Amsterdams Lijflied 2: de Jordaan

We gaan het Amsterdams lijflied kiezen. In tien ronden, met elk tien nummers. Twee winnaars per ronde, resulterend in een finale in oktober en een prachtavond in Carré. In de tweede ronde van Amsterdams lijflied: de Jordaan, maar dan vooral de Jordaan van vroeger.

1. De begrafenis van Manke Nelis
In Bij ons in de Jordaan, het boek waar ik veel van m'n wijsheid aan ontleen, laat Jacques Klöters de geschiedenis van het Jor­daanlied beginnen in 1897 met Pietje Puck, een Jordaanfiguur uit de revue Luilekkerland. Van het lied ('Dat's onze Pietje Puck/ Hij lust geen klare, en dat's z'n ongeluk') is helaas geen opname beschikbaar.

De Jordaan bleef inspiratiebron, met als hoogtepunt de late jaren vijftig en de vroege jaren zestig. De oude Jordaan was toen al grotendeels verdwenen en veel oude Jordanezen waren verhuisd naar West, waar je wél een douche had. Maar in 1955 veroverde Johnny Jordaan (Jan van Musscher, 1924-1889) het land na het winnen van de wedstrijd De beste stemmen van de Jordaan.

De begrafenis van Manke Nelis dateert van 1919. Een nummer van Ferry van Delden die op z'n oude dag, in 1962, nog een Gouden Harp kreeg. Humorist Eduard Kapper had er veel succes mee. Dat succes is nadien nog grootscheeps uitgemolken. We kregen De terugkeer van Manke Nelis, De zilveren bruiloft van Manke Nelis, Het jubileum van Manke Nelis en nog zo het een en ander, tot aan Met Manke Nelis naar de maan toe. Geen van alle zo leuk als het origineel. Jenny Arean kreeg er in 1996 nog de complete Uitmarkt mee plat.

Uit de tekst kunnen we opmaken dat Nelis op Sint Barbara rust. Naar een grafsteen zal het vergeefs zoeken zijn, maar het verhaal rond de uitvaart is historisch. Tenminste, als we Johnny Jordaan mogen geloven, die heel pertinent aan cabarethistoricus Wim Ibo vertelde dat één en ander plaatshad in 1902.


2. Ode aan de Westertoren
Nummer uit 1917, geschreven voor het toneelstuk (later verfilmd) Bleeke Bet. Een van de eerste Jordaanhits. Tekst: de Rotterdammer Louis Davids (1883-1939), die we nog vaak zullen tegenkomen; muziek: zijn Schotse vrouw Maggie Morris.

Louis Davids vertolkte zelf ook heel wat Jordaanliederen en vond het maar eng die ook in de Jordaan te zingen. Hij deed het toch en de buurt juichte hem toe. Cabaretkenner Alex de Haas: ''Zoals de Rotterdammer Breitner de meest Amsterdamse schilder van alle schilders werd, werd het jochie uit de Rotterdamse Zandstraat de meest Amsterdamse zanger van Amsterdam. Een goeie Amsterdammer was trotser op hem dan op zichzelf.''

Volgens Co de Kloet en Leo Boudewijns (Geef ons maar Amsterdam) komt de naam Westertoren in de oorspronkelijke tekst van deze lofzang helemaal niet voor, en heette het lied O mooie oude toren. ''Al zullen alle toeschouwers onmiddellijk begrepen hebben dat de Wester er wel degelijk mee werd bedoeld.'' 'O lange stijve toren,' luidde de eerste zin, misschien niet zo gelukkig. Davids pakte uit: 'Als eens mijn laatste uur slaat / de krachten mij langzaan ontvlien / dan wil ik aan mijn sponde een ruitje / Waardoor ik jou, toren, kan zien.'

Louis Davids woonde overigens in de Vossiusstraat en sleet zijn laatste dagen in de Emmakliniek in de Emmastraat. Daar had hij hooguit uitzicht op de toren van de Willem de Zwijgerkerk. Hij werd gecremeerd in Driehuis Westerveld.


3. In de Jordaan
Ook uit Bleeke Bet, weer van Davids/Morris. In de film uit 1934 gezongen door Fien de la Mar. Zingen met Amsterdams accent werd pas mode in de jaren vijftig, maar hier horen wij Fien een niet helemaal geslaagde poging wagen. Daar begon Davids zelf niet aan. Met beschaafde stem: ''Vooruit jongens, op z'n ouderwets, beentjes van de vloer.''

Dagblad Het Volk over Fien in Bleeke Bet: 'Een groote kunstenares die met kop en schouders boven de anderen uitsteekt. Zooals Fientje een liedje weet te brengen, zoo doet niemand het haar na. Zooals deze prachtige actrice vlak na de uitbundigste vreugdeuitbarsting met een enkel gebaar, met een enkelen oogopslag een wereld van melancholie weet op te roepen, zoo kan het geen tweede in Holland.'

4. De olieman heeft een Fordje opgedaan
Davids zong heel wat liedjes van Jacques van Tol, De kleine man bijvoorbeeld, maar ook De olieman (1936, muziek van Davids). Van Tol (1887-1969) was een virtuoos tekstschrijver maar zijn naam zal altijd verbonden blijven met collaboratie. Nu probeerde heel wat collega's in de kleinkunst zo'n beetje veilig scharrelend de oorlog door te komen, maar Van Tol maakte het wel heel bont. Hij schreef onsmakelijke antisemitische liedjes voor het Zondagmiddagcabaret van Paulus de Ruiter, een openlijk pro-Duits propagandistisch radioprogramma. Aan het eind van de oorlog had hij wel onderduikers, daarom bleef zijn straf beperkt tot drie jaar.

Historisch interessant begin van het lied: de olieman verpatst zijn radio bij Ome Jan, dat is de Bank van Lening, krijgt er zeven tientjes voor en dat was dan kennelijk genoeg voor een 'vehikeltje' van het autokerkhof. Zouden de prijsverhoudingen zo gelegen hebben? En nog iets: 'Maar als hij met zijn wagen door zijn eigen buurtje ging / dan riep de hele buurt: Opzij-daar hè je Deterding.' Dat verwijst naar Henri Deterding, directeur van Shell.

Luisteren we nog naar de regels: 'Maar 's avonds om tien uur is het uit met de pret. / Want dan stopt zijn vrouw de slinger onder bed.' Van Tol had hier oorspronkelijk geschreven: En dan neemt zijn vrouw de slinger mee in bed. Bedoelde de schrijver dat dubbelzinnig? Davids vreesde in elk geval dat het publiek het zo zou opvatten en veranderde de tekst.


5. Geef mij maar Amsterdam
Veel getipt als Amsterdams Lijflied. Dateert van 1955. Muziek Harry de Groot, tekst Piet Visser, die het pseudoniem Pi Vèriss gebruikte. De oorsprong van het lied ligt in Zandvoort, waar Piet en zijn vrouw weer eens een plensbui over zich heen kregen. Mevrouw Visser: ''Geef mij maar Amsterdam.''

Het werd één van de grootste hits van Johnny Jordaan. In het lied gaat klaverjasclub Schoppen Negen een week naar Parijs. Die club bestond, maar niet als kaartclub. Het was de naam van het groepje familieleden van Johnny Jordaan dat Johnny als koortje ondersteunde.

Wijzen we nog op de versie uit 2007 van THC, het hiphop collectief uit Tuindorp-Oostzaan. Een miljoen hits op YouTube. Enigszins aangepaste tekst: 'Het is de één, twee, drie en tot de vier / Amster-motherfocking-dam / Jongen geef die meid hier / Maar dit keer laat ik jullie achter met de top / met al die lame motherfuckers en de game is fucked up.'

6. Bij ons in de Jordaan
Eén van de twee nummers van het eerder genoemde concours waarna Johnny Jordaan doorbrak. Het andere was De Parel van de Jordaan. Tekst: Henvo (Henk Voogt, onder meer ontdekker van Willy Alberti) en Emile van der Brande (Henk de Wolf, die zowaar ook het radioprogramma Kleutertje Luister samenstelde), muziek Louis Noiret (Louis Schwarz). Beroemdste zin uit het lied: 'Zolang de lepel in de brijpot staat.' Maar die regel dook al veel eerder op: 'Want zolang als de lepel in de brijpot staat / Dan treuren wij nog niet, dan treuren wij nog niet.'

7. De afgekeurde woning
Het was een feest in die afgekeurde woning in het hartje van de Jordaan. 'Al staat aan de deur: 'Onbewoonbaar verklaard'/ voor mij blijft 't toch een paleis. / Het huis is gebouwd in de zestiende eeuw / het staat van de ouderdom scheef. / Ik ben er geboren, / ik ben er getrouwd / Ik woon er zolang als ik leef.' Lied uit 1955 van het duo Henvo/Noiret, die gelden als de ontdekkers van Johnny.

Overigens werden De afgekeurde woning en al die andere Jordaanliederen in de jaren vijftig uitsluitend door de Avro gedraaid. Andere omroepen vonden het genre iets te ordinair. Dat Johnny door toedoen van de Vara werd geboycot bij een Koninginnedagprogramma beviel Juliana helemaal niet. Ze nodigde hem uit op Soestdijk en op 24 november 1956 zong hij daar voor de prinsessen.


8. Aan de voet van die mooie Wester
'En klinkt straks het klokje van scheiden. / Al moest ik straks kreupel ook gaan, / om waar 'k ben geboren te sterven / in jou, fijne en fiere Jordaan.'
De dood komt opmerkelijk vaak ter sprake in de Jordaanliederen, onderwerp van verdere studie.

Ook in het lied genoemd: de porder, de levende wekker. Volgens de literatuur zou een zekere Ome Hein, immer vergezeld van een bokje, de laatste van de Jordaan zijn geweest, actief tot minstens 1951. Maar toen we dit vraagstuk elf jaar geleden in de krant aan de orde stelden, kregen we post van Jan Ras uit de Tuinstraat. ''Zeer zeker tot in de jaren zestig werd mijn vader gepord. Dat was door Ciska de porster. Haar echte naam was Ciska van der Wouden. De Tuinstraat, Anjeliersstraat en Egelantiersstraat had zij als wijk. Zij porde mijn vader (slager en parttime inbreker) om circa vijf uur 's morgens. Ik hoor haar nu nog: 'Co, ben je wakker?' Dit na een fiks aantal rammen op de deur.''

Aan de voet van die mooie Wester dateert uit 1951 en is dus van voor de laatste Jordaanmode. Muziek: Tom Ehrich, destijds befaamd Avro-pianist; tekst: Jaap Sjouwerman, die volgens zijn kleindochter naast schrijver ook uitsmijter en worstelaar is geweest.


9. Me wiegie was een stijfselkissie
Door Kees Manders, nachtclubeigenaar, humorist/zanger en broer van de bekendere Tom, in 1956 geschreven voor zijn toenmalige echtgenote Rika Jansen (Zwarte Riek), nog spring­levend in Zandvoort. En ook echt alleen voor haar: ''t Was op de achtste oktober. / De ooievaar, die moest me kwijt.'

Rika ís op 8 oktober jarig. Over dat stijfselkissie is het laatste woord nog niet gezegd. Het Amsterdams Historisch Museum heeft dat kissie nog wel geëxposeerd, maar gaf grif toe dat het niet het echte kissie van Rika was, want dat is verloren gegaan. Zeker weten we dat het vóór Rika geen stijfsel bevatte, maar de naaispulletjes van haar moeder.


10. Die fijne Jordaan
Een parodie uit 1979, maar te vrezen valt dat het een stuk authentieker is dan veel min of meer serieus bedoelde Jordaanliedjes. Over een homostel dat het leven onmogelijk wordt gemaakt door de buurt. Geestig toch ook: 'Zijn moeder die stierf reeds als kind.'
Prachtnummer van Robert Long (ook tekst en muziek) en Leen Jongewaard.

Verrassende winnaar van de eerste ronde, de odes: Mooi Amsterdam (Alberti, Sonnveld) met veertien procent van de stemmen. Daarna: Oh Amsterdam, wat ben je mooi, ook veertien procent maar met vijf stemmen minder. Die twee gaan door dus naar de finale. Big City zat ook al op veertien procent, maar met negen stemmen minder. Alle andere nummers haalden tussen de zeven en de elf procent, behalve Bedstee aan het IJ dat wat achteraan kwam sukkelen met drie procent.

Johnny Jordaan © ANP
Louis Davids © ANP
Robert Long © ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met Het Parool?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van Het Parool rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@parool .nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden