Amsterdams lijflied 6: Narigheid

In tien weken kiezen we in tien rondes met elk tien nummers het beste lied van de stad: het Amsterdams Lijflied. Vandaag de zesde ronde: veel narigheid, grotendeels met een knipoog. Onderaan de pagina kunt u luisteren naar de liedjes en stemmen op uw favorieten. (PAUL ARNOLDUSSEN)

1. Op de Ruysdaelkade
Lied van Eduard Jacobs (1868-1914), een grondlegger van het Nederlandse cabaret. Volgens Alex de Haas, die zijn biografie scheef (De minstreel van de mesthoop), was hij een inspiratiebron voor Wim Sonneveld en Wim Kan.

Zelf had hij zijn inspiratie opgedaan in Parijs, bij zanger Aristide Bruant in Le Chat Noir. En van 1895 tot 1904 had hij in de Quellijnstraat op nr 64, midden in de toenmalige hoerenbuurt, zijn eigen cabaret, De Kuil, waar hij zijn schunnige dan wel opstandige liedjes zong. Prostitutie was Jacobs' favoriete onderwerp.

Maar hij, de vieze, vuile schoft,/ hij heeft toch met die meid geboft!/ Ze was zijn prooi, zonder genade/ op de Ruysdaelkade.

En toch, zo'n vent zou niet bestaan,/ liep zij voor hem niet op de baan/ Verdwijn dus, drel, met schand' beladen/ in de Ruysdaelkade.

Jacobs behoort, met Koos Speenhoff, tot de vroegste artiesten van wie plaatopnamen bestaan. Maar nou net niet van Op de Ruysdaelkade. Gelukkig zong Mimi Kok het in 1968.


2. Het hart eener deerne

De ironie van Drs P. (Heinz Polzer, 1919) de van oorsprong Zwitserse schrijver/
componist/zanger/pianist/econoom is van hoog niveau, zoals ook blijkt uit zijn vroege lied Het hart ener deerne van rond 1961.

Een arm kamermeisje wordt bezwangerd door een student uit Leiden, haar rest niets dan de prostitutie. En eens kwam bij haar een man met doffe ogen/ verteerd door drank en liederlijke lust./ 't Was de student, door wien zij was bedrogen./ Zij heeft geweend en hem in slaap gekust./ Toen zij leefde van de zonde/ bleef heur hart oprecht en rein/ en zelfs op haar veile sponde/kon zij niet hardvochtig zijn.

Polzer schreef het lied in Indonesië, waar hij was voor zijn toenmalige werkgever, reclamebureau Lintas. Het was bestemd voor een cabaretgroepje daar, waarbij hij zich had aangesloten.


3. De rosse buurt
Nummer van Cabaret Lurelei uit 1964, gezongen door Jasperina de Jong. Tekst Guus Vleugel, muziek Rudy van Houten. Lurelei, opgericht door Erik Herfst en Ben Rowold in 1958, werd succesvol toen schrijver Guus Vleugel en Jasperina de Jong zich erbij aansloten.

'In de gloriedagen van Lurelei was er sprake van een nauwe band met het publiek, dat het gevoel kreeg deel uit te maken van een satirische sekte,' schrijft Jacques Klöters in zijn boek Honderd jaar amusement in Nederland. 'De teksten die Guus Vleugel schreef, hadden een fenomenale werking door de wonderlijke draai die een actueel probleem een onvermoed aspect gaf.'
De wonderlijke draai in De rosse buurt is de man van lichte zeden, voor elke vrouw een prikkelend gezicht. Aan de borst van kale Willem vindt ze troost/ en vergeet haar lieve echtgenoot en kroost.


4. Meisje uit de provinsie in het magies sentrum
Lied van Jasperina de Jong uit De Jasperinashow, première op 3 september 1970. Een triomf. Anton Koolhaas in Vrij Nederland: 'Ze kan alles.' Jacques Klöters zestien jaar later: 'Jasperina had met dit programma de top van de kleinkunst bereikt.'
Muziek: Joop Stokkermans, tekst Guus Vleugel (1932-1998). Vleugel, tiende kind van een calvinistische bakker uit Goes, schreef niet alleen voor Jasperina de Jong, zij was ook zijn muze. Begin jaren zeventig kwam het tot een breuk tussen Vleugel en De Jong.

Het onderhouden of herstellen van vriendschappen rekende hij niet tot zijn taak, zoals ook bleek uit zijn roman Een valse nicht, waarmee hij in één klap twee vriendinnen kwijtraakte: Mirjam Berk en Renate Rubinstein.

Meisje uit de provinsie in het magies sentrum is geestig, maar vooral vol compassie. Het lied gaat door merg en been. Een meisje uit Enschede komt naar Amsterdam. 'Want zeg nou zelf, wat is in godsnaam Enschede, twee boerenhippies en één lullig beatcafé.'
Het gaat allemaal niet gemakkelijk: Zelf was ze niet bepaald een veelbegeerde buit./ Neem nou dat seksfeest in dat huis in de Jordaan, / ze zat de hele avond met d'r kleren aan./ Want er was niemand die gezegd had: 'Doe ze uit.'

Slotregels: En op een dag zei ze: 'Tot ziens'/ en toen vertrok ze in d'r jeans/ en met die flaphoed op d'r hoofd/ waarin ze zelf nooit had geloofd./ En in de trein keek ze nog heel lang uit het raam./ En even huilde ze. Waarom in Jezusnaam?'
Vleugel behoort tot de heel groten.


5. Dat is de blues
Zelfde onderwerp als Meisje uit de provinsie, de aanpak mag wat luchtiger heten. En op de Dam bij 't monument/ zit je geweldloos op je krent./Je versiert een eindeloze meid / maar raakt haar aan een neger kwijt. Een lied van Kees van Kooten en Wim de Bie (ook hun tekst, muziek van Herman Schoonderwalt) uit het seizoen 1969/'70 van het satirische programma Hadimassa. Uit het lied: 'Je sukkelt naar Fantasio/ voor die Levende Objekten Sjoo./ Je bent bereid daar naakt te staan/ maar ze nemen enkel meisjes aan.

Dat is niet juist, zoals ik met eigen ogen gezien heb. Dat het om het naakt ging klopt wel, en de kunstenaar die het allemaal bedacht had, Hans Frisch, deed er tien jaar geleden in de Volkskrant ook niet erg pretentieus over. 'Ik was iemand die taboes wilde doorbreken. In mijn shows zat veel naakt, met een soort verhaal erbij.' Ze speelden zich meestal af in Paradiso, maar dat zal voor het lied een lettergreep te veel hebben gehad.


6. D'r is een Amsterdammer doodgegaan
In 1975 vierde Amsterdam het zevenhonderdjarig bestaan en daarbij hoorde een liedjesconcours. Winnaar: D'r is een Amsterdammer doodgegaan. Bij de slotavond moet Johnny Jordaan stomverbaasd hebben uitgeroepen: 'Heeft die Bosscherik dat geschreven?' Het was warempel waar, het lied kwam van Wim Kersten (1924-2001), carnavalsspecialist uit Den Bosch en naast schoenverkoper ('Mijn platen lopen even lekker als mijn schoenen') de helft van de Twee Pinten.

Kersten vond het zelf zijn mooiste lied. In dagblad De Stem (1996): 'Johnny Kraaykamp kan het met zijn gebroken stem zo prachtig en gevoelig zingen.'

En wat hebben we na Kraaykamps overlijden op 17 juli dit jaar veel gehoord. 't Pierement trekt door de stad, één is er niet meer bij./ En 's avonds in Carré, bij Toon, bleef ook een plaatsje vrij./ Je kunt er niet omheen, je moet er even stil bij staan./ En allemaal zo rond het zevenhonderd jaar bestaan...'


7. Kut-Marokkanen
Op 6 maart 2002 had wethouder Rob Oudkerk het in een onderonsje - hij waande zich ongehoord voor derden - met burgemeester Cohen over kut-Marokkanen. Cohen: 'Onze kut-Marokkanen.' Maar het onheil was al geschied. Oudkerk probeerde later uit te leggen dat hij het bij regen over kutweer heeft, dat hij dan niet bedoelt dat elk weer kut is, en dat zodoende uit het woord kut-Marokkaan niet kan worden opgemaakt dat alle Marokkanen kut-Marokkanen zijn. Een sluitende redenering, maar erg veel luisterende oren vond hij niet. Het woord haalde de Grote Van Dale.

Rapper Raymzter (1979), in Amsterdam geboren maar opgegroeid 'met boerenkool in Almere', vader is Marokkaan, moeder Nederlandse, reageerde. Zijn Kut-Marokkanen werd nummer één in de Top 40. Raymzter in Het Parool: 'Wat ik beschrijf in Kut-Marokkanen maak ik zelf ook mee. Als ik bij een bushalte sta, zie ik dat de vrouwen hun tas wat steviger tegen zich aanklemmen. En als ik met wat vrienden een winkel binnenkom, worden we meteen in de gaten gehouden.'


8. Die ouwe sopraan uit de Jordaan
Johnny Kraaykamp en Rijk de Gooyer vormden een gouden duo van 1952 tot 1975. Hun eerste hits dateren van 1957: Ik ben zo blij en Die ouwe sopraan uit de Jordaan.

Je had haar twintig jaar geleden moeten horen./ Toen noemde men haar nog de grote nachtegaal./ Als pordersdochter in een stijfselkist geboren. Een vroege persiflage op de Jordaanmanie van de jaren vijftig. Johnny Jordaan nam het zelf ook op, ongetwijfeld op verzoek van zijn platenmaatschappij, die een graantje wilde meepikken van het kassucces van een concurrent. Maar zijn presentatie leent zich wat minder voor ironie en het is de vraag of hij die er wel in wilde leggen. Tekst Emile Lopez. Muziek: de pianisten André de Raaff en Jacques Schutte, een eenheid tot in de jaren zestig; nooit hoorde je de ene naam zonder de andere.


9. Amsterdamned
Titelsong van de film (1988) van Dick Maas, gezongen door Loïs Lane, de band rond de zussen Suzanne en Monique Klemann. Een nummer van Moniques toenmalige vriend Tijn Touber, muzikant in en medeoprichter van de band.

De stad wordt opgeschrikt door een monster reptile, en ons wacht 'Something terrible. You can not escape him. This place is damned!'

Tijn Touber (1960) ging al snel zijn eigen weg. In dagblad Trouw in 2009: 'Hij sloeg aan het mediteren en liet aardse geneugten voor wat ze waren. 'Daar lag ik dan: in bed met volgens sommigen de mooiste vrouw van Nederland - net nu ik had besloten om geen seks meer te hebben,' schrijft Touber daarover in zijn boek Spoedcursus Verlichting. Wat een maand mediteren moest worden, werd veertien jaar zonder drank, sigaretten en seks.'


10. Amsterdam
Tegenwoordig houdt hij zich bezig met het bestuderen van vogeltjes en andere opbouwende zaken, maar in het lied Amsterdam komt tekstschrijver Hans Dorrestijn (1940) naar voren zoals we hem graag zien: Daar maken mannen goede sier/ met een heroïnehoer van vier./ Het zijn net beesten, weet u dat/ daar in de grote stad.

Maar desondanks, wat een parel, Amsterdam: En ik wed dat ik je nog bezing/ als ik van die Oude Wester spring./ Dat ik van louter geestdrift druip/ als ik in de Herengracht verzuip.

Een lied (muziek Martin van Dijk), gezongen door Adèle Bloemendaal in het theaterprogramma Samen solo waarmee Bloemendaal en Dorrestijn in 1997 twee weken stonden in het Nieuwe de La Mar.


In de vijfde ronde, liedjes met een Joodse achtergrond, sprong Amsterdam huilt (Rika Jansen) eruit met 42 procent van de stemmen. Sally's roomijslied werd tweede met veertien procent. Beide gaan door naar de finale.

Bestel hier uw kaarten voor Het Amsterdamse Lijflied in Carré

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden