lichtjes weer eens zouden gaan branden stond wel vast, ook na een Duitse overwinning.

Ook door anderen gezongen, maar de filmmuziekachtige versie van Walden blijkt niet te overtreffen.


3 Als...
Tante Leen wapent zich in dit lied (1968) maar vast tegen de weemoed die toeslaat als je liefde je verlaat. De tekst is geschreven door Wim Ibo op de melodie van E se domani (Carlo Alberto Rossi), een hit uit 1964 van een zangeres die zich Mina noemde. Wim Ibo was dol op Tante Leen en Johnny Jordaan. 'Spontaan volkssentiment' vond hij het. Hij scheef Als... ongetwijfeld in zijn favoriete vakantieoord Noli bij Genua, voor zijn vriend Jim Dunlap.

Als jij me morgen niet meer zou schrijven/ en niet meer kwam./ Als jij me morgen niet meer zou bellen, naar Amsterdam. Ik zou de straten ineens gaan haten./ En het Leidseplein zou zonder liefde,/ zonder jouw liefde verlaten zijn.


4 Mijn ouwe Amstelstad
Tante Leen brak door bij diezelfde talentenjacht in 1955 die Johnny Jordaan won, zij werd tweede met Steeds ben jij in mijn gedachten. Mijn ouwe Amstelstad (Tekst: Pi Vèriss, muziek Harry de Groot) was haar eerste single, ook uit dat jaar.

Tante Leen (1912-1992), geboren als Helena Polder op de Lindengracht, was aanvankelijk schoonmaakster en garnalenpelster. Van 1960 tot 1967 had 'de Nachtegaal van de Willemstraat' (daar woonde ze inmiddels), dan wel 'de Keizerin van de Jordaan' een eigen zaak, Café Royal, Nieuwendijk 103. Met de ene hand aan de kassa, in de andere een microfoon, zoals het verhaal wil. Veilig was je er niet. Wim Ibo vertelt van een man die enigszins opvallend naar de wc ging tijdens de aankondiging van een lied. ''We salle effe wachte tot meneer klaar is.'' En toen de wc-deur weer open ging: ''Applaus voor meneer.''

Wat ben je toch veranderd in de jaren,/ mijn ouwe Amstelstad./ Je bent niet meer als toen we kinderen waren,/ mijn Ouwe Amstelstad.

Geen poëzie, geen woord aan gelogen.


5 De buurt
Willy Alberti, Carel Verbrugge eigenlijk (1926-1985), de neef van Johnny Jordaan, gevierd vertolker van het Jordaanrepertoire en ander Nederlandstalig werk, maar daarnaast vooral Tenore Napolitano, nam dit lied op in 1973. Willy wordt in verband gebracht me het glazen oog van Johnny. Zoon Tonny Alberti, die een biografie over zijn vader voorbereidt, heeft beloofd hier uitsluitsel over te geven.

Muziek van De buurt, uiteraard de Jordaan: Ad van der Geijn. Tekst Charles Kompagne. De zondagsschool was voor de zondag/ en 's maandags opgewarmde kliek./ Een wijk die in het hart der stad lag/ vlak achter een azijnfabriek.

Die azijnfabriek zal De Ooievaar zijn geweest, op de hoek van de Lijnbaansgracht en de Bloemstraat. Die gaf nogal wat overlast, maar men had ten tijde van Careltjes jeugd wel andere dingen aan het hoofd.


6 Herfst in Amsterdam
De tevergeefs op haar minnaar wachtende dame die actrice/schrijfster Annemarie Oster ten tonele voert, voelt zich veertig herfsten oud. Zelf telde Annemarie Oster toen ze het lied schreef 26 herfsten. Een jaar later (1969) verscheen Herfst in Amsterdam op haar lp Liefde op het laatste gezicht. Muziek Harry Bannink.

'Zij voelt zich veertig graden ziek/ op een zonnig terras aan de grachten./ Kijk hoe ze hier en plein public/ als een jong meisje zit te smachten./ De situatie is klassiek:/ Melkmuil laat maîtresse wachten!'
Boven haar hoofd dreigde de ouderdom... Maar gelukkig: thuis wacht altijd weer die schouder om/ zacht op uit te huilen want:/ niets zo solide als de huwelijksband.


7 Hé Amsterdam
Verzet tegen de weemoed. We kennen het van Drukwerk. Tekst: Nico van Apeldoorn, Muziek: Casper Peterson, een nummer uit 1983. Maar de eerste versie werd gezongen door Theo Peper, pseudoniem van Theo Pietersen, en verscheen als bijlage van het literair-anarchistisch tijdschrift Gramschap. En het was een statement, zegt Van Apeldoorn nu. ''Er werd wat afgekankerd op die stad toen. Vroeger was alles beter. Ik dacht, geen flauwekul, we maken een nummer om er tegen in te gaan. Opgeheven hoofd. Amsterdam, je bent nog net als toen.'' Het werd opgenomen in een kraakpand in Schellingwoude, Joke's Koeienverhuurbedrijf. Van Apeldoorn: ''Een naam om die boeren daar een beetje gerust te stellen. Maar er is wel eens iemand aan de deur geweest die een koe wilde huren. Overigens heeft er ook iemand aangebeld die dacht dat het een bordeel was.''

Er waren al contacten met Harry Slinger van Drukwerk, ook uit Noord immers. Hij was enthousiast over het nummer. Probleempje: het eerste couplet: Ik ben in Amsterdam geboren/ op drie hoog achter in De Pijp,/ waar je 't in je bed kon horen/ als buurman mot had met zijn wijf. Daar kon Harry niet aan beginnen. Hij kwam immers uit de Jordaan. Samen met Van Apeldoorn herschreef hij het.

Ik ben in Amsterdam geboren/ drie hoog achter op de Bloemgracht, waar je in je nest kon horen/ als buurman eilie maakte 's nachts.'
Eilie is Joods-Amsterdams, het betekent iets al kouwe drukte.


8 Amsterdams parfum
Muziek Martin van Dijk, tekst Jan Boerstoel (1944). Eén van de hedendaagse tekstschrijvers die er echt toe doen. Hij schreef voor Frans Halsema, Youp van 't Hek en opvallend veel voor vrouwen: Adèle Bloemendaal, Karin Bloemen, Jasperina de Jong, Martine Bijl. Bloemen: ''Het is verbazend hoe goed deze verlegen, bijna schuchtere man de emoties van vrouwen aanvoelt.'' Amsterdams Parfum, uit 1992, was voor Jenny Arean.

De geur van de cacaofabriek/ hangt nog in sluiers om de dag./ Dat ik in het Mirandabad/ mijn eerste grote liefde zag./ Een echte man van vijftien jaar/ bij wie ik op de fiets daarna/ de Amstel langs reed in een wolk/ van bitterzoete chocola.

De cacaofabriek van Blooker waar Boerstoel het over heeft, werd in 1962 gesloten, maar inderdaad, de geur hield nog heel lang stand bij Amstel en Amstelstation.


9 Victorieplein
De componist zanger Jack W. Beneker uit Den Helder zette diverse gedichten op twee cd's. Sober, de tekst krijgt alle ruimte. Op zijn eerste Gedichten gezongen uit 2002 staat Victorieplein van Ischa Meijer (1943-1995). Ischa droeg het op aan zijn psychiater Louis Tas, overleden in 2011. Tas was 23 jaar ouder dan Ischa, maar net als hij een overlever van concentratiekamp Bergen-Belsen. De titel van de bundel Ischateksten uit 1996, Een jongetje dat alles goed zou maken, is aan de tekst ontleend. Het einde: En zo simpel is de gang/ om tot dit moeilijk inzicht te geraken:/ Dat ik geen kind meer ben; dat ik verlang/ naar iemand die nooit kon bestaan:/ Een jongetje dat alles goed zou maken -/ de tijd die stilstond en hem liet begaan.


10 Weemoed van de Wester
Volgens recensent Jacques d'Ancona (Dagblad van het Noorden, 2004) 'hét lied over Amsterdam dat alle klassieke succesnummers overtreft'.

Voel ik in mij de weemoed van de Wester,/ voel ik z'n klanken klinken in m'n ziel./ Voel ik het sentiment van het verleden,/ hoor ik in jou de held en de schlemiel.

D' Ancona heeft gelijk: de traditionele Jordaannummers verbleken veelal bij dit lied van Lars Boom (tekst) en Martin van Dijk (muziek). Gezongen door Rob van de Meeberg, met het Amsterdamvibrato en terecht, want hij zong het als Johnny Jordaan in het theaterprogramma Oh Johnny uit 1997.

Prachtige slotregel: Eens was jij het dichtste bij de zon.


Het water
De zevende ronde van Amsterdams Lijflied, aan en rond het water, werd zoals verwacht gewonnen door Aan de Amsterdamse grachten met 28 procent. Nek aan nekrace om plaats twee tussen De haven van Amsterdam en 't IJ. Beide veertien procent. Het laatste lied had twee stemmen meer en gaat dus ook door naar de finale.



Bestel hier uw kaarten voor Het Amsterdamse Lijflied op 14 november in Carré.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden